Zingende zwemmers, tobbende gelovigen

Op het Nederlands Filmfestival gaan zeven nieuwe televisiefilms in première, alle met oer-Nederlands thema: geloofstwijfel.

Een jonge Jehova's getuige moet kiezen tussen zijn punkvrienden en loyaliteit aan de gemeente. Een oudere Surinamer koestert zijn waardevolle zangvogel als onderpand voor terugkeer naar Paramaribo. De zoon van een beroemd theateracteur verwijt zijn vader dat hij geen gebarentaal wil leren om met zijn dove schoondochter te communiceren. Twee in de jaren zeventig uitgetreden priesters kijken terug op het verbreken van het celibaat.

Wie zegt dat er in Nederland geen dramatisch materiaal meer te vinden is om scenario's op te baseren moet toch eens op het Nederlands Filmfestival naar een van de nieuwe zogeheten telefilms gaan kijken. Een telefilm is een dramaproductie van speelfilmlengte die in eerste instantie door de publieke televisie wordt uitgezonden. Op 23 juni 1997, tijdens de Dag van de Nederlandse Film in Den Haag, maakte de toenmalige staatssecretaris van Cultuur Aad Nuis bekend extra middelen aan de omroepen te verschaffen voor het vervaardigen van telefilms. Inmiddels heeft dat besluit meer concreet effect gesorteerd dan de andere stimuleringsmaatregelen voor de Nederlandse filmindustrie. FINE bv, de investeringsfaciliteit van het ministerie van Economische Zaken, heeft nog weinig tastbaars tot stand gebracht, en de belastingvoordelen voor particuliere investeerders in de filmindustrie leiden wel tot een enorme toevloed aan speelfilmprojecten, maar slechts enkele daarvan verrijken ook de Nede! rlandse filmcultuur. Van de speelfilms die dit jaar profiteerden van het belastingvoordeel, zou je alleen Lek (over corruptie bij de politie), de Zeeuwse jongerenfilm Wilde mossels en de sociale satire Rent-a-Friend kunnen beschouwen als typische reflecties op onze huidige samenleving.

In 1999 kwamen er zes telefilms tot stand, twee per publieke zender. Dit jaar volgen er nog negen, waarvan er zeven tijdens het Nederlands Filmfestival gelanceerd worden; later dit jaar volgen er nog twee, Liefje van voormalig Rotterdams festivaldirecteur Emile Fallaux en Roos & Rana van regisseuse Meral Uslu.

Elk van de vijftien grotendeels voltooide telefilms had een budget van tussen de 1,6 en de 1,7 miljoen gulden. Dat is niet veel voor een gemiddelde bioscoopfilm, maar redelijk fors voor een televisieproductie. Veel van de regisseurs van de telefilms hadden nooit eerder vergelijkbare middelen tot hun beschikking. Onder hen bevinden zich wel enkele veteranen met verschillende speelfilms op hun naam, zoals Frans Weisz en Pieter Verhoeff; tien van de vijftien telefilms werden geregisseerd door acht makers (Nicole van Kilsdonk en Eric Oosthoek regisseerden er elk twee) die nog geen lange bioscoopfilm op hun conto hebben.

De telefilm kan als een springplank dienen voor jong talent: Martin Koolhoven, maker van de in de eerste lichting meest geprezen productie Suzy Q, en Nicole van Kilsdonk, zullen naar verwachting volgend jaar hun eerste bioscoopfilm presenteren. Nog belangrijker is de redelijk constante kwaliteit van de telefilms, en vooral het soort verhalen dat erin verteld wordt: het zijn geen verfilmingen van literaire bestsellers, geen pogingen tot het uitmelken van populaire buitenlandse filmgenres of soapformules. Elk van de telefilms geeft inzicht in een aspect van het huidige Nederland, of de recente Nederlandse geschiedenis, dat tot nu toe in de bioscoop onderbelicht is gebleven.

Kwalen

Bij het verkennen van actuele thema's, nadrukkelijk een van de doeleinden van de instelling van de telefilm, ligt uiteraard het risico op de loer dat het resultaat een schematische probleemfilm wordt. In Amerika, waar televisiefilms voor een deel de plaats in hebben genomen van de voormalige B-filmproductie, leidt het behandelen van modieuze kwalen vaak tot een genre, dat bekend staat als `de-ziekte-van-de-week-film'. Van zo'n oppervlakkige of huilerige benadering viel weinig te bespeuren in het eerste contingent telefilms, ook als het onderwerp de zoektocht van adoptiekinderen naar hun biologische ouders (Dat is nooit mijn naam geweest), asielzoekers (Cowboy uit Iran) of de verwerking van het Srebrenica-trauma (Maten) was.

Sommige van de telefilms van dit jaar zijn conventioneel van vormgeving, om niet te zeggen traag en erg expliciet, maar toch komen er interessante onderwerpen aan de orde die tot nu toe om onverklaarbare redenen dramatisch terra incognita waren. Eric Oosthoek baseerde zijn telefilm Saint Amour volgens de credits `op gebeurtenissen uit het leven van André Truyman', een ex-priester die televisiemaker werd. Het dilemma van kritische katholieken die in de jaren zeventig moesten kiezen tussen trouw aan de moederkerk of aan hun eigen geweten, wordt via een listige flashback-structuur naar het heden getrokken. Het scenario hamert de tegenstellingen er bij de kijker niet erg subtiel in, maar de casting van steracteur Antonie Kamerling als met het celibaat worstelende jonge geestelijke is een vondst: het werd Kamerlings verreweg beste filmrol tot nu toe.

