`Wachten op de volgende Bolke was onverdraaglijk'

Rudi Fuchs, directeur van Het Stedelijk Museum in Amsterdam, ontdekte de literatuur door een beer: Bolke.

Alles in de ruime werkkamer van Rudi Fuchs, met uitzicht op het Museumplein, heeft rechte hoeken, scherpe lijnen en strakke vormen. Fuchs zelf spreekt in ellipsen – grillig, associërend, mijmerend, springerig. Maar zijn gedachten komen telkens terug op een jeugdboek. Geen grote literatuur, geen Shakespeare, niet de Bijbel ``want dat is zo koket'', geen W.F. Hermans of Mulisch, maar de boeken die hij als zeven-, achtjarige jongen las: de serie Bolke de Beer van A.D. Hildebrand.

Bolke de Beer, zo is het, maakte van Fuchs een lezer. ``Belangrijk is dat die eerste boeken zo'n uitwerking op me hadden, dat ik daarna alleen nog wilde lezen.'' Tijdens een logeerpartij bij een tante in Amsterdam kwam hij de deur niet uit, omdat hij zich door de stapel Bruintje de Beer-boeken van zijn neefjes heen werkte. ``De aantrekkelijkheid van de fictieve wereld was groter dan die van het ontdekken van de werkelijkheid'', zegt Fuchs, ``dat heb ik altijd gehad. Ik lees liever een boek dan dat ik een ontdekkingsreis maak. Om nu op de bonnefooi de wereld in te trekken, nee. Reizen is voor mij verificatie. Als ik op reis ga, neem ik altijd een stuk of drie boeken mee, ook al ga ik maar twee dagen weg. Soms koop ik zelfs onderweg een boek dat ik thuis al heb, gewoon omdat ik dan die bepaalde mensen ontmoet, door dat park loop of die stad zie en dan het gevoel heb dat ik absoluut dat ene boek moet lezen.''

Op de middelbare school raakte Fuchs onder de indruk van Mulisch en Claus. ``Toen ik zeventien was, wilde ik schrijver worden. Ik heb hele romans geschreven, maar het was te veel imitatie. Ik las teveel en ik vergat te weinig – dat heeft Mulisch eens gezegd. Jaren geleden was ik een keer met Gilbert en George in Moskou, waar toen nog niets te beleven was. Ik vroeg hen of ze meegingen naar het Poesjkinmuseum. Ze weigerden: het museum was voor studenten en zij waren kunstenaars. Dat kan ik me heel goed voorstellen. Als je schrijft ben jij degene die bepaalt wat er gebeurt, jij beweert wat je beweert, jij kunt bepalen waar iets ophoudt en wat voor kleur het heeft. Ik had die behoefte kennelijk ook.''

Wat maakte voor Fuchs nu juist de kennismaking met deze onwaarschijnlijke Bolke zo bijzonder? ``Ik denk dat ik daar ontdekte dat je met niets, met woorden, een wereld kunt oproepen, dat je verhalen kunt vertellen. Dat wist ik niet. Ja, ik had wel mensen verhalen horen vertellen en ik was wel voorgelezen, maar ik ontdekte een volsterkt fictieve wereld van sprekende dieren. Dat had iets spannends. Wat er gebeurde was niets bijzonders, het waren geen ingewikkelde avonturen à la Indiana Jones. Dat is typisch een moderne verbeelding van avonturen van na de intrede van de televisie. Bolke de Beer is van vóór dat tijdperk, van vóór de kleurenfilm ook. De boekjes verbeeldden de wereld zoals hij was, alleen voorgesteld door dieren. Dat maakte het vreemd, nieuw en opmerkelijk. Dieren waren een soort afkortingen van mensen. Bolke was getrouwd, kreeg kinderen, had een zuster. Ze gingen met een vlot op de rivier of wandelen in het bos. De wereld was ni! et veel groter toen. Op vakantie gaan bestond niet. Vakantie was pootje baaien in Scheveningen. Soms ging er iemand naar de Harz of naar Zuid-Frankrijk. Het was kort na de politionele acties, kort na de Korea-oorlog. Ik herinner me dat er mensen terugkwamen uit Korea en dat er voor hun huizen poorten werden neergezet, met bloemen erdoorheen geweven. Verder hoorde je daar niets van. Nu is alles bekend, van over de hele wereld. Maar toen was de wereld klein, de ervaringen gemiddeld. De verhalen van Bolke de Beer gaven daar een geheimzinnig soort fantasie aan. Ze hadden iets begerenswaardigs. Dat was het gevoel dat ik erbij had. Ik droomde ervan, verzon er parallelle verhalen bij.''

Hij kwam de boekjes voor het eerst tegen toen hij in Eindhoven, waar hij woonde, naar de bibliotheek ging. ``Kinderen van die leeftijd konden toen nog zonder enig bezwaar alleen over straat lopen. Zo rond 1950 waren er nauwelijks auto's. In het Philips Ontspanningsgebouw was een jeugdbibliotheek, met gymzalen en het enige serieuze theater van Eindhoven in die tijd. In het gezin waarin ik groot ben geworden, waren er maar een paar boeken. Mijn moeder las wel, maar heel langzaam. Mijn vader las nauwelijks, hij was altijd bezig met het maken van vistuig, het was een hengelaar. Je maakte veel dingen zelf in die tijd: speelgoed van hout, zeepkisten met wielen van een oude kinderwagen. Ik heb met een vriendje een heel havengebied aangelegd, met kleine en grote sleepboten. Lezen deed je niet veel, maar je werd wel naar de bibliotheek gestuurd. Ik heb die boekjes van Bolke de Beer dus nooit gehad. Ik leende ze. Ik probeerde ze in volgorde te lezen, maar ze waren erg populair en ik ! moest wachten tot ze beschikbaar waren. Dat wachten op het volgende deel was soms onverdraaglijk.''

Fuchs heeft in een Amsterdams kinderboekenantiquariaat een aantal oude Bolke-deeltjes aangeschaft. Zoals Harry Mulisch de illustraties van Bram Vingerling nog op zijn netvlies had, zo herinnert Rudi Fuchs zich hoe hij gefascineerd werd door de plaatjes uit Bolke de Beer. Hij slaat een deeltje open en wijst op een illustratie – Bolke met zijn vriendjes 's nachts in het bos. ``Ik weet nog dat ik hiervan gedroomd heb, van die silhouetten aan de bosrand, met in de verte de lichten van de stad. Die nacht, die zo donker was. Dat was nog zo in 1953. Nu is het in heel Nederland nooit meer ergens donker. In de vooroorlogse deeltjes waren de illustraties getekend. Later waren ze gefotografeerd – televisie voordat die er was. Kleine tableaux vivants, in een kistje belicht met een lampje, met daarin uit karton geknipte figuren. Doris Das en zijn zoon in het bos.''

Fuchs is van plan zijn antiquarische Bolke de Beer-serie te completeren. ``Goede kinderboeken zijn eeuwig'', zegt hij. ``Dieren zijn voor kinderen nu eenmaal heel aantrekkelijk, ze zijn vriendelijk en overzichtelijk. De taal van Hildebrand is nog steeds niet ouderwets of kinderachtig. Hij behoort wat mij betreft tot de klassieke Nederlandse literatuur.'' De hele serie zal hij aan zijn kleindochter schenken – als ze een jaar of zeven is.

A.D. Hildebrand: Bolke de Beer. Van Goor. Uitverkocht.