Ik blijf een Schot

Schrijfster Muriel Spark, nu 82, is een stilistische duivelskunstenares met een kritische blik op Engeland. ,,De echte snobs worden hoe langer hoe meer gemarginaliseerd.''

,,Noem me Muriel; ik ben blij dat ik geen mevrouw meer ben.'' Muriel Spark, gescheiden sinds mensenheugenis, stelt geen prijs op formaliteiten. Een paar jaar geleden werd ze geridderd wegens haar verdiensten voor de Britse literatuur, maar met `Dame' wil ze liever niet worden aangesproken. En ook met haar hoge leeftijd hoeft niemand rekening te houden – al kan Spark enige trots over haar 82 jaar niet onderdrukken. ,,Ik ben nu ouder dan de bejaarden over wie ik schreef in Memento Mori,'' zegt ze met een glimlach. ,,I beat them to it.''

Het even macabere als roerende Memento Mori was de roman waarmee Muriel Spark, geboren Camberg, in 1959 een breed publiek doordrong van haar talent om humoristische verhalen te vertellen over zware thema's als de nabijheid van de dood en de verleidelijkheid van het kwaad. Voor haar romandebuut The Comforters (1957) was zij al geprezen door Graham Greene en Evelyn Waugh, oudere schrijvers die net als Spark katholiek waren geworden en het geloof tot inzet van hun romans maakten. Met Memento Mori en de wrange zedenschets The Ballad of Peckham Rye (1960) groeide de in Edinburgh getogen schrijfster uit tot een van de gezichten van de Britse literatuur, een stilistische duivelskunstenares die om haar voorliefde voor metafysica zelfs een Schotse magisch-realist is genoemd.

Bij die laatste kwalificatie plaatst Muriel Spark nu een kanttekening. ,,In het begin van mijn carrière schreef ik inderdaad over mysteries, religie en het bovennatuurlijke. Maar al snel kwam ik erachter dat ik niet al te expliciet hoefde te zijn, mijn publiek kon best tussen de regels doorlezen. I could work my own magic.'' En als om te bewijzen dat ze in het dagelijks leven met beide benen op de grond staat, zal Spark even later vertellen hoe haar huis in Toscane kort geleden door de bliksem werd getroffen – ,,de klokkentoren werd geraakt terwijl ik net in de badkamer was'' – en dat ze dat niet opvatte als een voorteken, maar gewoon als een eigenaardigheid van het Italiaanse weer.

Na Memento Mori schreef Muriel Spark tientallen korte verhalen en zestien merendeels compacte romans, waarvan The Prime of Miss Jean Brodie en The Girls of Slender Means de bekendste zijn. Een van haar sterke punten was het ontleden van de burgerlijkheid en de hypocrisie van de Engelse samenleving; wat misschien verklaart waarom haar boeken uit de jaren zeventig – die zich afspeelden in Genève, New York en haar aangenomen vaderland Italië – minder indruk maakten. Maar telkens wanneer critici verklaarden dat Spark was uitgeschreven, kwam ze terug met een sterke roman; in 1988 met het licht-autobiografische A Far Cry from Kensington, over de uitgeverswereld van vijftig jaar geleden; in 1996 met het sarcastische Reality and Dreams, over de moderne filmwereld; en deze week met haar twintigste roman, Aiding and Abetting, opnieuw een `vintage Spark', over schuld, boete en arrogantie, geïnspireerd door een geruchtmakende moordzaak uit de jaren zeventig!.

Dior

Net als veel van haar personages is Spark altijd een ongrijpbaar figuur geweest. `Een raadsel gewikkeld in een mysterie, gekleed in het mooiste van Dior' noemde de Sunday Times de altijd elegant ogende schrijfster die zich slechts bij hoge uitzondering tot persoonlijke interviews liet verleiden. Des te bijzonderder is het wanneer Spark op een regenachtige juli-ochtend haar opwachting maakt tijdens het `Cambridge 2000 Seminar on Contemporary British Literature'. Samen met haar iets jongere levensgezellin Penelope Jardine is ze per auto uit Arezzo gekomen om voor te lezen uit haar werk en vragen te beantwoorden van schrijvers, journalisten en academici uit de hele wereld. Ze moest toch in Engeland zijn, zegt ze, voor familiebezoek en boekenbesognes. Niet dat het haar meevalt; ze was het Kanaal nog niet onderdoor of het slechte klimaat bezorgde haar een verkoudheid.

