Tegen het zelfgenoegzame leven

De tegendraadse toneelschrijfster Yasmina Reza is wereldberoemd. Vlijmscherp neemt ze de drang naar geluk op de hak, die de westerse mens ertoe drijft zichzelf te stileren tot een steeds geslaagder product.

Gelukkig zijn is het credo van onze tijd. De westerse mens moet zich ontplooien, zijn plaats vinden in de maatschappij, leven in harmonie met zijn omgeving. Hij heeft, aan het begin van de éénentwintigste eeuw, zelfs de plicht gelukkig te zijn, constateerde de Franse intellectueel Pascal Bruckner onlangs in zijn essay L'euphorie perpétuelle. Wie niet hartstochtelijk streeft naar zijn persoonlijk geluk, is een buitenbeentje. Aan hem zit een steekje los.

Toneelschrijfster Yasmina Reza, wereldberoemd geworden met haar stuk Kunst, heeft het nooit aan eigenwijze tegendraadsheid ontbroken. Samuel, de verteller uit Droefenis, Reza's eerste `roman', fulmineert hartstochtelijk tegen dit `geluksactivisme'. Hij heeft geen goed woord over voor de neiging van zijn zoon zich te willen wentelen in de `zoetelijkheid van het bestaan', in luie, comfortabele gezapigheid.

Al in haar verhalenbundel Hammerklavier (1997) liet Reza een zekere Samuel J., machtige directeur van een door hem van de grond af opgebouwde winkelketen, cynisch foeteren op zijn zoon, `een mietje dat bootjes vouwt van papier'. Voor een vader die over lijken is gegaan om een commercieel imperium op te bouwen, bestaat er niets ergers dan een ambitieloze zoon, die al dik tevreden is met het maken van illustraties van kinderboeken (pandaberen die de Eiffeltoren beklimmen, krokodillen met een zonnebril) en op zijn tijd een etentje bij de Griek in het Quartier Latin.

De zoon van de bejaarde Samuel uit Droefenis reist, op achtendertigjarige leeftijd, de wereld rond van de onderhuur van het appartement dat zijn vader voor hem kocht. Hij `zit bij de hottentotten van exotische vruchten te smullen' en neemt genoegen met `een statisch welzijn dat stoelt op een totaal gebrek aan ambitie'. Vader Samuel kan er niet bij. Zelf was hij als jongeman één brok ongeduld, onrust en onbehagen en liep hij over van strijdlust en ambitie. Een ééntonig leven was zijn grootste schrikbeeld, dat slechts werd geëvenaard door zijn angst voor verveling. In zijn optiek is geluk `niet iets wat je al papaja's etend in de schoot geworpen krijgt', het is verbonden met gevaar, met oorlog voeren, met risico's nemen, met je verliezen in passie, met lopen langs de afgrond, met uitsteken boven het maaiveld. Soms ben je het grondig met hem eens, soms verliest hij zich in extremiteiten en wordt hij tot een karikatuur: een zwartgallige mopperko! nt die de voeling met zijn tijd heeft verloren.

Reza mag dan `roman' op het omslag hebben laten drukken, haar boek leest als een briljante, geestige toneelmonoloog, die hier en daar over gaat in een puntige dialoog. In korte, venijnige, ritmische zinnen spreekt Samuel zijn zoon cynisch toe. Hij ondervraagt hem, schetst scherpe portretten van zijn vrouw en zijn vrienden en ventileert en passant nogal wat duidelijke meningen – iets waar Reza zelf ook geen moeite mee heeft. In een interview met deze krant zei ze dat kunst elitair moet zijn en ook haar personage Samuel haat `het enthousiasme van de massa voor schoonheid'. Net als Reza ergeren haar personages zich aan het overhaaste applaus na het wegsterven van de laatste klank van een concert; en net als Reza kunnen zij het alleen maar vinden met mensen met wie zij kunnen lachen, mensen die een beetje maf zijn, die lijden onder de tragiek van het leven, maar deze weten om te zetten in een joodse vrolijkheid. ``Spottende humor is een soort agressie', zei Reza daarover! . `

`Het is een manier om de absurditeit van het leven draaglijk te maken.' In haar verhalenbundel beschreef zij hoe zij, na de mislukte poging van haar stervende vader om Bachs Hammerklavier te spelen, een bevrijdende slappe lach kreeg. In Droefenis vertelt Samuel hoe zijn stuntelige pogingen om met een theedoek de opengezakte kaak van zijn overleden broer samen te binden, tot eenzelfde bevrijdende lachbui leidden. Lachen om de mislukking van het leven – dat kan alleen met échte vrienden, die net zo nostalgisch zijn en net zo onaangepast.

Des te schrijnender als oude vrienden met elkaar gebrouilleerd raken, een subtiel, terugkerend thema in het werk van Reza. Was in Kunst de aankoop van een schilderij de aanleiding tot het uiteenvallen van een vriendengroepje, in Droefenis raken twee oude vrienden voorgoed van elkaar vervreemd door een opmerking over de inrichting van een woonkamer. Reza buit, net als Nathalie Sarraute, de nuances van de taal volledig uit. Een enkel woord, een intonatie kunnen een wereld aan gevoelens oproepen en verregaande consequenties hebben. Voor Reza's personages bestaat er `geen wereld buiten onszelf, geen wereld buiten het nu.' Het besef dat de tijd voorbij gaat, dat de eenzaamheid met de jaren onherroepelijker wordt (de droefenis) maakt hen, in existentiële zin, ontroostbaar.

Alleen muziek verzacht de pijn. Reza's leven staat, vertelde zij, in het teken van Beethoven. Het portret van dit zwartgallige, in het leven teleurgestelde, creatieve genie hangt al haar hele leven boven de piano. Voor haar personages is het beluisteren van een lied van Bach genoeg om een hele dag zin te geven. In Reza's onlangs gepubliceerde scenario Le pique-nique de Lulu Kreutz, waarop Didier Martiny zijn gelijknamige film baseerde, is de hoofdpersoon een beroemd cellist. Hij legt zijn ziel en zaligheid in zijn uitvoering van een prélude van Bach, in de hoop daarmee het hart te veroveren van een violiste op wie hij verliefd is. Vergeefse moeite: na een dramatisch verlopen picknick in de bergen, besluit ze toch bij haar man te blijven. Ondanks de sterbezetting (met onder anderen Philippe Noiret en Carole Bouquet) werd de film beoordeeld als te statisch. Hij zou te weinig de mogelijkheden van de comédie dramatique uitbuiten. Maar wat wil je met een sterke, sp! rankelende tekst die iedere toevoeging in de vorm van beeld of geluid overbodig maakt? Reza's dialogen zijn van een wonderbaarlijke intensiteit, ontberen iedere wolligheid en creëren een toenemende onderhuidse spanning, tot aan een dramatische finale ontlading. De enorme zeggingskracht van Reza's taal is in staat alle andere filmische elementen kleurloos te laten zijn, van ondergeschikt belang, nietig. Of er nu `roman' of `scenario' op staat, Reza's teksten verdragen alleen een leeg toneel en een paar acteurs van formaat. De rest is overbodig.

Yasmina Reza: Droefenis. Vertaald door Eef Gratama.

Arena, 126 blz. ƒ25,-

Le pique-nique de Lulu Kreutz. Albin Michel, 140 blz. ƒ38,70