Doorschuiven

,,Ik kan makkelijk zeggen dat het prachtig was'', zei Bram van der Vlugt zondag, toen hij de Louis d'Or voor de beste acteursprestatie van het afgelopen seizoen in ontvangst nam, ,,want niemand van jullie heeft het gezien.'' Hij doelde op zijn bekroonde hoofdrol in Kopenhagen, dat in de regie van Peter Tuinman werd gespeeld bij het Noord Nederlands Toneel. De voorstelling ging eind september vorig jaar in première in de Machinefabriek in Groningen en bleef daar een paar weken staan, waarna nog een korte tournee door het land volgde, tot eind november.

Van der Vlugt had gelijk; alles bij elkaar zullen slechts enkele duizenden mensen hebben gezien waaraan hij die Louis d'Or te danken had.

Het is heel wat makkelijker Copenhagen in Londen te zien. Daar ging het stuk eind mei 1998 in première in het gesubsidieerde National Theatre. Vervolgens werd het overgeheveld naar het Duchess Theatre, een van de vele commerciële schouwburgen in Londen, waar het tot op de dag van vandaag volle zalen trekt. Ondanks het feit dat er geen sterren in spelen (Bram van der Vlugt is in Nederland, dankzij de televisie, heel wat bekender dan zijn Engelse collega David Baron) en dat het onderwerp zich op het eerste gezicht evenmin in een grote populariteit mag verheugen. De auteur Michael Frayn baseerde zijn stuk immers op een ontmoeting tussen de atoomfysici Niels Bohr en Werner Heisenberg in 1941 in het bezette Kopenhagen en de nog altijd niet beantwoorde vraag wat deze twee onder die omstandigheden hebben besproken. Het kan niet anders of de blijvende toeloop van het Britse publiek is veroorzaakt door mondreclame, want Copenhagen blijkt een fascinerend vlechtwerk te zij! n van speculaties, dilemma's en aan zekerheid grenzende veronderstellingen. De schrijver en zijn personages denken hardop na, en de zaal denkt mee.

Maar zoals Van der Vlugt zei: aan het Nederlandse theaterpubliek is het stuk goeddeels voorbijgegaan. Net als, bijvoorbeeld, de spitse komedie Art van Yasmina Reza, die in Nederland weliswaar al in drie verschillende versies is gespeeld (onder de titel Kunst), maar telkens veel te kort om werkelijk indruk te maken. In tegenstelling tot Londen, waar de voorstelling al vier jaar, in een regelmatig wisselende bezetting, avond aan avond in hetzelfde theater te zien is. Zo ontstaat mondreclame.

In kleine kring heeft de toneelproducent Wim Visser, die eind dit jaar zijn impresariaat sluit om adjunct-directeur bij Carré te worden, al eens bepleit om geslaagde voorstellingen van een gesubsidieerd gezelschap na de vastgelegde speelperiode over te dragen aan een producent uit de vrije sector, zoals in Londen met Copenhagen en Art is gebeurd. Natuurlijk laat het Nederlandse bestel zich niet vergelijken met het Engelse systeem van niet-gesubsidieerde voorstellingen in niet-gesubsidieerde theaters. Maar een goed idee is het wel. Een zelfstandig producent heeft de expertise om zo'n stuk, al of niet in een gewijzigde bezetting, aan een breder publiek voor te zetten. Bram van der Vlugt is bekroond voor een rol in een voorstelling die veel te snel van het toneel verdwenen was. Dat is meer dan kapitaalvernietiging, dat is kunstvernietiging.