Spark loopt met een stok, maar haar geest blijkt vief als een kievit. In een openbaar gesprek met de voorzitter van het Seminar snelt ze ongedwongen door haar loopbaan. Over haar religieuze bekering, begin jaren vijftig: ,,Ik heb een joodse vader en een anglicaanse moeder, maar ik ben niet religieus opgevoed. Ik ben rooms-katholiek geworden omdat ik me de wereld zonder een God niet kon voorstellen, en vooral omdat ik graag wat morele orde in mijn leven wilde hebben.'' Over haar geworstel als beginnend romancier: ,,Als ik niet een maandelijkse toelage van Graham Greene had gekregen, had ik hier niet gezeten.'' Over haar verhuizing naar Rome, eind jaren zestig: ,,Italië was zo ongeveer de enige plaats waar ik niet achtervolgd werd door het succes van The Prime of Miss Jean Brodie, vooral toen het boek in 1969 met Maggie Smith verfilmd werd.'' Over haar pessimistische wereldbeeld: ,,Shakespeare zei al: de Hel is leeg en alle duivels zijn hier.'' En over haar compacte proz! a: ,,Hoe kleiner de woordenschat, hoe beter de schrijver – al hou ik erg van Henry James, als van een dronken familielid in de andere kamer.''

Even spits is Spark als haar gevraagd wordt wat ze vindt van de opleving van de Schotse literatuur in het spoor van Trainspotting van Irvine Welsh. ,,The Scottish Renaissance? I hope it's happening,'' zegt ze. Maar ze is wel gevleid door het feit dat jonge Schotse schrijvers als Candia McWilliam en A.L. Kennedy haar beschouwen als een rolmodel en jaloers zeggen te zijn op haar light touch, haar economische stijl en haar strenge ethiek. Later tijdens het Seminar zal de Noord-Schotse Ali Smith verklaren dat ze in haar romans en verhalen streeft naar wat Spark in The Prime of Miss Jean Brodie omschrijft als `the transfiguration of the commonplace': de herschepping (of zelfs de verheerlijking) van het doodgewone.

Oranje

Na het openbare gedeelte van het Seminar krijg ik Spark onder vier ogen te spreken, tussen twee regenbuien in, op een bankje in de tuin van het negentiende-eeuwse Downing College. Haar oranje kleren steken fel af tegen het groen van het grasveld en het gebroken wit van de neo-classicistische zuilengalerij op achtergrond. Als ze hoort dat ik uit Holland kom, merkt ze streng op dat haar laatste romans niet in het Nederlands vertaald zijn (,,En zeg niet dat iedereen in Nederland Engels leest''). Waarna ze geconcentreerd een aantal vragen beantwoordt over haar nieuwe roman, die gelukkig twee weken voor het gesprek in drukproef van de Nederlandse importeur is gekomen.

Aiding and Abetting, genoemd naar de juridische term voor medeplichtigheid, gaat over een vrouwelijke psychiater in Parijs die binnen een week twee patiënten krijgt die zeggen dat ze de sinds 1974 voortvluchtige moordenaar Lord Lucan zijn. Aangeven bij Interpol kan Dr Hildegard Wolf hen niet, omdat ze zelf wegens religieuze oplichting in Duitsland gezocht wordt, maar ze probeert er achter te komen wie de echte Lord Lucan is en raakt geheel geobsedeerd door de 25 jaar oude moordzaak.

Spark beklemtoont dat het geval-Lucan op feiten berust: ,,Dit was een man die zijn vrouw wilde vermoorden maar per ongeluk het kindermeisje doodsloeg. Hij zou vervolgens zelfmoord hebben gepleegd, maar zijn lichaam is nooit gevonden – en in de jaren daarna waren er steeds mensen die claimden dat ze hem ergens waren tegengekomen. Zo'n moderne mythe intrigeert me.'' Vanzelfsprekend zette Spark het verhaal naar haar hand, zodat het een laconiek geschreven tragikomedie werd over goed en kwaad, Engeland en Schotland, aristocratie en beschaving.

Lucan is een verwerpelijke figuur, net als de verwende regisseur in Reality and Dreams, de fascistoïde lerares in Jean Brodie, of de duivelse intrigant in Peckham Rye. Heeft Spark een voorkeur voor onsympathieke hoofdpersonen?

,,Ik zal het niet ontkennen: Lucan is meedogenloos en verschrikkelijk arrogant. He had everything and he threw it all away. Dat maakt hem interessant, want zoals een van mijn favoriete schrijvers, kardinaal Newman, schreef: een roman zonder het Kwaad is onmogelijk. Aan de andere kant wemelt het in mijn romans ook van de sympathieke personages; zo zou ik Hildegard, die in haar jonge jaren veel geld verdiende door te doen alsof ze maandelijks werd getroffen door de heilige stigmata, best in het echt willen ontmoeten. Eerlijk gezegd maakt het me niet uit of mijn romanfiguren aardig of onaardig zijn, zolang hen maar iets iets overkomt dat de moeite van het vertellen waard is.''