Geloofstwijfels vormen een opvallende constante in de nieuwe lichting telefilms, een zeer Nederlands thema, dat tot nu toe vooral in films opdook, gebaseerd op romans van Jan Wolkers of Maarten 't Hart. Nooit eerder zagen we echter een zaal van Jehova's getuigen van binnen. In Uitgesloten van Mijke de Jong bekent de zoon van een vooraanstaand gemeentelid vleselijke gemeenschap voor het huwelijk met een niet `in de waarheid' verkerend krakersvriendinnetje (Nadja Hüpscher). De kilte van zijn officiële `uitsluiting', in een schervengericht ten overstaan van de hele broederschap, is een schitterend gespeeld en geregisseerd hoogtepunt aan het slot van een onthullende film.

Zelfs het scenario-regie-duo Ger Beukenkamp en Gerrard Verhage, gespecialiseerd in het portretteren van cynische en provocerende buitenstaanders, laten in de telefilm Het negende uur hun hoofdpersoon lijden aan een gebrek aan geloof. Een bas die de Christusrol in de Matthäus Passion mag zingen, wordt door dirigent Henri Garcin atheïsme verweten. Een spijker door zijn hand en de steun van een escortgirl, die niet weet wie Maria Magdalena was, helpen hem het Eli, Eli volmaakt te zingen.

Op grond van de onderwerpen van de geselecteerde telefilmscenario's van dit jaar, zou je bijna denken dat het zoeken naar spiritualiteit het belangrijkste maatschappelijke thema is geworden. Ook Frans Weisz' Storm in mijn hoofd (stervend acteur Coen Flink wil in het reine komen met het verleden), Stephan Brenninkmeijers De stilte van het naderen (carrièrevrouw leert veel van veroordeelde moordenaar) en Joost Ranzijns Vroeger bestaat niet meer (over het verwerken van de dood van een kind) staan in dat teken.

De lichtste telefilm van de zeven Utrechtse premières is ook de beste, zeker de filmisch meest inventieve. Wordt er in de meeste telefilms veel gepraat en uitgelegd, Nicole van Kilsdonk en scenarioschrijfster Mieke de Jong laten hun personages in Ochtendzwemmers vooral zingen, wanneer de emoties overstromen. De film is een semi-musical, die in de verte een beetje lijkt op Alain Resnais' On connaît la chanson. Maar Resnais vond het leuk om mensen stukjes uit populaire deuntjes te laten zingen en bedacht rond dat gegeven een onbetekenend verhaaltje. Ochtendzwemmers wekt de indruk op omgekeerde wijze tot stand te zijn gekomen. Een ingenieus en verfrissend scenario rond de zwemclub van Ricky Koole, die tijdens een politieverhoor wordt aangemerkt als `criminele organisatie', kon het soms niet stellen zonder geplaybackte hartekreten. `It's a family affair', bast een Surinaamse bende die geen inmenging duldt, en Doe Maar, Björk, Meat Loaf en vele anderen helpen e! en handje om de romantische gevoelens meer reliëf te verschaffen. Ook Ochtendzwemmers maakt Nederland een beetje spiritueler, maar dan op een manier die ook onnoemelijk filmisch plezier met zich meebrengt.

Voor volgend jaar staan er weer zes nieuwe telefilms op stapel, maar het is lang niet zeker dat het experiment daarna zal worden voortgezet. Dat zou jammer zijn, want de telefilm lijkt een belangrijke schakel te kunnen worden in de continuïteit van de Nederlandse film- en televisieproductie. Idealiter maakt een talentvolle jonge regisseur nu binnen een paar jaar na zijn eindexamen aan de Filmacademie een low-budget-televisiefilm, bij voorbeeld in de VPRO-serie Lolamoviola, waarvan in Utrecht alle dertig afleveringen in een marathonvoorstelling vertoond gaan worden. Alvorens in de bioscoop te debuteren, zou een telefilm geen slechte tussenstap zijn. Bovendien geven de telefilms de kans om echt Nederlandse onderwerpen te verkennen, in de eigen taal en over de eigen cultuur, voordat door de belastingfaciliteiten opgeschroefde budgets dwingend voorschrijven om Engelstalige dialogen door niet al te prominente internationale acteurs te laten uitspreken. Alleen al de kans om ! alle voortreffelijke Nederlandse film- en televisieacteurs uit de telefilms aan het werk te houden, zou het experiment voortzetting verdienen.

Telefilms op Nederlands Filmfestival 20/9 t/m 29/9 in Utrecht. 27/9 Forum over telefilms in Cinema Boulevard aan het Neude, Utrecht. Inl. 030-2342256.

Wie zegt dat er in Nederland

geen dramatisch materiaal meer te vinden is?