Draken en draakjes (1)

In de boeken van Harry Potter komen veel magische dieren voor. Hebben die echt

bestaan? Bestaan ze nog steeds? Frans van der Helm zocht in honderden jaren

oude beestenboeken naar

de waarheid over fabeldieren bij Potter.

,,Jemig, wat zou ik graag een draak willen hebben.'' Al bij de allereerste ontmoeting met Harry vertelt Hagrid dat. Hij werkt er ook aan. Hagrid raadpleegt ijverig - en een beetje stiekem - boeken bij de bibliotheek. Zoals De Draken van Groot-Brittannië en Ierland en Van Ei tot Inferno: Een Praktisch Handboek voor Drakenfokkers. Eén neemt hij zelfs mee naar huis: Drakenfokken als Broodwinning en Tijdverdrijf. Het is al wat verouderd, maar hij weet eruit dat je een ei in het vuur moet leggen. Omdat de moeder er zelf op zou ademen om het warm te houden.

,,Geen twee eenhoorns, feniksen of draken zijn hetzelfde,'' zegt de heer Olivander, Maker van Exclusieve Toverstokken, in HP 1 (Harry Potter en de Steen der Wijzen). En zo is het maar net. Vooral de ene draak is de andere niet. Er waren vanoudsher veel verschillende draken, met ieder zijn eigen gebied. In Harry Potters wereld zijn die er nog wel. Zoals alleen al in Engeland: de Gewone Groene Huisdraak uit Wales en de Schotse Zwartkop. (In de nieuwe Harry Potter, deel 4, De Vuurbeker, die dit najaar in de Nederlandse vertaling verschijnt, spelen draken ook een belangrijke rol). Het bestaan van draken wordt geheim gehouden en verdoezeld voor Dreuzels. En Hagrid's eigen ei is van een Noorse Bultrug. Een bijtgrage en vuurgevaarlijke soort. Noorse Bultrug Norbert zal later worden uitgezet in Roemenië. Eigenlijk hoort die daar natuurlijk niet. Het is hetzelfde als de Tasmaanse Buidelduivel uitzetten in Appelscha.

Sinds het Drakenfokverbod van 1709 is het de dieren ook in Harry Potters wereld slecht vergaan. Maar ze verdwenen niet. Er bleven nog veel illegale draken. Er zijn zelfs drakendealers. In hele draken. En in onderdelen; een onsje drakenlever kost er soms wel zeventien sikkels. Ook bleven ze erg in trek als een soort chique waakhonden. De kluis van Goudgrijp wordt bijvoorbeeld, zo zegt men, bewaakt door draken.

Over draken is ook in de gewone wereld veel geschreven. En er is dan ook veel verwarring. In heel oude boeken kun je met 'draak' nog veel kanten uit. Vaak was het alleen maar een andere naam voor 'groot reptiel'. Een krokodil of grote slang is dat ook. Pas later kwamen er meer eisen, zoals het vuurspuwen, en kon niet zomaar iedereen zich meer draak noemen. In de Middeleeuwen schreef iemand: 'DRACO de Draak is de grootste van alle slangen, en eigenlijk van alle levende wezens op aarde. Als deze draak zijn grot uitkomt verheft hij zich ten hemel, de lucht om hem heen zet hij in vuur en vlam. Hij heeft een kam, en een smalle bek waar hij regelmatig zijn tong uit steekt. Zijn kracht schuilt niet in zijn tanden, maar in zijn staart. Hij brengt eerder verwondingen toe door te slaan dan door te steken. Dus wat gif betreft kan hij geen kwaad. Hij doodt iemand door zich om hem heen te winden. Zelfs de olifant is met zijn grote lichaam is niet veilig voor hem. Want de draak gaat lang! s de paden waarlangs de olifanten gewoonlijk slenteren in een hinderlaag liggen, werpt hun poten in de knoop met zijn staart en doodt ze door verstikking.'

Dit soort draken had dus veel weg van onze grote wurgslangen, zoals boa constrictors. Reuzenslangen, die je met hun hele lichaam omhelzen en de adem uit je persen. Maar bij echte draken hoorden ook vleugels, en de meeste konden vuurspuwen.

Hiernaast zie je een oud plaatje van een onschuldig uit zijn ogen kijkende draak. Zo een zou ik ook wel willen hebben. Maar daaronder zie je hoe diezelfde draak een ouderwetse olifant aanvalt. Daar is vroeger ook een populair gedicht over geschreven. Eerst lijkt, na een machtig gevecht, de draak het van de olifant te winnen. Hij windt zich om zijn mond en slurf - en verstikt hem. Maar zijn vreugde om de overwinning duurt niet lang. De olifant valt dood om, en verplettert de draak. Dieren die elkaar te gronde richten, dat vinden mensen altijd wel leuk. De popliedjes van vroeger gingen er vaak over.

Olifanten hadden het dus niet op draken. 'Als een vrouwtjesolifant haar jong krijgt, houdt de vader-olifant de wacht over haar, want er is een bepaalde draak die olifanten vijandig gezind is.' Die probeerde de vader-olifant dan te vertrappen.

Draken aten van alles. Zelfs duiven. De duiven in India hadden daar wat op gevonden - ze gingen in een bepaalde boom zitten. Draken waren doodsbang voor die boom, en vooral zijn schaduw. Maar een draak had meer aan zijn hoofd dan alleen maar olifanten, duiven en gevaarlijke bomen. Boerende panters bijvoorbeeld. Daarover de volgend keer.

Wordt vervolgd