Koštunica oogst in Kosovo alleen rot fruit

Vojislav Koštunica, kandidaat van de oppositie voor de Joegoslavische presidentsverkiezingen, bezocht gisteren Kosovo. De verwachte victorie bleef uit: de kandidaat liep tegen de aanhang van Miloševic op.

De boeren hebben een goede paprika-oogst en Vojislav Koštunica heeft het geweten. De ene na de andere overrijpe paprika spat boven zijn hoofd uiteen. De marktvrouwen glimlachen; ze verkopen vandaag evenveel paprika's, tomaten en eieren als normaal in een week. Blikjes frisdrank en zakken huisvuil vliegen om de oren van de man die de volgende president van Joegoslavië wil zijn en die vandaag in Kosovo, waar men in de Joegoslavische verkiezingen mag stemmen omdat Kosovo tenslotte formeel nog deel uitmaakt van Joegoslavië, zieltjes komt winnen maar rot fruit oogst.

Actie Tomaat. De aanhang van de president Slobodan Miloševic heeft zich gedegen voorbereid. Oudere mannen dragen kilo's fruit naar jongens die het beste gooien. Pats, die was raak! Vrouwen slaan met bezemstelen op de wagens in het gevolg van Koštunica. Een ruit gaat aan diggelen. Professionele onruststokers ruien voortdurend het jonge publiek op, ze slaan als eerste op het dak van Koštunica's auto en zwengelen de spreekkoren aan als de jeugd dreigt in te zakken: `Slobo Slobo Slobo!'

De jurist Vojislav Koštunica, kandidaat van de oppositie bij de komende presidentsverkiezingen in Joegoslavië, staat bekend als een verlegen en bescheiden man. Niet vandaag. Hij is woedend over de behandeling die hem ten deel valt in de Kosovaarse stad Mitrovica, strikt gescheiden in een Albanees en een Servische deel. Hij schreeuwt, met overslaande stem, in de microfoon die prompt dicht slaat.

Koštunica heeft veel voor op zijn belangrijkste opponent in de race om het Joegoslavische presidentschap, Slobodan Miloševic. Koštunica kan bijvoorbeeld, zo zegt de oppositie, naar Kosovo en Montenegro reizen. Miloševic kan dat niet; hij wordt gezocht door het Joegoslavië-Tribunaal wegens oorlogsmisdaden en loopt zowel in Kosovo als in Montenegro de kans te worden gearresteerd.

Maar moet Koštunica blij zij met zijn gisteren gehouden bezoek aan Kosovo? Zelf houdt hij vol van wel – zelfs na de paprikaregen, de klap met de steen die hem licht aan het hoofd verwondt en de tomatensap die zijn pak bedekt. ,,Ik kom naar Kosovo, hij durft niet. Ik heb aanhangers, hij betaalt mensen om hem toe te juichen. Ik heb geen geheimen, hij moet constant zijn zwakheden verbergen.''

Nog nooit had een presidentskandidaat zoveel kans om Miloševic te verslaan. In de peilingen staat Koštunica voor op Miloševic: 35 tegen 23 procent. Het georganiseerde protest in Mitrovica kan die voorsprong niet verloochenen.

Maar de buit is nog niet binnen, waarschuwt hij zelf regelmatig. Een kwart van de kiezers heeft nog niet beslist. Bovendien kan Miloševic de verkiezingen uitstellen of de uitkomst beïnvloeden door grootscheepse stemmenfraude. Naar verluidt moet Miloševic een half miljoen stemmen stelen om van Koštunica te winnen.

Koštunica's grote troef is zijn kritische houding naar het Westen. Het Servische volk waardeert dat. Het zuchtte tenslotte een jaar geleden nog onder de bombardementen van het Westen in de oorlog om Kosovo. Koštunica heeft die `aanval' sterk veroordeeld, evenals de `verovering' van Kosovo door de internationale gemeenschap. Dergelijke retoriek maakt hem ongrijpbaar voor Miloševic en de zijnen, die hem zo graag als Amerikanen-liefje willen afschilderen.

Zijn bezoek aan Kosovo brengt hem dan ook in een lastig parket. Op papier is Kosovo een provincie van Servië. In de praktijk besturen de Verenigde Naties het land en leidt de NAVO er de vredestroepen. Het bezoek is koren op de molen van de propagandamachine van het regime; NAVO-hater Koštunica wordt beschermd door diezelfde NAVO. Dus toch een Amerikanen-liefje.

Kostunica rest niets anders dan de hulp van de vredesmacht resoluut van de hand te wijzen. Als de achterlichten van zijn auto's worden ingetrapt, kijken de soldaten toe. Als de eieren uiteen spatten op het podium, wenden de soldaten hun hoofd af. Koštunica heeft immers zelf uitdrukkelijk verzocht niet in te grijpen. ,,Tussen die eieren had een handgranaat kunnen zitten'', zal een zenuwachtige militair later zeggen.

Maar de presidentskandidaat geeft niet toe. Hij schuift de soldaten ter zijde. ,,Tssstttt'', zegt hij als tegen een horde straathonden. En: ,,Ik moet jullie bescherming niet.'' Maar op eigen kracht komt hij ook niet naar zijn auto, waarvan de banden inmiddels zijn lek gestoken. In allerijl wordt een andere auto geregeld.

Koštunica's victorie in Kosovo blijft uit. Miloševic lijkt deze slag te hebben gewonnen. Want `s avonds zendt de staatstelevisie beelden uit; van Koštunica die wordt bekogeld met fruit door zijn eigen volk en die met de staart tussen de benen, beschermd door buitenlandse soldaten, de stad moet verlaten.

KFOR houdt vol alleen de openbare orde te handhaven. ,,We begeleiden hier niemand'', snauwt een officier in het voorbijgaan naar enkele journalisten. ,,Halen jullie maar niets in jullie hoofden.'' Maar aan het eind van de dag is er niemand meer die dat gelooft.