Duitse neerlandici willen eigen literatuurgeschiedenis

Een groep in Duitsland werkzame neerlandici verzet zich tegen het voornemen van het Nederlands Literair Produktie- en vertalingenfonds om de vorig jaar verschenen Histoire de la littérature néerlandaise in het Duits te vertalen. Zij willen zelf een overzichtswerk maken.

Daarvoor gaan zij subsidie aanvragen bij de Nederlandse Taalunie en bij de Duitse wetenschapsorganisatie DFG. Volgens Ralf Grüttemeier, hoogleraar Nederlands aan de universiteit in Oldenburg, is de Franse uitgave niet geschikt voor vertaling in het Duits. Het boek is te dik (900 bladzijden), er ligt geen duidelijke wetenschappelijke visie aan ten grondslag en het houdt te weinig rekening met de behoeften van de Duitse doelgroep. ``Zo staat er geen woord in over Het volgende verhaal van Cees Nooteboom'', zegt Grüttemeier ``Terwijl dat boek het begin vormde van de recente doorbraak van de Nederlandse literatuur in Duitsland.'' Hij vindt dat het Produktiefonds te weinig gebruik maakt van de expertise van neerlandici buiten Nederland. Het franstalige handboek is gemaakt door een redactie met onder anderen de hoogleraren Frits van Oostrom en Jaap Goedegebuure.

Rudi Wester, directeur van het Produktiefonds, betreurt het initiatief van de Duitsers. ``Ons plan is om deze uitgave aan te passen aan de Duitse markt, door bijvoorbeeld passages over contacten tussen Nederland en Frankrijk te vervangen door Duitse voorbeelden. Bovendien willen we het hoofdstuk over de periode na de Tweede Wereldoorlog laten herschrijven door een neerlandicus uit Duitsland.''

Inmiddels heeft Wester het boek ter vertaling aangeboden bij een Duitse uitgever. Zij hoopt dat de Duitse neerlandici hun plannen niet zullen doorzetten. Dat zou volgens haar neerkomen op verspilling van belastinggeld. Grüttemeier is het daar niet mee eens: ``Het omwerken van het bestaande boek zou zoveel werk zijn, dat het uiteindelijk efficiënter is een nieuw boek te maken.'' Dat zou volgens hem niet langer moeten zijn dan 400 bladzijden en vergezeld moeten gaan van een website waarop aanvullende informatie staat.