Ik was een icoon

Mariska Veres: ,,Ik was een jaar of zeventien en stond in de tram en Robbie van Leeuwen van de Motions stond aan het andere eind. Ik zong toen al. Ik dacht: `Nou, ik zou best willen dat hij eens een nummer voor mij schreef.' Dat durfde ik natuurlijk niet te vragen. Het was onze eerste ontmoeting.

Mijn vader kwam al voor de oorlog als leider van een groot zigeunerorkest vanuit Hongarije naar Nederland. Ze speelden in de betere restaurants in Den Haag.

Vanaf mijn tiende jaar wilde ik zangeres worden. Ik vond zingen heerlijk.

Ik verzamelde muziekprogramma's; op het dressoir in de woon kamer stond een grote bandrecorder. Je had radioprogramma's als Tijd voor Teenagers en ik nam alle plaatjes op die ik leuk vond. In de Muziek Expres stonden songteksten. Die knipte ik uit en plakte ik in dikke boeken. Al die teksten kende ik uit mijn hoofd. Het liefst zong ik Helen Shapiro, daar ging ik overheen zingen, dat was mijn toonsoort. De films met Caterina Valente vond ik prachtig. Zo romantisch! Je kwam uit de bioscoop en je voelde je in de wolken. Je was het zelf geworden. Zo van: `Ja, dat is het, dat wil ik ook.'

Op mijn vijftiende ben ik op zangles gegaan.

De zanglerares probeerde me klassiek te laten zingen. `Daar heb jij een goede stem voor.' Ik zei: `Nee, dat bedoel ik niet, ik wil alleen techniek leren.' En daar heb ik veel profijt van gehad want met Shocking Blue kwam het nooit voor dat ik mijn stem kwijt was, omdat ik hem goed wist te gebruiken.

In 1963 ben ik gewoon begonnen. Ik was zestien. Er stond een advertentie in de Haagsche Courant: Amateurgroep zoekt Zangeres. Het was in een nette buurt in Den Haag. Ik met mijn tekstboeken onder mijn arm er naar toe. De band heette Les Mysteres. Het waren studenten. Keurige jongens allemaal, geen onvertogen woord, daar hield ik wel van (ik heb later eens als gastzangeres bij een groepje gezongen en daar werd alleen het woord `lul' gebruikt). We deden mee aan een talentenjacht in Loosdrecht die door Herman Stok werd gepresenteerd. Ik zong Fever. Dat gaat van: Fever when you kiss me and fever when you hold me tight, en mijn moeder lachte zich rot. `Hoe kan jij nou in godsnaam zo'n liedje zingen?' Ik wist helemaal niet waar ik het over had. Ik dacht er niet bij na, ik vond dat liedje gewoon leuk en ik won de eerste prijs. Ik mocht een plaatje opnemen. Maar een solocarrière zoals Willeke Alberti of Anneke Gröhnloh wilde ik absoluut niet! Met een groep optreden, dat! was meer mijn stijl.

Later zong ik in Shocking Blue. Je zou zeggen: dat moet toch een hoogtepunt geweest zijn, maar op dat moment ervoer ik het niet. Je bent nog zo jong, het ging allemaal zo snel, je beseft het niet. Op het moment dat we met Venus nummer één stonden in Amerika, waren we in de studio in Blaricum alweer bezig met de volgende plaat. Er zou een groot feest gegeven worden maar daar was helemaal geen tijd voor. Ik werd vroeger wel eens wakker en dan dacht ik: `In welk land zit ik nu?' We hadden opgetreden in Zwitserland, in Italië en daarna gingen we een tournee maken in Zuid-Amerika en dan zaten we ineens in Caracas! Ik vond het allemaal even leuk. Ik ben gek op hotels.

Ik kom nu kerels tegen die zeggen: `Jij bent toch Mariska? Weet je dat je foto boven mijn bed hing? Ik was zo verliefd op je!' Ik zeg dan: `En dat hoor ik nu!' Toen dacht ik dat niemand me leuk vond. Niemand vroeg me uit. Ik was zeker te onbereikbaar... Ik was een icoon! Jongens dachten: `Zo'n doorgewinterde tante met van die leren pakken aan.' Nou, echt niet! Maar als ik nu die foto's bekijk... Ik zag er best goed uit. Ik ontwierp al mijn kleding en mijn moeder en mijn zusje zaten vaak tot diep in de nacht die pakken te maken. Maar ik was de onschuld ten top.

Er kwam in Groningen een keer een jongen naar me toe: `Wil je stuff kopen?' Ik dacht dat het dialect was en hij `stof' zei. Ik zeg: `Wat voor stof heb je dan?' Die gozer werd toch kwaad!

Ik dronk alleen thee en jus d'orange en een glaasje cola. Roken deed ik niet. Geen drank geen drugs, ook geen jongens! Ben nog heel lang maagd gebleven: `Heilige Mariska.' Ha ha ha.

In Israel hadden we een bodyguard. Ik dacht: `Is dat nou nodig?' We werden vanaf het vliegveld in een ambulance vervoerd, de fans wilden me betasten en grijpen. Het was ieder voor zich. Duidelijk. De manager lette wel goed op me. De jongens zelf niet, hoor! Natuurlijk niet. Maar ik kon heel goed op mezelf letten. Na een tournee kwam ik gewoon bij mijn ouders thuis, in mijn eigen bedje.

Robbie heeft alles op mij geschreven. Het was de goede tijd, het waren de goede liedjes en de goede personen. In 1983 is Shocking Blue uit elkaar gegaan. Het was geen dieptepunt of zo. Het was voor Robbie een hele zware druk: hij moest ieder jaar twee elpees afleveren en vier singles. Dat moest hij toch allemaal in z'n eentje schrijven.

Ik heb een tijdje jazz gezongen, maar als ik eerlijk moet zijn: hoe fijn het ook is om muziek te maken, je staat voor een habbekrats ergens in een cafeetje te zingen. Daar ben ik te verwend voor. En omdat ik geen zin heb om thuis te zitten niksen, heb ik een baantje erbij genomen in een call center. Ik bel mensen voor bedrijven, dingen vragen en zo en ik heb het ontzettend naar mijn zin. Als ik muziek wil maken, nou, dan neem ik gewoon een vrije dag.

Een half jaar geleden had ik een optreden in San Remo. We speelden het oude repertoire van Shocking Blue. Het publiek zong alles mee. Ik geniet er nu veel meer van dan vroeger.

Laatst nog een man bij Blokker: `Goh, Mariska Veres! Dat ik jou nou tegen kom, hoe is het mogelijk! Ik heb al jouw plaatjes! Mag ik je handtekening?' Dan voel ik me zo opgelaten, maar ik zeg altijd ja. Ik bedoel: je bent artiest en dankzij het publiek heb je dat succes bereikt en dat mag je nooit vergeten.

Ik zou nog wel eens met een zigeunerband willen zingen. Ik kan nog steeds geen platen van mijn vader horen, want dan is het janken, verschrikkelijk janken! Hongaren zijn het meest melancholieke volk. En ik heb natuurlijk Hongaars bloed.''