De EPO-spuiter wint

In Sydney zoeken dopingcontroleurs voor het eerst naar epo. Een sporter moet de epo-spuit echter wel heel dom hebben gehanteerd om tegen de lamp te lopen.

Dopingonderzoekers op de Olympische Spelen gebruiken voor het eerst in de sportgeschiedenis een test op het dopingmiddel EPO. Sporters moeten daarvoor niet alleen urine afstaan, maar ook bloed. Toch wordt tijdens deze spelen waarschijnlijk niemand op EPO-gebruik betrapt, want de nieuwe EPO-tests bieden de mogelijkheid om van EPO-doping te profiteren zonder bij een controle tegen de lamp te lopen. De dopingonderzoekers moeten gespoten EPO in de urine aantonen, maar dat is een paar dagen na het laatste shot al uit het lichaam verdwenen, terwijl het door EPO verbeterde uithoudingsvermogen nog steeds aanwezig is.

EPO (de afkorting van erytropoietine) is een stof die het menselijk lichaam ook zelf maakt en die de aanmaak van rode bloedcellen stimuleert. Rode bloedcellen verzorgen het zuurstoftransport van longen naar spieren en gespotenEPO verschaft getrainde duursporters een tot 10% groter arbeidsvermogen.

EPO is eind jaren tachtig als biotechnologisch medicijn op de markt gekomen. Ongeveer 500.000 patiënten (vooral nierdialysepatiënten) gebruiken het nu, maar medische begeleiders van duursporters ontdekten meteen het nut voor de topsport. De sportbonden plaatsten het middel op de lijst met verboden middelen terwijl controle erop niet mogelijk was. De EPO die het lichaam zelf maakt was niet te onderscheiden van gespoten EPO. Door hoogtestages en slapen in een tent waarin de lucht minder zuurstof bevat (hypoxische tent) ontstaat meer lichaamseigen EPO. Verder dan gezondheidscontroles zijn de internationale wieler- en skibonden niet gekomen. Sporters met te dik bloed (celgehalte (hematocriet) boven de 50) mochten 14 dagen niet aan wedstrijden meedoen. Het was geen straf, maar een gezondheidsmaatregel.

ontsnappen

In Sydney zijn twee tests beschikbaar die beide positief moeten uitvallen en dan een sporter als `betrapt' aanmerken. De testuitslagen worden zo geïnterpreteerd dat de kans om onterecht als dopinggebruiker te worden aangemerkt erg klein is. De kans voor een EPO-spuiter om te ontsnappen is echter fors: 40% of zelfs meer. De juridische commissie van het IOC staat achter de EPO-test. Dat betekent dat de juristen denken de advocaten van goedbetaalde duursporters te kunnen weerstaan. De advocaten van de overtreders kunnen in ieder geval aanvoeren dat erg veel overtreders onbestraft blijven.

De bloedtest verricht de eerste schifting. Onderzoekers van het Australian Institute of Sport en van het Australian Sports Drug Testing Laboratory zochten naar kenmerken in het bloed die EPO-gebruik aannemelijk maken. EPO stimuleert de aanmaak van rode bloedcellen uit bloedstamcellen die in het beenmerg groeien. Een bloedstamcel kan uitgroeien tot een grote variatie aan witte bloedcellen (afweercellen), tot bloedplaatjes (die wonden afdichten) of tot rode bloedcellen. Een hele reeks groeifactoren stuurt de bloedstamcel naar de gewenste eindproducten.

Een sporter die EPO spuit krijgt tijdelijk meer reticulocyten (een voorloper van de rode bloedcel) in zijn bloed, waaruit na een paar dagen de rode bloedcellen rijpen. Er gebeurt meer in zijn bloed: de eigen EPO-productie daalt en er verschijnen eiwitten in het bloed die ervoor zorgen dat er voldoende ijzer in het bloed circuleert en in de nieuwe rode bloedcellen wordt opgenomen. IJzer is onontbeerlijk om functionele, zuurstoftransporterende rode bloedcellen te krijgen.

