Verschil van mening over taakopdracht

Tussen de Raad voor Cultuur en de Nederlandse orkestenwereld bestaat een verschil van mening over de taakopdracht van een toekomstige commissie, die het advies van de Raad voor Cultuur om drie orkesten op te heffen nader moet bezien.

De orkesten willen dat advies eerst van tafel, de Raad voor Cultuur blijft voorlopig bij dat advies, waarover staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) op Prinsjesdag zijn standpunt aan de Tweede Kamer stuurt.

,,De Raad voor Cultuur heeft zelf om die commissie gevraagd'', zegt Lieuwe Visser, lid van de Raad voor Cultuur en ook toekomstig commissielid, ,,om de grote gevolgen van het advies voor het muziekleven en de werknemers zorgvuldig te bestuderen. De taakopdracht ken ik nog niet, maar ik ga ervan uit dat het Raadsadvies als vertrekpunt geldt. Uiteraard moet de commissie over de nodige vrijheid beschikken. Het advies is deels tot stand gekomen om financiële ruimte voor anderen te scheppen. Met meer ruimte in de begroting, wordt die vrijheid groter.''

Het Contactorgaan van Nederlandse Orkesten (CNO) vindt dat de commissie alleen kan rekenen op een breed draagvlak als eerst de opheffing van de orkesten van tafel is. ,,Er moet een brede opdracht komen'', zegt directeur Paul Raasveld. ,,Het is onduidelijk welk artistiek probleem leidt tot het advies om de orkesten op te heffen, dus moet dat worden ingetrokken.''

Naast het advies om het Nederlands Kamerorkest, het Radio Symfonie Orkest en het Noordhollands Philharmonisch Orkest op te heffen, staat ook het functioneren van het Randstedelijk Begeleidingsorkest bij kooruitvoeringen op het spel.

De commissie zou naast Lieuwe Visser moeten worden gevormd door onder anderen voorzitter Hans Hierck (voormalig directeur van het Gelders Orkest), Huub van Dael (directeur van de Rotterdamse Doelen), Willem Vos (voormalig hoofd klassieke muziek van de Avro) en publiciste Jacqueline Oskamp. De Nederlandse Toonkunstenaarsbond (NTB) wil de huidige vierjaarlijkse beoordeling vervangen door een systeem van tienjarige concessies, met evaluaties na vier en zeven jaar.