AARDAS STOND 110 MILJOEN JAAR GELEDEN HALF ZO SCHEEF

Gedurende het Vroeg-Krijt, zo'n 110 miljoen jaar geleden, maakte de aardas een hoek van ongeveer 20 graden met het vlak waarin de aarde om de zon draait. Dat is veel minder dan de huidige hoek (36 graden en 33 minuten). Tot die conclusie komen Franse aardwetenschappers (Earth and Planetary Science Letters 179) op basis van onderzoek naar wat in de aardwetenschappen bekend staat als `true polar wander' (werkelijke verplaatsing van de polen). Deze verplaatsing, waarvan de bepaling bemoeilijkt wordt doordat tegelijk ook verschuiving van de continenten plaatsvindt, is waarschijnlijk een gevolg van herverdeling van gesteentemassa's met verschillende dichtheid in het inwendige der aarde.

De onderzoekers hebben voor hun reconstructie gebruik gemaakt van bestaande paleomagnetische gegevens, waarvan ze zorgvuldig alleen die hebben uitgekozen die berusten op stollingsgesteenten. De vaak minder betrouwbare gegevens van afzettingsgesteenten en metamorfe gesteenten negeerden ze. Uit deze `geschoonde' gegevens concluderen ze dat de polen (die verder ongeveer op hun plaats bleven liggen) zich tussen 150 en 80 miljoen jaar geleden voortdurend hebben verplaatst. Wat betekent dat de stand van de aardas in dat tijdsinterval voortdurend veranderde. Dat verplaatsen gebeurde omstreeks 110 miljoen jaar geleden met een hoeksnelheid van meer dan 5 graden per miljoen jaar, wat overeenkomt met een verplaatsing langs het aardoppervlak van een halve meter per jaar. Door die geologisch gezien zeer snelle verplaatsingen bedroeg de hoek met de aardbaan 110 miljoen jaar geleden daardoor nog slechts circa 20 graden.

De snelle verandering van de hoek van de aardas kan alleen worden verklaard wanneer gedurende het Vroeg-Krijt sterke massaverplaatsingen in het inwendige der aarde plaatsvonden. Daarvoor bestaan ook aanwijzingen, want er stegen toen op veel plaatsen grote `pluimen' van magma op (met daarbij behorend vulkanisme en een hoge geothermische gradiënt). Ook traden er diverse magnetische ompolingen op, wat wijst op bijzondere processen op het grensvlak van aardkern en aardmantel, waarschijnlijk in de vorm van ontmenging op de grens tussen de binnen- en de buitenmantel.