Boekwaarde is antiek

Hoe weet je of de aandelen van een beursgenoteerde onderneming duur zijn of goedkoop? Een van de meest gebruikte maatstaven is de verhouding koers/winst per aandeel (k/w, of in Angelsaksisch jargon: p/e = price/earnings) Als de beurswaarde van een bedrijf minder dan 15 maal de jaarwinst bedraagt, spreekt men van goedkoop; méér dan 25 maal de winst heet al gauw duur. Maar `goedkoop' en `duur' zijn erg relatieve begrippen. Want waarom betalen beleggers minder dan 15 keer de winst voor een bedrijf? Omdat ze van de toekomstige groei van die winst niet al te veel verwachten.

Een andere maatstaf die zo nu en dan opduikt is de verhouding koers/boekwaarde per aandeel. In jargon: `price to book'. De boekwaarde bereken je door de alle bezittingen van de onderneming, zoals ze op de balans terug te vinden zijn, bij elkaar op te tellen en daar vervolgens de schulden vanaf te trekken. Als de waarde van het bedrijf op de beurs (dus de koers maal het aantal uitstaande aandelen) veel hoger is dan die boekwaarde, zou je kunnen zeggen dat het bedrijf `duur' is. Maar boekwaarde is langzamerhand een antiek begrip geworden. Het stamt uit de tijd dat de investeringen die in het verleden zijn gedaan – in gebouwen, machines en voorraden – maatgevend zijn voor wat een bedrijf bij verkoop waard zou zijn. Immers, als iemand zo'n zelfde onderneming opnieuw zou willen beginnen, zou hij vergelijkbare bedragen kwijt zijn, is de redenering. Misschien gaat dit nog op voor pure productiebedrijven, ondernemingen die dingen maken op precies dezelfde manier als hun! concurrenten. Maar zulke bedrijven vind je op de beurs niet of nauwelijks. Want de winstmarges zijn daar veel te laag. Wie zijn aandeelhouders tevreden wil houden moet ruime marges kunnen maken, en dat lukt alleen met relatief unieke producten.

De echte waarde van een bedrijf zit dus niet in tastbare zaken maar in de bereidheid van afnemers om meer te betalen voor een beter product (of dienst). Want dat geeft ruimte voor hogere winstmarges. En die vertalen zich in goodwill. Maar goodwill is, net als patenten en andere bedrijfsspecifieke kennis, nu iets dat heel moeilijk is uit te drukken in bedragen op de balans. Dat blijkt wel uit het feit dat sommige bedrijven goodwill helemaal niet op hun balans zetten terwijl andere het wel als een bezitting opvoeren maar vervolgens in jaarlijkse porties afschrijven.

Het probleem met beide maatstaven is dat ze slechts naar het verleden kijken. Bij moderne bedrijven draait alles om de toekomst. Daarom vinden beleggers andere ratio's interessanter. Bijvoorbeeld: het verwachte winstgroeipercentage/koers-winstverhouding. Als dat lager is dan 1 vindt men een bedrijf goedkoop; als het hoger dan 2 is, vindt men het duur.