Motorsprong over de sluis

Het speelfim- debuut van Erik de Bruyn `Wilde mossels' opent het Nederlands Filmfestival.,,Ik heb mijn ziel er in gelegd.'

,,De zee', zegt filmmaker Erik de Bruyn, ,,de zee, dat is de zee van mijn jeugd, waarop mijn vader met een patrouilleboot van de waterpolitie voer. Dat zijn de havens, de dukdalven, de geur van de geteerde palen, het geschreeuw van de meeuwen en het zingen van de wind. De zee dat is de Schelde, die uitmondt in de grotere Noordzee, die overgaat in de Atlantische Oceaan, en daar, achter de kim, ligt alles waar verlangend over te dromen is. Zoals Konstantin Paustovski schreef: `Daar waar legenden ontspruiten over een ander leven, waar de ene zonnige verte na de andere zich ontvouwde.' '

Erik de Bruyn (1962) maakte een energieke, rauwe en lyrische film over de zee, en over de jonge mensen die in zijn Zee-land uitstaren over het water en op de grens van slik en zand dromen van de overkant. Zijn speelfilmdebuut Wilde mossels opent volgende week het Nederlands Filmfestival.

De Bruyn groeide op in Zeeland, maar het onbestemde verlangen naar de verte dateert pas van later, toen hij sociologie studeerde in Utrecht en massacommunicatie en filmkunde in Amsterdam. Voor de Filmacademie werd hij afgewezen, maar dankzij regie-assistentschappen bij onder anderen Pim de la Parra, Paul Ruven en Otakar Votocek leerde hij het vak.

Ook was hij regelmatig als acteur aan de andere kant van de camera te zien. Bijvoorbeeld in Pink Ulysses (1989) van Eric de Kuyper, Ruvens How to Survive a Broken Heart (1990) en onlangs nog in Antonia (Marleen Gorris) en Unter den Palmen van Miriam Kruishoop, die vorig jaar het filmfestival in Utrecht opende. Daarnaast was hij werkzaam als muzikant en componist van filmmuziek en regisseerde hij een aantal korte films, waaronder Nuni, nuni en Pour endormir l'orage in de helaas nooit voltooide reeks Berçeuses (1996), een serie gevisualiseerde slaapliedjes van over de hele wereld.

,,Eéne keer wa durreve, da stel geen dônder veur, je mottet altiet tweej keer doehe, om zeker te wete adajje't écht durft,' zegt hoofdpersoon Leen (Fedja van Huêt) in onvervalst Zeeuws tegen zijn beste vriend Daan (Frank Lammers) die hem opjut om met zijn oude Harley over de sluis te springen. Leen wil niet alleen twee keer op zijn motor door de lucht zweven en in het zachte gras aan de overkant landen, hij wil nog verder springen, weg van het Zeeuwse vissersdorpje dat te klein is voor zijn dromen. Maar dát durft hij niet. Leen droomt niet van grote daden, maar van verre sterrenstelsels, superbreinen en supernova's. In de proloog van Wilde mossels filosofeert hij er met zijn vrienden over, in een ontwrichtend gefilmde dronken en stonede roes, om tot de conclusie te komen dat er `daar buiten' helemaal niets is.

,,Wilde mossels is een film over jonge mensen die niet weten wat ze met hun leven aanmoeten', legt regisseur Erik de Bruyn uit. ,,Ze verlangen naar iets, maar weten eigenlijk niet naar wat. Ze werken wat, spelen in een bandje, hangen rond in de plaatselijke motorclub en wachten op het volgende mosselfeest. Hun dilemma wordt verwoord door mosselvisser Daan, die tegen Leen zegt dat hij niet begrijpt waarom hij zo nodig weg moet, want `hier is toch ook alles?' Dat kan Leen niet ontkennen, maar het is hem niet genoeg. Wilde mossels gaat niet over mensen die zich vrij moeten maken van morele onderdrukking, bijvoorbeeld van de kerk, wat in Zeeland natuurlijk ook speelt, maar over mensen die zich vrij moeten maken van zichzelf.'

Dat zijn film zich in Zeeland afspeelt, is volgens Erik de Bruyn toeval en toch ook weer niet. Wilde mossels is pertinent geen autobiografische film, beklemtoont hij, het is een eigentijdse, persoonlijke film. ,,Je kunt geen film maken zonder je ziel erin te leggen.'

De Bruyn werkte bijna vijf jaar aan zijn speelfilmdebuut. Nadat er een eerste versie van het scenario gereed was, volgde de voor Nederland onvermijdelijke rondgang langs de verschillende fondsen en de omroepen om de financiering rond te krijgen. Die jarenlange procedure ergert hem: ,,Ik ben nu 37, dus als het in dat tempo doorgaat, dan heb ik als ik zestig ben nog maar vijf films gemaakt. Dat is te weinig.'

Uiteindelijk kreeg De Bruyn van iedereen voldoende steun om zijn project te realiseren. Zo wilde hij per se op het duurdere 35mm-formaat draaien, in plaats van het voor een debuut gebruikelijke 16mm, maar daar hangt ook een prijskaartje aan: ,,Om het Zeeuwse landschap optimaal te kunnen verbeelden, wilde ik veel grote totaalshots gebruiken en het ziet er niet uit als je die opblaast van 16mm. Het maximumbedrag wat je in Nederland via de fondsen en de omroepen bij elkaar kunt krijgen is ongeveer 2,3 miljoen, zeker voor een debuut. Wilde mossels heeft nu 3,3 miljoen gekost. De rest van het geld is via een commanditaire vennootschap, via private financiering binnengehaald.'

