`Stel senaat in voor Europese Unie'

De politiek leider van het CDA vindt dat Nederland aan macht inboet bij een grotere Europese Unie. Hij doet concrete voorstelllen.

Om Nederland en de andere Europese natiestaten `weerbaarder' te maken tegenover de macht van de instituties van de Europese Unie, moet er een Europese `senaat' van nationale parlementariërs uit de EU-lidstaten komen. Dat zegt CDA-leider Jaap de Hoop Scheffer, die zijn voorstel bij de Algemene beschouwingen naar voren zal brengen. Hij zal tijdens het politieke debat over de begroting en het regeringsbeleid pleiten voor de invoering van een tweekamerstelsel in Europa, bestaande uit het huidige Europarlement en een senaat'.

,,Als de uitbreiding van de Europese Unie tot 25 landen doorgaat, maakt de Nederlandse bevolking nog maar vier procent van de bevolking van de Unie uit'', betoogt De Hoop Scheffer. ,,Nederland heeft dus alle belang bij sterke Europese instituties, en bij meer controle door het nationale parlement op de in Europees verband gestelde doelstellingen.''

Het bestaande Europarlement, aldus de CDA-leider, heeft de handen vol aan het controleren van de Europese Commissie. Het komt te weinig toe aan controle over wat er wordt besloten in de Europese raden van ministers, terwijl die controle ook op het niveau van de nationale parlementen sterk te wensen overlaat.

Een Europese `senaat', waarheen elke lidstaat van de Unie een gelijk aantal nationale parlementariërs zou afvaardigen, zou de democratische controle op de besluitvorming in ere kunnen herstellen. Zonder meer democratie in Europees verband, aldus De Hoop Scheffer, dreigt onafwendbaar het moment te komen dat de burger zich emotioneel van Europa afkeert. ,,Want de identiteit, die beleven mensen niet in Europees verband, maar in hun natiestaat of regio.''

Het CDA is niet de enige partij die zich zorgen maakt over het democratisch gehalte van Europa. Staatssecretaris Benschop van Europese Zaken (PvdA) pleitte nog onlangs voor een nationaal referendum over de voorgenomen, drastische uitbreiding van de Europese Unie.

De Hoop Scheffer ziet daar weinig in: ,,Referenda gaan in de nationale politiek meestal over heel andere dingen dan waarvoor ze zijn uitgeschreven. Onze 150 gekozen volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer zijn heel goed in staat een besluit te nemen over zoiets als de uitbreiding van de Europese Unie.''

De Hoop Scheffer wil verder, naar Brits voorbeeld, een scrutiny committee van het Nederlandse parlement, die de soms ondoorzichtige wereld van de Europese besluitvorming – zowel aan de top als in het bureaucratische gewoel daaronder – nauwlettend in de gaten houdt en daarbij over een eigen onderzoeksstaf beschikt. Ook zou de Nederlandse Raad van State adviezen moeten kunnen uitbrengen over Europese richtlijnen. De Duitse Bondsrepubliek is voor De Hoop Scheffer een model voor het toekomstige Europa: een krachtige Bondsstaat (Europa) met daaronder ruim bevoegde `Länder' (natiestaten).

Het verlangen naar nationale controle klemt voor het CDA des te meer, omdat Europa met enige regelmaat inbreuk maakt op de nationale besluitvorming over vraagstukken met een levensbeschouwelijke component, die de partij traditioneel nauw aan het hart liggen. Zo moest de Kamer onlangs constateren dat in Europees verband al richtlijnen inzake het octrooi op dieren en planten van kracht waren, voordat in Den Haag het debat over genen-technologie zelfs nog maar was begonnen. ,,Nederland bleek in Europa overstemd. Het was voor ons een volstrekte verrassing.''

Dat is onaanvaardbaar, vindt De Hoop Scheffer. ,,Het moet mogelijk zijn voor Nederland om tot een eigen ethische afweging te komen, hoezeer de wetenschappelijke ontwikkelingen zich misschien ook internationaal voltrekken.''

Europa legt ook een in CDA-ogen ergerlijke ambitie aan de dag bij het uitvaardigen van regels voor onderwijs en gezondheidszorg, sectoren waarin de Nederlandse christen-democraten van oudsher bijzonder hechten aan `souvereiniteit in eigen kring'. De Hoop Scheffer: ,,Natuurlijk willen we dat een Nederlander in het buitenland voor ziekte verzekerd is, en dat Nederlandse diploma's in het buitenland worden erkend. Maar de erkenning van de internationale aspecten neemt niet weg dat je ook op dit gebied elementen in eigen hand moet kunnen houden, omdat zij bindmiddelen vormen binnen de natiestaat. Het is een kwestie van weten wat je zelf wilt, wie je zelf bent. Dat maakt je ook minder kwetsbaar.''

Met euroscepsis zoals die in Groot-Brittannië en andere landen bestaat, zich uitend in een hartgrondige afkeer van Europa, hebben de bedenkingen van het CDA niets te maken, zegt De Hoop Scheffer. Voor een Europese nationale superstaat van 25 landen is hij niet bang, ,, zoiets zou toch onwerkbaar zijn''.

Behalve aan nationale controle op Europa ontbreekt het in Nederland echter ook schromelijk aan een discussie over de einddoelstellingen van het Europees beleid, constateert de CDA-leider. ,,Eigenlijk hoor je minister van Buitenlandse Zaken van Aartsen en premier Kok maar zelden over de toekomst van Europa. Er heerst een sfeer van: de burger begrijpt dat toch niet, laten we die dingen maar zelf regelen. Over sommige ingrijpende gevolgen van de uitbreiding van de Unie - arbeidsmigratie, landbouwbeleid - is nauwelijks discussie. Toch zou dat een historische plicht zijn, en de politieke stabiliteit van Europa is ermee gebaat. Nu blijft Europa een adhocratie.''