Het heilig geloof in een dure standaard

Wat is toch `UMTS', waar telecombedrijven miljarden voor over hebben? In Nederland zijn de mobiele operators volop bezig met de voorbereidingen voor deze geavanceerde vorm van mobiele telefonie. De onderzoeksafdeling van KPN moet bewijzen dat de miljardeninvesteringen niet vergeefs zijn geweest.

In de deuren van KPN Research, het onderzoekslaboratorium van KPN in Leidschendam, staat nog steeds het oude logo van de PTT gekerfd, een verwijzing naar het staatsverleden van het telecombedrijf. Het pand is op de momumentenlijst geplaatst, maar de mensen tussen deze muren houden zich bezig met de allernieuwste ontwikkelingen op het gebied van telecommunicatie. Onder meer met UMTS, de toekomstige standaard voor mobiele telefonie en de opvolger van GSM, de belangrijkste standaard van dit moment.

In juli verdeelde de Nederlands overheid vijf vergunningen voor het gebruik van de UMTS-standaard tijdens een zeer omstreden veiling. De Nederlandse veiling leverde 5,9 miljard gulden op, veel minder dan in de buurlanden Duitsland en Groot-Brittannië. De Tweede Kamer heeft een debat geëist en stelt mogelijk een extern onderzoek in naar ontwerp van de Nederlandse veiling.

De bedrijven die in Nederland een vergunning hebben weten te bemachtigen, kregen deze begin augustus onder het genot van een glaasje champagne overhandigd op het ministerie van Verkeer en Waterstaat. De voorbereidingen voor UMTS zijn in volle gang, want begin 2003 moet het netwerk operationeel zijn in de gebieden rond de grote steden, zo is met de overheid afgesproken.

Telecombedrijven overal ter wereld hebben er miljarden voor over om de UMTS-standaard te mogen gebruiken. Dat is opmerkelijk, omdat het nut en de potentie ervan nog nauwelijks zijn bewezen. Ook KPN gelooft heilig in UMTS. Voor de aankoop van vergunningen in Groot-Brittannië, Nederland en Duitsland zette het bedrijf zkredietwaardigheid op het spel. Het is nu aan de onderzoekers om te bewijzen dat dit geloof ergens op is gestoeld. KPN Research werkt met een budget van 135 miljoen gulden. Ongeveer een kwart van de 425 medewerkers in Leidschendam houdt zich bezig met mobiele telefonie.

KPN heeft mogelijk een voorsprong op de concurrentie dankzij de samenwerking met NTT Docomo, het grootste mobiele belbedrijf van Japan. NTT Docomo heeft een eigen oerversie van de UMTS-telefoon gelanceerd, i-mode, en heeft hiermee in eigen land een ware rage ontketend. Vorige maand streek een Japanse delegatie neer in Leidschendam die inmiddels weer huiswaarts is gekeerd.

De samenwerking met NTT Docomo brengt ook een belangrijk financieel voordeel met zich mee. Het Japanse telecombedrijf staat aan de wieg van W-CDMA, de techniek die bij UMTS wordt toegepast. Daardoor is het bedrijf in het bezit van allerlei patenten, die KPN tegen een vriendenprijsje mag gebruiken.

De onderzoekers van KPN Research denken niet dat het uitgooien van een virtueel hengeltje – een populair computerspelletje in Japan – heel erg zal aanslaan bij de Nederlandse gebruiker van de mobiele internet-telefoon. Maar wat dan wel?

Hans de Graaff overhandigt een palmtop (een kleine laptop) met daarop – met plakband – een kleine internetcamera, of webcam, gemonteerd. ,,Met deze constellatie simuleren we een UMTS-toestel'', zegt hij. De Graaff en zijn collega's bedenken en simuleren diensten die mogelijk via een UMTS-telefoon zouden kunnen worden aangeboden.

Een van de laatste creaties is een interactieve stadsplattegrond. De beller kan hier op elk moment op zien waar hij zich bevindt en wat er zoal in de buurt te beleven valt. Het apparaat kan ook worden gekoppeld aan die van anderen, zodat je als groep uit elkaar kunt zwermen, en toch weet waar iedereen zich bevindt. Je kunt elkaar via een ingebouwd cameraatje of fototoestel ook laten zien hoe de omgeving er uit ziet. De onderzoekers stuiten hierbij op allerlei praktische problemen. Zo kan er straks met bijbehorend beeld worden getelefoneerd. Maar hoe weet de beller dat hij zijn webcam goed richt? ,,Hou 'm iets hoger'', roept De Graaff. ,,Ik zie nu maar de helft van je gezicht.''

Fabrikanten van apparatuur verdringen zich om de basisstations te mogen leveren voor UMTS. Ericsson, de Zweedse fabrikant van telefonie-apparatuur, is twee weken geleden als eerste neergestreken in Leidschendam met een proefopstelling van een UMTS-centrale. Aan de toren bovenop het KPN-laboratorium is met een kraan een UMTS-antenne bevestigd. Inmiddels is daar boven een antenne van het Amerikaanse Lucent gehangen. Ook Lucent krijgt zo de kans om een lucratieve en langlopende order binnen te halen.

De onderzoekers van KPN onderwerpen de apparatuur aan grondige tests en vergelijkingen. Op het dak, vlakbij de antenne, staat in een cabine een mobiel toestel ter grootte van een keukenkast opgesteld. Het gaat om een experimenteel toestel: het apparaat is als het ware uit elkaar getrokken tot allerlei losse componenten, waardoor de onderzoekers kunnen zien hoe het zich gedraagt.

De uiteindelijke UMTS-telefoon wordt veel kleiner. ,,Zo groot als je wilt'', zegt Toon Norp van KPN. Bij UMTS gaat het niet alleen meer om spraak maar ook om beelden. ,,Sommigen zullen tevreden zijn met een zakformaat, anderen willen een groter computerscherm.'' Het UMTS-apparaat zal verschijnen in allerlei maten en soorten, voorspelt Norp.

Het andere proeftoestel staat beneden op de parkeerplaats in een busje. In de bestelwagen is het constante gezoem van de koelingsinstallatie te horen. De overdaad aan elektronica produceert heel veel warmte. De eerste proefrit is begin deze maand gemaakt. ,,Vanaf het laboratorium totaan het hoofdkwartier van KPN Mobile ging het prima, in de buurt van de Scheveningse gevangenis ontstonden problemen'', zegt Norp. Een afstand van zeven kilometer. Niet slecht voor een eerste proefrit, vinden de onderzoekers.