Om het budget beheersbaar te houden, koos hij ervoor om met minder verschillende camera-instellingen te werken, die in de montage aaneen gesmeed zouden moeten worden, maar de nadruk te leggen op de interactie tussen de acteurs, hun omgeving en de camera. In filmtermen koos hij voor mise-en-scène in plaats van voor decoupage. ,,Als je iets vanuit veel verschillende hoeken wilt laten zien, duurt de draaiperiode veel langer. Maar het heeft ook te maken met mijn interesse in de vraag hoe mensen zich in een dramatische situatie ten opzichte van elkaar verhouden, en ten opzichte van de hen omringende ruimte en de - bewegende - camera.

,,Een bijkomend voordeel van deze manier van werken is dat je acteurs veel meer vrijheid kunt geven, dat ziet er organischer en naturalistischer uit.'

Of die nadruk op mise-en-scène iets te maken heeft met zijn eigen ervaring als acteur, weet De Bruyn niet. Wel ging hij als regisseur te rade bij wat hij zelf als acteur prettig vond, namelijk werken vanuit een sfeer van vertrouwen. ,,De repetitieperiode is erg belangrijk', meent hij. ,,Iets waar bij veel Nederlandse films nogal eens op beknibbeld wordt. Wij hebben echt wekenlang gerepeteerd.' Onder repeteren verstaat De Bruyn ook samen met zijn acteurs naar muziek luisteren, veel praten, eten en samen dronken worden: ,,Met Josse de Pauw (die de rol van de beste vriend van Leens overleden vader speelt) en Fedja van Huêt heb ik het een paar keer flink op een zuipen gezet', zegt hij. ,,Dan leer je elkaar snel kennen.'

Voetbal

,,Als acteur heb ik erg veel geleerd van Gerard Thoolen. Toen ik de hoofdrol kreeg in Paul Ruvens How to Survive a Broken Heart, vroeg ik aan hem wat dat nou was, acteren. We zaten in een auto en hij begon een beetje over voetbal te lullen. Hij luisterde niet eens! Totdat ik begreep dat dat het precies was. Hij bediende zich misschien van een andere dialoog, een andere emotie en een andere intensiteit, maar het bleef gewoon dezelfde man.'

Wilde mossels ziet eruit alsof er altijd ergens een onweer dreigt. Zelfs in de droef-komische scène waarin Van Huêt op een dijk bij zonsondergang onhandig zijn liefde verklaart aan de roodharige Janine (Angelique de Bruijne) lijkt het oranje zonlicht meer op een vuurgloed die aan de rand van de wereld knabbelt, dan op een roze-romantische zweem. Cameraman Joost van Gelder fotografeerde met hetzelfde ogenschijnlijke gemak de wijde einders, als de zompige nachttaferelen, de slowmotion motorstunts en de uptempo races over onderdijkse landweggetjes. Van een verfrissend surrealisme zijn ook de droomscènes uit Wilde mossels, waarin Leen ontmoetingen heeft met een geheimzinnige Ier die zowel zijn vader, zijn kwade genius als een diabolische verleider kan zijn.

De Bruyn heeft deze scènes bewust ambivalent gelaten. ,,Ik houd niet van films die alles meteen weggeven en voor de toeschouwer niets meer te raden overlaten. Wilde mossels zit vol met dubbelzinnige beelden. Bestaat die geheimzinnige Ier nou of niet? Hoe zit de relatie tussen Leen een zijn moeder (Will van Kralingen) precies in elkaar? Het is een hele puzzel om de vragen consistent te houden en de antwoorden open te laten.'

Leens ontmoetingen met de Nowhere Man, zoals de Ier op de aftiteling heet, zetten een reeks gebeurtenissen in gang, die hem dwingen zijn leven in eigen hand te nemen. Ondanks de dramatische wendingen die de plot daar neemt, wordt Wilde mossels meer door sfeer en gevoel voortgedreven dan door een dwingende verhaallijn. Sterker dan de vraag wat er nu weer zal gebeuren, is het gevoel van herkenbaarheid en onvermijdelijkheid. De Bruyn bevestigt zijn film niet plot- of character-driven te hebben gestructureerd, zoals dat in de boekjes staat, maar te hebben gezocht naar een manier om de dramatische confrontaties tussen de verschillende personages bepalend te laten zijn voor de voortgang van de film.

`Saudade' in Zeeland wil Erik de Bruyn zijn film ook wel noemen, naar het gedicht van Slauerhoff. Hij herkent zich in `de nimmer aflatende melancholie en het verlangen naar de verte' uit de poëzie van de varende arts. Hierna zou De Bruyn graag een documentaire over de Portugese fado-zangeres Christina Branco maken, die een aantal van Slauerhoffs gedichten op muziek heeft gezet.

`Wilde mossels' opent woensdag 20 september het Nederlands Filmfestival. Vanaf 28 september zal hij in 20 theaters worden uitgebracht.