Van de aardappel en de taart

Je hebt dagen voor moeders, vaders en dieren maar niet voor aardappelen. Omdat het bijna elke dag aardappeldag is. In Nederland lusten we graag aardappelen maar in Frankrijk ook en daar heeft iemand eens uitgerekend dat je op meer dan duizend manieren, dus bijna drie jaar lang elke dag op een andere manier, aardappelen kunt eten. Daarna wil je drie jaar lang geen aardappel meer zien.

Toen de aardappel hier pas kwam, via Engeland en Spanje helemaal uit Zuid-Amerika, probeerden de mensen brood van aardappelmeel te bakken. Dat lukte toen niet, en nog steeds niet. Taart wel, dat is niet zo moeilijk maar ook niet al te makkelijk.

Pak de springvorm en smeer hem van binnen in met boter en beleg hem, ook aan de binnenkant tot ongeveer vijf centimeter hoogte, met elkaar overlappende plakken (uit een bevroren pakje) bladerdeeg. Schil een kilo extra lekkere aardappelen, snij ze in dunne plakken en leg ze net alsof het dakpannen zijn in lagen op elkaar in de vorm. Klop 2 eidooiers door 3 dl. room. Doe er zout en peper bij en giet het over de aardappelen.

Laat dit natte bouwwerkje minstens een uur met rust, voordat je het hele zaakje in de voorverwarmde oven zet. Op 200 graden. Na ongeveer drie kwartier is het klaar, dat kun je ook zien aan de bovenste plakjes aardappel die al een beetje bruin zijn geworden. Zet de taart midden op tafel, zeg tegen iedereen dat het vandaag heel bijzondere aardappeltaartdag is en eet hem met z'n allen tot de laatste aardappeltaartkruimel op.