Taalparasiet

Het concern waarvoor ik werk, PCM Uitgevers, stuurde me laatst `een nieuwsbrief' die ik dagenlang tevergeefs heb proberen te doorgronden. Er stonden allerlei termen en begrippen in die ik niet kende, of waarvan ik nooit begrepen heb wat ze precies betekenen.

Wat is bijvoorbeeld `een proceseigenaar'? Het moet iemand zijn die in het bezit van een proces is gekomen, maar wélk proces, en wat doet hij ermee? Neemt hij het proces elke dag mee naar zijn werk, of laat hij het gewoon thuis achter met het risico dat de kinderoppas er in haar verveling mee gaat stoeien?

Pas na grondige herlezing ontdekte ik dat met `proceseigenaar' de hoofdredacteuren van de aangesloten bladen worden bedoeld. Mijn ontzag voor hen is sindsdien alleen maar groter geworden. Jaloers ben ik niet op hen. Ik las over een hoofdredacteur die op een bijeenkomst had uitgelegd hoe `de probleemstellingen passen in de doelstellingen van PCM'. De nieuwsbrief kondigde ook aan dat ,,na een knelpunten- en oorzaak-en-gevolganalyse de thema's bepaald zullen worden die tijdens het project centraal staan''. Dat traject betreft `een verbeterproject' binnen PCM. Daartoe ,,gaan de projectteams van start met de invoer van de verbetervoorstellen en actieplannen''. Er is ook sprake van `implementatieplannen' die ,,toegelicht worden aan de stuurgroep''.

Wat mij nog het meest intrigeerde, waren `de bruine papieren'. Alle processen zouden worden vastgelegd op deze bruine papieren. De nieuwsbrief bevatte een hoekje waarin vertwijfeld gepoogd werd `gebruikt jargon' uit te leggen. Daarin stond onder `bruine papieren': `rollen pakpapier'. Gelukkig, daarmee was mijn vrees weggenomen dat men de processen zou vastleggen op gebruikt closetpapier.

Dankzij het jargonhoekje weet ik nu ook dat een ACM een `Aanpak Commitment Meeting' is en een VCM een `Verbeter Commitment Meeting', maar ik begrijp nog altijd niet waarom ze het niet gewoon `een werkvergadering' noemen – met dat woord hebben we ons toch jarenlang aardig kunnen redden?

Inmiddels zijn bijna al mijn andere vragen beantwoord door een alleraardigst boekje dat onlangs is uitgekomen: `Van aai-instrument tot zwaluwstaarten – het jargon van adviseurs'. Het is geschreven door Charles den Tex, zelf communicatieadviseur. Ik heb zelden iemand gelezen die zijn eigen beroep zo geestig en vernietigend durft te karakteriseren. Hij behandelt vrijwel alle hierboven genoemde begrippen uit het organisatieadvieswezen – en nog veel meer.

,,De adviseur is daarmee een taalparasiet geworden'', schrijft hij. ,,Voortdurend op zoek naar woorden en begrippen die nieuwe lading, nieuwe betekenis kunnen geven aan zijn diensten. In een paar jaar tijd worden dergelijke begrippen leeggezogen, totdat ze nauwelijks nog iets betekenen. Dan zijn ze aan het eind van hun levenscyclus gekomen en zijn er nieuwe beelden nodig om mensen (klanten) te inspireren tot koop.''

Als het maar wat schuift, zou mijn neef-in-zaken zeggen.