ECB pleegt non-interventie

Met de interventie van gisteren, die niet zo mag worden genoemd, lijkt ECB-president Duisenberg hooguit een weekje rust te hebben gekocht voor de euro.

,,Heren van de jury! Chicolini hier mag er uitzien als een idioot, en klinken als een idioot, maar laat u niet bedotten: hij ís ook een idioot.'' Groucho Marx, hier geciteerd uit Duck Soup (1933), had het president Duisenberg van de Europese Centrale Bank gisteren niet kunnen verbeteren. Wat de ECB op de valutamarkt deed mocht er dan uitzien als een interventie in de euro-dollarkoers, en het effect hebben van een interventie in de euro-dollarkoers, maar vergis u niet: het wás ook een interventie in de euro-dollarkoers.

Al wekenlang gonst het van de geruchten dat de ECB op het punt staat met steunaankopen de daling van de euro te stuiten. Vandaar dat het bericht dat de centrale bank gisteren de wereld in stuurde, aanvankelijk met een schok werd ontvangen. De centrale bank kondigde aan om 2,5 miljard euro aan buitenlandse deviezen, voornamelijk dollars, vanaf vandaag op de markt te brengen. Dit bedrag is de rente op die deviezen die sinds begin 1999, toen de euro werd ingevoerd, is verdiend op de reserves van de ECB, die rond 42 miljard euro bedragen.

Dat er overtollige buitenlandse deviezen door centrale banken op de valutamarkt worden verkocht is niets nieuws. De nationale centrale banken van het eurosysteem hebben nog goud- en deviezenreserves in huis die samen een veelvoud zijn van de reserves van de ECB zelf. Alleen al de Nederlandsche Bank heeft er 20 miljard. Dat is al veel te veel, en de extra opbrengsten die centrale banken aan rente binnenkrijgen worden voortdurend op de markt verkocht, zonder dat daar ruchtbaarheid aan wordt gegeven.

Nieuw is wel dat de ECB gisteren de verkoop expliciet aankondigde. Direct daarna schoot de eurokoers, die juist weer daalde in de richting van zijn diepterecord van 0,8545 dollar, omhoog naar 0,8740 dollar. In de loop van de dag zakte de koers weer terug, maar bleef vanmorgen rond de 0,8650 dollar steken.

Duisenberg zei gisteren dat de actie geen interventie mag worden genoemd. Het was een technische maatregel, waartoe de raad van bestuur twee weken geleden ter vergadering besloten had. Wel gaf hij toe dat de verkopen de eurokoers in ieder geval `geen kwaad doen'. Dat het woord `interventie' niet mag vallen is begrijpelijk. Op de valutamarkt heerst de overtuiging dat er weliswaar ingegrepen kan worden door de ECB in de eurokoers, maar dat dit een riskante zet zou zijn. Mocht die interventie zonder succes blijken, dan heeft de centrale bank zijn geloofwaardigheid verspeeld, en staat weinig een nog verdere koersval van de euro in de weg.

Vandaar de pseudo-interventie van gisteren. Zo kon de ECB een teen in het water steken, zonder er meteen helemaal in te hoeven springen. Dat 2,5 miljard euro onvoldoende is voor een succesvolle interventie op de valutamarkt, is overigens maar ten dele waar. Volgens gegevens van de Bank voor Internationale Betalingen is het dagelijkse handelsvolume van alleen al de euro-dollartransacties op de valutamarkt zo'n 130 miljard dollar. Daarbij vergeleken valt een bedrag van 2,5 miljard gespreid over een aantal dagen in het niet, maar dat geldt ook voor 10 miljard – de gangbare omvang van een `echte' interventie.

Veel meer gaat het om de psychologie. Dat de Europese ministers van Financiën afgelopen weekeinde samen met niets meer kwamen dan een variant op de mantra over de euro die zij nu al ruim een jaar opzeggen, ondermijnde de eurokoers deze week verder. De markt zal er, vanuit het oogpunt van de centrale bank, van overtuigd moeten worden dat het innemen van posities tegen de euro niet langer zonder daadwerkelijke risico's is. Dat is voorlopig wel gelukt, gezien de roerloosheid van de eurokoers vanmorgen.

Een daadwerkelijke verandering van de euro-psychologie op de valutamarkt vergt meer dan dat. Het aantal malen dat de Bank van Japan eigenhandig de koers van de yen heeft proberen te beïnvloeden in de laatste vijf jaar is niet te tellen. Onontbeerlijk is de steun van de twee grote partners in de wereldeconomie. Voor de euro zijn dat Japan en de VS.

Dat vereist dat volgende weekeinde, als de top van de wereldeconomie bijeenkomt bij het Internationale Monetaire Fonds en in de belendende G7-ontmoeting, er overeenstemming is – of kundig wordt geveinsd – over de wisselkoersen.

Het hoogste dat Duisenberg met de actie van gisteren kan hebben bereikt, is dat het in de aanloop een beetje rustig blijft op de valutamarkt.