G'day mate

Wat jammer dat Anky van Grunsven vandaag niet zittend op haar paard de Nederlandse vlag het Olympisch Stadion van Sydney heeft binnengedragen. Als je als Nederlandse ploeg echt had willen opvallen, had juist dát moeten gebeuren. Het zou een unicum zijn geweest in de lange olympische historie. Anky had het zelf ook best gewild. Ze rijdt liever dan ze loopt. Sydney was bovendien een prachtige plek voor zo'n stunt. Want in de sport vinden de Australiërs niets te gek. Normaal zijn ze hier aan de andere kant van de wereld toch wat preuts en behoudend, maar als het sport betreft, gaan alle remmen los. Zo stonden veel Australische olympiërs in de aanloop naar de Spelen poedelnaakt in magazines, om zo de aandacht op zich gevestigd te krijgen.

Aanvankelijk leek het met de sportgekte in Australië wel mee te vallen. Het enthousiasme over de Spelen in eigen stad daalde bij de inwoners van Sydney de afgelopen maanden flink. Ze hadden genoeg van alle verbouwingen, verordeningen en prijsstijgingen. Er waren ook nog veel kaarten voor de olympische wedstrijden te koop. In die sfeer is het logisch dat je je bij aankomst in Sydney afvraagt wat een stad bezielt om de Olympische Spelen te organiseren. Waarom al die stadions en hallen bouwen, waarom al die moeite? Die vragen werden de afgelopen dagen beantwoord. 's Ochtends vroeg al stonden de mensen geduldig in lange rijen voor de kassa's van de verkooppunten van de resterende kaarten. En toen het olympisch vuur gisteren het centrum van de stad werd binnengedragen, stond een miljoen enthousiaste mensen langs de kant. Sydney was een gekkenhuis en de Spelen moesten nog beginnen. Nu weet ik het ook zeker: we gaan twee prachtige sportweken tegemoet.