Twintigduizend mijlen uit je dak

Spanjaarden nemen zichzelf vaak erg serieus, en al helemaal wanneer ze literatuur bedrijven. Maar in twee recent verschenen vertalingen laat de Spaanse literatuur zich van haar jonge en wilde kant zien.

Vier vrienden van David Trueba (1969) blinkt uit in oneliners, beeldspraken, dialogen en hilarische beschrijvingen van alle mogelijke desillusies. Sinds het laatste boek van Arnon Grunberg niet meer zo de slappe lach gehad als bij aanvang van Vier vrienden. Ook Trueba brengt de existentiële eenzaamheid van zijn personages met een stevige dosis zelfspot.

Het begin is veelbelovend: `Ik heb altijd het idee gehad dat vriendschap wordt overschat, net zoals een universitaire studie, de dood of een grote pik.' In deze openingszin is de essentie van het boek vervat, dat één groot en pijnlijk afscheid is van de jeugd en de vriendschap. Het volwassen leven ligt onontkoombaar op de loer, maar de vier vrienden doen met een gezamenlijke reis een wellicht laatste poging het op een afstand te houden. Verwachtingsvol dopen ze hun vakantie tot `de vunzigste reis van deze eeuw', `de grote kuttentocht', `de ronde van de kont in tachtig dagen' en `twintigduizend mijl uit je dak'. Maar de reis hangt van tegenslagen en ruzies aan elkaar.

De eerste vriend is al getrouwd en vader van een pasgeboren tweeling. Om mee op reis te kunnen heeft hij zich met moeite en met het nodige schuldgevoel kunnen onttrekken aan de claims van zijn vrouw. Nog niet zo lang geleden deed hij kinky seksspelletjes met haar, maar sinds de geboorte van de tweeling is zij nergens meer voor in. De drie andere vrienden hadden hem destijds geld voor een abortus geboden, dus zijn klaagzangen over zijn vrijwillige slavernij worden nu gesmoord met een veelvuldig: `had het geld dan aangenomen.' Hij is niet in staat om te genieten van zijn uitspattingen onderweg; zijn vrouw zit hem via de GSM voortdurend op de hielen.

Nummer twee is een naïeve, dikkige goeierd, die weinig succes heeft bij de vrouwen, maar zich blijft verheugen over aanstaande veroveringen. Het meisje van zijn dromen wil altijd bíjna met hem naar bed. Hij is de enige van de vier die nog een oprecht romantische voorstelling heeft van de liefde. Als hij tijdens deze reis eindelijk een meisje zo ver heeft gekregen, krijgt hij achteraf tot zijn ontzetting te horen dat zijn vrienden haar ervoor hebben betaald. Nummer drie is de mooie jongen en de grote versierder van het stel, die zich onderweg de agressie van dorpelingen op zijn hals haalt en gewond raakt. Maar voor hem is het grootste echec van de reis dat zijn hond zijn afwezigheid niet overleeft, omdat hij op zijn logeeradres wat al te fanatiek wordt gedrild.

De vierde vriend, Solo, is de verteller van het verhaal. Hij heeft zijn baantje opgezegd en haat zijn zelfingenomen succesvolle ouders, terwijl hij zelf geen idee heeft wat hij nu met zijn leven aanmoet. Hij wordt verteerd door zijn liefdesverdriet om Bárbara. Dat hij zelf degene is die de relatie heeft beëindigd doet geen afbreuk aan zijn leed. In een apotheose van zelfkwelling bezoekt hij aan het eind van de reis samen met zijn vrienden de bruiloft van ex Bárbara. Nu blijkt dat hij haar echt niet meer terug kan krijgen, beseft hij pas goed dat zij de ware was. Hij beleeft de ultieme nederlaag door ook nog zijn voet te breken tijdens een voetbalwedstrijd tegen Bárbara's echtgenoot, een veel te leuke en succesvolle jongen.

Trueba kan kleurrijk en onderhoudend vertellen over alle tegenslagen. Maar jammer genoeg maakt hij de hoge verwachtingen die hij in het sterke begin van het boek wekt niet waar. Daar klinkt Solo's innerlijke wanhoop alleen als grondtoon mee, die de meest humoristische passages mooi donker kleurt. Gaandeweg wordt het lijden van Solo te veel tot thema verheven. De verteller verliest zich af en toe in een zielig zelfbeklag dat niet om aan te horen is. Je zou hem dan bijna de hel van de volwassenheid gaan toewensen. Gauw overslaan, er blijft voldoende grappigs en aangenaam ellendigs over. Trueba is een talentvolle schrijver. Hij kan alleen nog maar beter worden.

De vrouwelijke variant van Vier vrienden heet Op jacht naar de laatste wilde man, van Angela Vallvey (1964). In beide boeken zijn moderne twintigers doordrongen van de zinloosheid van het bestaan, waarin seks binnen ieders bereik ligt maar heimelijk gesmacht wordt naar ware liefde. Deze wordt pas als zodanig herkend als hij voorbij is of onmogelijk blijkt. De personages walgen van hun betweterige ouders of andere volwassenen, die hen willen doordringen van hun pathetische levenswijsheid. Ze weten beter wat ze niet willen, dan wat ze wel willen. Ze willen Leven met een hoofdletter, maar het leven verneukt ze, of zij het leven, wat uiteindelijk op hetzelfde neerkomt.

Ook Vallvey's boek is bij tijden grappig, al is het nog veel onevenwichtiger dan Vier vrienden. Het grootste verschil zit hem in het perspectief. Vier vrienden is een echt jongensboek en Vallvey's roman een typisch meisjesboek. Wat de kern van dat onderscheid betreft, is er niets nieuws onder de zon. De avontuurlijk ingestelde mannen gaan op kuttenjacht, en de naïef-romantische vrouwen laten zich – de misleidende titel van Vallvey's boek ten spijt – bedriegen. Maar het aardige is dat de vertellers – in beide boeken vertegenwoordigers van hun geslacht – in staat zijn hun eigen rol te relativeren en belachelijk te maken.

De vrouwen in Op jacht naar de laatste wilde man worden in de steek gelaten en bedrogen door smerige klootzakken of door leuke wilde mannen. De auteur brengt hun tegenspoed op komische wijze in beeld. Vaak mist ze haar doel, doordat ze geen maat kan houden, met name in haar beeldspraken. Haar boek bevat veel tenenkrommend slechte zinnen, die de gebrekkige vertaling nog verder uit het lood trekt. Maar soms overtreft Vallvey zichzelf, vooral in haar dialogen. Ze laat mannen doodserieus uitspraken doen als: `Vandaag de dag is het nodig dat je iets solides tussen je benen hebt hangen, zodat je niet uit evenwicht kunt raken'. Of het volgende mannelijke commentaar, als de hoofdpersoon over haar relatie wil praten: `Prate, prate... Blablabla! Wat heb je nou aan prate? Zelfs aan schijte heb je meer!'

David Trueba: Vier vrienden. Vertaald uit het Spaans door Rikkie Degenaar. (Cuatro Amigos) Wereldbibliotheek, 304 blz. ƒ39,90

Angela Vallvey: Op jacht naar de laatste wilde man. Vertaald uit het Spaans door Corina Blank. (A la caza del último hombre salvaje) Prometheus, 217 blz. ƒ31,95