Stop een milieu-man in je tank!

Concurrentie op de brandstofmarkt is volgens Den Haag het middel om de dure benzine goedkoper te maken. Maar die concurrentie komt er alleen als de supermarkten benzine kunnen verkopen.

Of de Nederlandse automobilisten straks goedkoper benzine kunnen tanken, hangt grotendeels af van milieuminister Jan Pronk. Zonder benzinepompen bij de supermarkten zijn de pogingen van minister Annemarie Jorritsma (Economische Zaken) om de concurrentie onder de pomphouders te stimuleren gedoemd te mislukken. En het is Pronk, haar vaste tegenspeler in het kabinet, die dit najaar beslist of er `weidewinkels' komen.

De Nederlandse regering deed deze week haar uiterste best om de schuld van de dure benzine in de schoenen te schuiven van de oliemaatschappijen, die volgens minister Zalm (Financiën) meer geld verdienen aan de pomp dan marktleider Shell beweert. Het recept voor goedkopere benzine is volgens het kabinet dan ook het openbreken van de benzinemarkt, die moet leiden tot meer concurrentie. Binnenkort begint de zogeheten MDW-operatie met de veiling van pompstations, die nieuwe aanbieders een kans moet geven en de schatkist ongeveer een miljard gulden oplevert.

Ter voorbereiding daarvan heeft het kabinet enkele jaren geleden al enkele rapporten laten schrijven over de benzinemarkt door onder meer Coopers & Lybrand (tegenwoordig PWC), KPMG Bureau voor Economische Argumentatie en de MDW-werkgroep. Herlezing van deze nog altijd actuele onderzoeken — en vooral dat van KPMG — zou de bewindslieden tot enig nadenken kunnen stemmen. Het is, zo blijkt, namelijk de overheid die de huidige oligopolische benzinemarkt met zijn gebrekkige concurrentie en beperkte aantal spelers, heeft geschapen. De pogingen van de overheid om deze markt nu dynamischer te maken hebben tegelijkertijd niet veel kans van slagen.

De overheid heeft na de Tweede Wereldoorlog de verdeling van de locaties voor nieuwe tankstations in Nederland uitbesteed aan een commissie, die bestaat uit afgevaardigden van de oliemaatschappijen. De verdeling op grond van marktaandeel bestendigt de bestaande verhoudingen en bevoordeelt bovenmatig marktleider Shell. Die krijgt niet alleen de meeste maar ook de grootste stations terwijl de concurrenten zich tevreden stellen met minder en kleinere plaatsen. ,,En dus wordt Shell alleen maar groter. Juist de grotere benzinestations zorgen voor de meeste winst, doordat de kosten over meer liters benzine kunnen worden uitgesmeerd'', zegt een onderzoeker.

Ook de milieumaatregelen van de overheid hebben de grotere maatschappijen groter gemaakt. Door de hoge investeringen die er de laatste jaren gepleegd moesten worden konden vooral de kleinere stations, meestal in handen van particulieren, de zaak niet meer draaiende houden. Met als gevolg dat aan de onderkant van de markt, de kleintjes, de deuren sloten of hun handel verkochten aan een grote concurrent overnemen. Met verdere concentratie als gevolg.

Datzelfde gaat hoogstwaarschijnlijk gebeuren met de veiling van de locaties aan de autosnelweg. Dat komt vooral doordat de benzine van de een zich niet of nauwelijks onderscheidt van de benzine van de ander. Benzinemaatschappijen concurreren dan ook niet op kwaliteit of prijs — prijsstunten leidt alleen maar tot minder inkomsten — maar met loyality-systemen, de spaarzegeltjes waarop automobilisten zo dol zijn. De automobilist stopt eerder om bij `zijn' pomp te tanken en doet dat met gemiddeld nog 27 liter in de tank.

De zegeltjes geven de Grote Vier in benzineland, en vooral Shell, ook bij de veiling een grote voorsprong. ,,Want Shell heeft door zijn gewilde zegeltjes een `netwerkvoordeel. Mensen kiezen eerder voor een Shell-station omdat je die vaker tegenkomt. En dat is prettig voor het sparen'', zegt een onderzoeker. Shell en de andere grote partijen verdienen op een locatie daardoor het meest en kunnen dus ook het hoogste bedrag bieden. De veiling zal dan ook niet leiden tot nieuwe marktverhoudingen.

De dure zegeltjes maken het voor nieuwe benzinemaatschappijen niet erg aantrekkelijk om in Nederland een pomp te kopen ,,De kans op toetreding van een buitenlandse maatschappij lijkt dan ook niet erg groot.'' De onbemande Tango-stations, die nu bij Nijmegen staan, blijken in de praktijk alleen binnen een straal van tien kilometer klanten te lokken. Of er meer komen in Nederland hangt af van de gemeenten. ,,En die kennen vaak de lokale pomphouder persoonlijk en zullen niet gauw een vergunning afgeven'', denkt een onderzoeker.

Het heil moet dus komen van de winkelketens, die benzine nagenoeg tegen kostprijs kunnen aanbieden omdat zij hun winst halen uit de extra winkelomzet. ,,Ideeën om bijvoorbeeld bij een woningboulevard een pompstation te beginnen maken geen kans'', zegt een onderzoeker. ,,Het is logisch om bij je dagelijkse boodschappen meteen even te tanken, maar niemand koopt na zijn tankbeurt ook nog even een bankstel.''

In Frankrijk hebben de hypermarchés buiten de stad de macht van de oliemaatschappijen kunnen breken. In dat land is de benzinemarkt sinds de jaren zeventig in tweeën verdeeld: de dure tankstations aan de snelweg voor de haastige automobilist en de sterk concurrerende hypermarchés net buiten de stad. Grootgrutters als Dirk van de Broek, Konmar en ook Ahold zouden dit voorbeeld graag volgen, maar de meest ambitieuze plannen liggen door een gebrek aan ruimte nog in de ijskast. Die ruimte kan er pas komen als Pronk in zijn nog te verschijnen Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening toestemming geeft om aan de rand van de stad winkels te bouwen.

Hoe dan ook dreigt verschraling van de voorzieningen. Doordat de oliemaatschappijen op de veiling alleen de rendabele stations kopen, worden 70 stations in hun voortbestaan bedreigd. Dankzij de supermarkten zijn in Frankrijk nagenoeg alle lokale benzinepompen verdwenen. De automobilist kan dan straks misschien goedkoper tanken, hij kan dat ook op minder plekken doen.