Voor een schrijfster die zichzelf als een soort medium beschouwt (,,Ik hoor stemmen tijdens het schrijven, mijn plots worden als vanzelf door de personages voortgestuwd''), kiest Spark opvallend vaak voor de alwetende verteller. Ook in Aiding and Abetting wisselt ze onbekommerd van perspectief, goochelt ze met vooruitwijzingen en flashbacks, en strooit ze met zinnetjes als `onthoud die naam' en `dit zeiden ze altijd'. ,,En dat niet alleen,'' voegt Spark daar aan toe. ,,Soms maak ik schandelijk misbruik van de almacht van de schrijver. Neem de dubbelganger van Lucan. Die heb ik niet alleen het verhaal ingebracht om te verklaren waarom de Lord na zijn vlucht op zoveel plaatsen in de wereld gesignaleerd kon worden; maar ook om hem op een ironische manier aan zijn eind te laten komen. Als hij na zijn ontmaskering naar Afrika vlucht en zijn dubbelganger wil laten vermoorden, wordt hij door zijn eigen handlangers per vergissing doodgeslagen – net als het kindermeisje.''

Frankenstein

Spark, die haar carrière begon met literaire kritieken en een biografie van Mary Shelley (,,of Frankenstein fame''), beaamt dat ze zich het liefst met fictie bezig houdt. ,,Ik heb veel plezier beleefd aan het schrijven van mijn autobiobiografie [Curriculum Vitae, 1992] en heb nog steeds een tweede deel in de pen. Maar bij non-fictie kun je niets op papier zetten zonder het aan documenten te toetsen. In fictie kun je doen wat je wilt, je hoeft je alleen te houden aan de wetten van waarschijnlijkheid. En je moet zorgen dat de achtergronden kloppen. Voor Memento Mori heb ik flink wat onderzoek gedaan naar het leven in een verpleegtehuis. Ik leek Coleridge's `Ancient Mariner' wel: ik hield iedereen staande van wie ik ook maar iets wijzer kon worden.''

Een van de thema's van Aiding and Abetting is de arrogantie van de Engelse aristocratie. Spark maakt tussen de regels pijnlijk duidelijk dat Lucan allang zijn verdiende loon zou hebben gehad als hem niet de hand boven het hoofd was gehouden door zijn adellijke vriendjes, zijn financiële `aiders and abetters'. Tegelijkertijd laat ze een van de romanpersonages constateren dat er sinds 1974 wel het een en ander in de Engelse samenleving veranderd is: `We zijn niet meer dezelfde mensen die we een kwart eeuw geleden waren (-) We kunnen het ons nu eenmaal niet meer veroorloven om snobs te zijn.' Is de schrijfster het daarmee eens?

,,Het heeft zijn voordelen om in het buitenland te wonen; je ziet sommige dingen scherper van een afstand. Vijfentwintig jaar geleden was ik op een feest in Engeland, waar vrolijk gelachen werd toen iemand het verhaal van Lord Lucans moord-na-persoonsverwisseling vertelde. Dat zou tegenwoordig niet meer gebeuren – de sympathie zou uitgaan naar het kindermeisje en niet naar de blunderende Lord. De Engelse klassenmaatschappij is goddank ter ziele, de mensen worden niet langer gescheiden door afkomst en geboorte, maar door intelligentie en handigheid. De echte snobs worden hoe langer hoe meer gemarginaliseerd. Zelfs in Amerika heerst meer klassebewustzijn dan in Groot-Brittannië.''

Je zou bijna denken dat er vooruitgang is in de wereld. Is Muriel Spark een optimist met een late roeping?

,,Ach nee, ik blijf een Schot: wantrouwig ten opzichte van de wereld, maar met genoeg irony and wit om haar te lijf te gaan. Bovendien geloof ik in de onuitroeibaarheid van het kwaad, ongetwijfeld een gevolg van de Schots-gereformeerde school die ik bezocht en de oorlogsretoriek van de jaren veertig. Als er één isme is dat ik aanhang, dan is het moralisme. Juist in een wereld waarin alle normen en waarden als relatief worden afgedaan, is er plaats voor moral writers. Er is goed en er is kwaad, en het heeft geen enkele zin om net te doen of alles grijs is. De lezers hebben nu eenmaal graag iets om zich aan vast te klampen.''

Muriel Spark: Aiding and Abetting. Uitg. Viking, 182 blz. Prijs: 9 pond 99. Alle andere romans van Muriel Spark zijn verkrijgbaar als Penguin-pocket.