Raad voor Cultuur

In NRC Handelsblad van 13 september over de Raad voor Cultuur staat een aperte onjuistheid. Paul Raasveld van het Contactorgaan van Nederlandse Orkesten beweert dat ik gezegd zou hebben dat de Commissie Muziek van de Raad te klein is voor een zorgvuldige beoordeling van de subsidie-aanvragen.

Dat heb ik niet gezegd en dat is ook onzin. De Commissie Muziek was, net als alle andere commissies van de Raad prima toegerust om haar werk te doen. Alle adviezen zijn met de grootste zorgvuldigheid tot stand gekomen; onnodig te zeggen dat ik voor honderd procent achter het totale advies sta.

Wat ik ten aanzien van de Commissie Muziek heb gezegd, is dat zij zich uitgebreid heeft gebogen over het orkestenbestel en daarover in hoofdlijnen een advies heeft gegeven. In de korte tijd die ter beschikking stond, kon geen advies gegeven worden over de verdere uitwerking van die hoofdlijnen en de consequenties die uit het advies voortvloeien.

Bovendien is het goed dat zich daarover nog een aantal anderen buigen. Daarom heeft de Raad voorgesteld ten behoeve van de inventarisatie van de consequenties en de verdere implementatie een speciale ad hoc commissie in te stellen.

In hetzelfde artikel uiten enkele personen al of niet namens een instelling hun verbazing over het feit dat de Raad voor Cultuur nu, nu pàs, een brief stuurt aan de staatssecretaris met het krachtige pleidooi om meer geld voor de cultuursector. Een merkwaardige kritiek. Al in januari heeft de Raad, meteen na het ontvangen van de adviesaanvraag waarin het budget werd vermeld, een reactie gezonden met het standpunt dat bij een zo groot aantal vragen, door de staatssecretaris zelf gegenereerd, een ruimer budget in de rede had gelegen.

In het uiteindelijke advies van 15 mei pleitte de Raad onder meer voor: 35 miljoen extra structureel voor de instellingen, compensatie van de kosten door externe factoren zoals verhoging werkgeverslasten, arbeidstijdenwet, Arbo wet (dat gaat om enkele tientallen miljoenen) en een incidentele injectie voor digitalisering van het erfgoed.

In een tijd van zo grote overvloed zou het toch redelijk zijn dat er ook wat extra over was voor cultuur. Wie had toen kunnen weten dat de miljarden ons daarna nog om de oren zouden vliegen?

De Raad, na de vakantie op 7 september voor het eerst weer bijeen, besloot gezien deze situatie nog eens aan te dringen op extra financiële middelen omdat het nu wel helemaal schrijnend zou zijn als de verzoeken van de Raad niet ingewilligd zouden worden.