Eendagsvliegen in New York

Het werk van David Leavitt heeft al verschillende malen aanleiding gegeven tot een literaire rel. In het verhaal `The Term Paper Artist' (gepubliceerd in de verhalenbundel Arkansas) figureerde een karakter genaamd David Leavitt, die aan een universiteit papers voor mannelijke studenten schreef in ruil voor seks. Ondanks de gelijknamigheid tussen auteur en hoofdpersoon was het verhaal – dat geweigerd werd door Esquire uit vrees de adverteerders af te schrikken – niet autobiografisch. Na het verschijnen van de roman Terwijl Engeland Slaapt werd Leavitt door Stephen Spender van plagiaat beschuldigd en werd het enige tijd stil rondom hem.

Leavitts nieuwste roman Martin Bauman – a Novel kan worden gelezen als een apologie waarin Leavitt zichzelf, maar vooral zijn carrière lijkt te willen verklaren of, je zou bijna zeggen: lijkt te willen excuseren.

Het is onmogelijk om de overeenkomsten tussen hoofdpersoon Martin Bauman en David Leavitt te negeren. De hoogtepunten uit Baumans carrière vallen zonder moeite te herkennen als de mijlpalen uit de loopbaan van Leavitt. Zo zijn daar het debuut in `the magazine' – het dermate bekende literaire tijdschrift dat het overbodig is om het bij name te noemen (Leavitt debuteerde in The New Yorker) en bevat Martin Bauman tal van verwijzingen naar scènes uit Equal Affections. Daar moet aan worden toegevoegd dat de roman geen nieuw licht op Leavitts eerdere werk werpt. Het ongeëvenaarde Equal Affections uit 1989, met zijn levendige karakters en ijzersterke verhaal, krijgt niet meer diepgang wanneer je weet dat Leavitt helemaal niet aanwezig was bij het sterven van zijn moeder.

Niet de persoon David Leavitt lijkt echter de voornaamste inspiratiebron te zijn geweest voor Martin Bauman, maar de auteur Leavitt. Leavitts alter ego Martin Bauman vertelt hoe hij in de jaren tachtig zijn doorbraak beleefde als student van de beroemde en gevreesde Stanley Flint – die een masterclass voor jonge schrijvers gaf – en hoe daarna zijn carrière in de versukkeling raakte. Leavitt beschrijft uitvoerig en niet zonder venijnige humor het literaire New-Yorkse wereldje, waar het wemelt van de wannabee-schrijvers, die, na een debuut dat als een bom is ingeslagen, rondwaren op de literaire party's en hopen dat de inspiratie nog een keer zal toeslaan.

Wanneer je Martin Bauman leest als commentaar van Leavitt op zijn eigen schrijverscarrière, word je onvermijdelijk getroffen door de verontschuldigende en ook wat teleurgestelde toon van het boek. Leavitt schildert Bauman af als iemand die bereid is tot zo ongeveer elke denkbare literaire concessie, als het maar succes oplevert. Als lezer denk je natuurlijk meteen aan de plagiaat-beschuldigingen aan Leavitts adres, hoewel het verhaal hierop niet zinspeelt. Het is opvallend hoe weinig vrucht deze slaafse houding afwerpt. Bauman evenaart nooit meer de impact van zijn eerste publicaties.

Martin Bauman zet zijn eerste schreden op het schrijverspad in een schrijversklas onder leiding van Stanley Flint. Flint is een uitgever die in het wereldje beroemd is om zijn feilloze neus voor schrijverstalent en zijn waanzinnige, opzettelijke gebrek aan tact. `This is crap. You will never be a writer. Please leave,' zegt hij dikwijls na nog geen halve minuut. Martin komt wekenlang niet verder dan het voorlezen van de eerste zin van zijn verhalen, om vervolgens door Flint onderbroken te worden, maar uiteindelijk heeft hij een verhaal geschreven dat de toets der kritiek kan doorstaan. Maar, zo biecht Bauman ons op: `Tactics, more than I care to admit today, dedicated my decision to write that particular story. I wanted to please my teacher. I was a revolting example of the ``teachers' pet''.' Als dat ook voor Leavitt zelf geldt, kunnen we Leavitts muze – wie dat dan ook geweest mag zijn – alleen maar dankbaar zijn voor het vroege werk waartoe hij Leavitt heeft ! weten te inspireren.

Leavitt tekent zijn hoofdpersoon niet alleen als iemand die in literair opzicht alles doet wat nodig is om succes te oogsten, maar ook in zijn dagelijks leven zo te werk gaat. In tegenstelling tot personages in zijn eerdere werk is Martin Bauman geen warme persoonlijkheid, maar een wat vlakke jongen. Zijn liefdesleven verloopt langs merkwaardig planmatige paden en met zijn plichtmatige beschrijvingen van Martins homoseksualiteit maakt Leavitt duidelijk dat het niet zijn bedoeling is de lezer te ontroeren. Ook voor Martin zelf is zijn homoseksualiteit vooral een welkome inspiratiebron. Zijn debuut behandelt zijn coming out, nog voor hij het zijn ouders heeft verteld. `Mom, Dad, guess what? I'm coming out in the magazine.'

Behalve als scherp en weinig geflatteerd zelfportret van de schrijver als jonge man is Martin Bauman ook een zedenschets van de zelfingenomen New-Yorkse culturele elite. Voor Bauman en zijn vrienden vormt New York het centrum van de wereld; hun leven bestaat uit lamlendige middagen op de bank met de herhalingen van I love Lucy op de televisie, schrijversfeestjes, telefoongesprekken over wie het met wie doet en hoe hoog het voorschot was en wie er homo is of toch hetero is geworden. En uit schrijven natuurlijk; hun eigen beperkte bestaan vormt de voornaamste inspiratiebron voor hun boeken. Als om het contrast met deze literaire eendagsvliegen te benadrukken, bedient Leavitt zich van een prachtige, rijke schrijfstijl met lange, literaire zinnen en archaïsche woorden. Martin Bauman glijdt daardoor naar binnen als een romige milkshake.

Leavitts sleutelroman kan worden gelezen als een excuus voor zijn eigen leven en carrière