`VN hebben macht bedrijven nodig'

Minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) heeft gisteren in zijn toespraak tot de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York gepleit voor ,,nauwere banden'' tussen de VN en de private sector. Grote bedrijven kunnen ,,veel macht aanwenden in de internationale arena'', juist nu ,,de wereld voor ongelooflijke uitdagingen staat'', zei hij. De VN moeten ,,hun blik verbreden en meer omvattend worden''.

De VN-lidstaten kunnen het volgens hem bijvoorbeeld op ecologisch gebied, bij klimaatbeheersing, niet alleen af, ze hebben het bedrijfsleven daarbij nodig. ,,Een duurzame toekomst moet worden nagestreefd in samenwerking met de industrie, de burgerlijke organisaties en de wetenschappelijke wereld. Voor billijke werkomstandigheden en andere vormen van sociale rechtvaardigheid moeten landen de private sector erbij betrekken. Hetzelfde geldt voor bestrijding van corruptie, de verspreiding van kleine wapens, de verspilling van water of aids.''

Van Aartsen steunt hiermee het vorig jaar gelanceerde Global Compact-project van VN-chef Kofi Annan, waarin tal van multinationals met de VN afspreken universele waarden na te streven bij het sociale beleid, het milieubeleid en ten aanzien van de mensenrechten. In ,,dit tijdperk van gedeelde verantwoordelijkheid'' worden regeringen, de private sector en burgerlijke organisaties steeds meer naar elkaar toe getrokken, aldus Van Aartsen. Het bedrijfsleven heeft ook belang bij een goede toekomst van deze planeet, want: ,,Geen planeet, geen winst''.

Volgens Van Aartsen moet er binnen de VN gestructureerd overleg met de private sector komen, voor discussie en voor de afbraak van ,,de barrières van wantrouwen'' tussen de niet-gebonden landen en multinationals. Hij onderstreepte dat ,,veel bedrijven grotere omzetten hebben dan de nationale budgetten van lidstaten, en datzelfde geldt voor het persoonlijk fortuin van sommige bedrijfsdirecteuren''. Internationale politiek gaat steeds meer over economie, en ,,het smeden van een relatie met de private sector is daarom onmisbaar als de VN hun relavantie op de lange termijn willen behouden'', zei hij.

Armoedebestrijding is niet alleen een morele maar ook een economische verplichting, waarbij het bedrijfsleven een grote rol speelt. De private sector oefent veel macht uit ,,door te beslissen waar het koopt, verkoopt en investeert''. ,,Die beslissingen hebben direct invloed op de kwaliteit van het leven in veel ontwikkelingslanden'', zei Van Aartsen.

Hij wees erop dat het VN-handvest van 1945 alleen melding maakt van de lidstaten, niet van de private sector. Het handvest richt zich naar ,,een model van bestuur zo oud als de Vrede van Westfalen, een staatssysteem dat terug gaat naar midden 1600''. ,,De private sector is altijd min of meer genegeerd door de traditionele VN-diplomatie'' en wordt door velen beschouwd als ,,de concurrent, zo niet de vijand van het internationale publieke belang'', oordeelde hij.

Van Aartsen zei in een toelichting dat hij niet streeft naar ,,sponsoring met Coca-Cola-logo's op VN-gebouwen'' maar naar ,,het creëeren van een forum'' en het ,,verder uitbouwen van het idee van Kofi Annan''. Hij erkende dat er nog steeds ,,veel gevoeligheid bij niet-gebonden landen'' bestaat jegens multinationals. Maar volgens hem is er sprake van een veranderende mentaliteit bij grote bedrijven die meer omvat dan alleen het ,,maximaliseren van onmiddellijke winsten''. In zijn rede noemde hij als voorbeeld de Wereldwijde Alliantie voor Vaccins en Immunisatie, een samenwerkingsverband van de pharmaceutische industrie, internationale organisaties en regeringen.

Van Aartsen riep in zijn toespraak ook op de aanbevelingen van de commissie-Brahimi voor een robuustere VN-vredeshandhaving zo snel mogelijk uit te voeren.