Kok acht opheffing sancties terecht

Nederland heeft alleen ingestemd met het opheffen van de maatregelen van veertien leden van de Europese Unie tegen de Oostenrijkse regeringscoalitie omdat die maatregelen ,,contraproductief'' dreigden te worden en bovendien als een ,,splijtzwam'' in de EU gingen werken. Dit heeft premier Kok gisteren in de Tweede Kamer verklaard. Hij zei het op dat punt geheel eens te zijn met het rapport van de `drie wijzen' van vorige week vrijdag.

Kok reageerde daarmee op kritiek uit de oppositiefracties van GroenLinks en het CDA. Die hadden hem eraan herinnerd dat hij sinds de maatregelen zeven maanden geleden van kracht werden steeds had verzekerd dat zij pas zouden worden beëindigd nadat de extreem-rechtse FPÖ de Oostenrijkse regeringscoalitie zou hebben verlaten. Volgens Kamerlid Karimi (GroenLinks) staat de Europese Unie na de onvoorwaardelijke opheffing van de maatregelen nu ,,in haar hemd''. Verhagen (CDA) zei blij te zijn dat de maatregelen verleden tijd zijn. Zij verdienden ,,geen schoonheidsprijs'', ze waren strijdig met het EU-Verdrag, ze hebben de Unie niet dichter bij de burger gebracht en ook nog ,,de bijl aan de wortels van de Europese samenwerking gelegd'', zei hij.

De VVD'er Van Baalen vroeg Oostenrijk voortaan weer geheel als ,,normaal lid van de Unie'' te behandelen. De GPV'er Van Middelkoop vond dat Kok ,,wel iets uit te leggen'' had en noemde het rapport van de drie wijzen spottend ,,een braakpil voor de sociaal-democraten in Europa om van de maatregelen terug te kunnen komen''. Kok antwoordde daarop dat de Kamer zeven maanden geleden in grote meerderheid achter de maatregelen had gestaan zodat ,,wel meer mensen nu wat uit te leggen hebben''. Overigens vond ook hij dat Nederland zich nu niet ,,kneuterig'' jegens Oostenrijk mag opstellen. Maar waakzaamheid jegens de FPÖ blijft geboden, want met recht wijst het rapport van de drie wijzen erop dat die partij wortels heeft in het nationaal-socialisme, zei hij.

Nederland zal volgens Kok zijn uiterste best doen artikel 7 van het EU-Verdrag ter bestrijding van racisme in december op de EU-top in Nice verscherpt te krijgen en een Eurocommissaris met het toezicht daarop te belasten.