Wijzen gaan telecomveiling onderzoeken

Een commissie van wijzen gaat op verzoek van de Tweede Kamer de gang van zaken rond de omstreden telecomveiling onderzoeken. Dat heeft de vaste Kamercommissie voor Verkeer en Waterstaat gisteren besloten.

De Nederlandse veiling van frequenties voor UMTS, een nieuwe generatie mobiele telefonie die vanaf 2003 de ontvangst van internet en video op de draagbare telefoon belooft, leverde in juli 5,9 miljard gulden op. In Groot-Brittannië leverde een vergelijkbare veiling 85 miljard gulden op, in Duitsland zelfs 111 miljard gulden.

De verhoudingsgewijs lage opbrengst in Nederland heeft de afgelopen weken tot een storm van kritiek geleid. Academici, ondernemers, politici en toezichthouder Opta plaatsten vraagtekens bij veilingontwerp en de uitvoering ervan. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat organiseerde de veiling; staatssecretaris M. de Vries (VVD) is in eerste instantie politiek verantwoordelijk.

De Kamer stelde eerst vragen over de veiling en besloot gisteren tot een eigen, onafhankelijk onderzoek. Volgende maand debatteert de Kamer met het kabinet over de kwestie. Kamerlid C. Eurlings (CDA) tekent daarbij aan dat het om een `informatief debat' gaat. Politieke conclusies volgen als de wijzen verslag uitbrengen.

Partijgenoot van De Vries en voorzitter van de Kamercommissie Verkeer en Waterstaat, Blaauw, onderstreept dat het besluit tot instelling van een commissie van wijzen formeel nog niet is genomen. Hij noemt het voorstel daartoe ,,nog niet rijp''. Kamerlid Vendrik (GroenLinks) gaat ervan uit dat nog slechts enkele organisatorische horden genomen moeten worden. ,,De voorstellen zijn goedgekeurd en moeten nu nader ingevuld worden.''

Vorige week schaarde voorzitter J. Arnbak van Opta, de toezichthouder op de telecommarkt, zich in het koor van critici. De veilingopzet kende volgens Arnbak mankementen. De randvoorwaarden, zoals de mogelijkheid om straks antennes neer te zetten, waren onduidelijk. Verder was deelname aan de veiling voor nieuwkomers onaantrekkelijk, wat bestaande bedrijven bevoordeelde. De veilingopzet was rigide en bovendien ontbrak het de veilingmeester aan instrumenten om in te spelen op onvoorziene omstandigheden. De overheid werd overvallen door het plotselinge afhaken van belangrijke potentiële deelnemers.

Het steekt Arnbak dat de Nederlandse overheid bij het ontwerp van de veiling vooral geluisterd lijkt te hebben naar voormalig monopolist en dominante partij KPN. ,,Dat is niet de gebruikelijke weg in Europa.''

DOSSIER TELECOM: www.nrc.nl