De Australische onderzoekers vonden een mix van veranderingen in bloedcelpopulaties en ijzertransporteiwitten die de EPO-spuiter in een gecontroleerd experiment onderscheidde van de sporter die een placebo (nepmiddel) spoot (Haemotologica, juni 2000). De onderzoekers ontwikkelden de test met behulp van 27 sporters die 25 dagen achtereen EPO of een placebo spoten. Daarna werden ze nog 4 weken gevolgd. Om de paar dagen werd bloed afgenomen om te kijken of dopinggebruik aantoonbaar was. EPO is een paar dagen na het laatste spuitje niet meer aantoonbaar, maar het betere uithoudingsvermogen was nog zeker drie weken duidelijk merkbaar. Zowel voor de periode waarin EPO werd gespoten als voor de weken erna vonden de onderzoekers een combinatie van bloedwaarden die EPO-gebruik verraadt. Eenmaal werd een proefpersoon ten onrechte als voormalig EPO-gebruiker aangemerkt. Die vals-positieve uitslag ontstond een dag na een opgelopen forse knieblessure. Sporters die een hoogtestage volgde! n of die in een hypoxisch tentje sliepen kwamen met deze methode niet als EPO-overtreders uit de test, met één uitzondering.

Het zijn deze vals-positieve uitslagen die het IOC tot voorzichtigheid nopen. Van de sporters die positief uit deze test komen wordt de urine op aanwezigheid van EPO onderzocht. Pas als die ook positief uitvalt beschouwt de IOC de geteste sporter als overtreder en volgt een schorsing. De urinetest is door Fransen ontwikkeld (Nature, 8 juni) en scheidt de lichaamseigen EPO van de farmaceutische EPO op grond van geringe verschillen in elektrische lading van beide biomoleculen. Vooral die tweede test verschaft goed plannende EPO-spuiters een vrije aftocht. Een dopingtest die meteen na aankomst in het Olympisch dorp wordt uitgevoerd (dus hoogstens twee weken voor de wedstrijd) doorstaan ze met gemak als ze een paar dagen voor aankomst hun EPO-kuur hebben beëindigd. Ze profiteren dan nog volop van de gevolgen, hebben een kans van ongeveer 70% om positief te testen op de bloedtest, maar weten zeker dat de daarop volgende urinetest negatief uitvalt.

De Italiaanse hematoloog prof.dr. Mario Cazzola, betrokken bij dopingbestrijding in de Italiaanse voetbalbond, schrijft in een commentaar in Haemotologica waarin het onderzoeksverslag van de Australische bloedtestonderzoekers stond, dat alleen regelmatig, bijvoorbeeld maandelijks out of competition, testen van topsporters en het bijhouden van hun hematologisch paspoort een waterdichte methode oplevert. Afwijkingen van hun normale waarden duiden dan op dopinggebruik.

Onbruikbaar

Hij schrijft ook dat de huidige tests binnenkort al onbruikbaar worden. De farmaceutische industrieën ontwikkelen aangepaste vormen van het EPO-eiwit die langer werken. Ook is het eiwit gevonden dat de aanmaak van lichaamseigen EPO bevordert bij mensen die hoogtestages doen of in een hypoxische tent slapen (Blood, 15 juli). Deze hypoxia-associated factor (HAF) zet het gen voor EPO aan tot EPO-productie als het lichaam in een zuurstofarme atmosfeer komt. HAF is daarmee de nieuwe EPO: in lage concentratie actief en net zo onopspoorbaar als EPO vorig jaar nog was. Onderzoekers van de farmaceutische industrie Merck hebben een methode ontworpen waarmee ze snel kunnen zoeken naar kleine moleculen die de werking van EPO nabootsen (Anal. Biochem. febr).

Zoals altijd holt de dopingbestrijder hijgend achter de gebruiker aan. De sporter die wil, die goed is geïnformeerd en geld uitgeeft aan de werkzame middelen kan tegenwoordig een paar procent beter presteren dan de arme concurrent. Hematologen wachten ondertussen in spanning af hoeveel van de wieler- en langlaufkampioenen uit het begin van de jaren negentig (de eerste generatie EPO-grootverbruikers) uiteindelijk leukemie zullen krijgen.