Demonenwerk bij de nonnen

Begin oktober wordt de eerste Nobelprijs voor literatuur van de nieuwe eeuw uitgereikt. Niet alle eerdere winnaars zijn bekend gebleven. Het CS haalt zes schrijvers uit het vergeetboek. Vandaag in de vierde aflevering: Eyvind Johnson.

De Zweedse Nobelprijswinnaar voor literatuur Eyvind Johnson is vooral een on-Zweeds auteur. Zijn roman Dromen van rozen en vuur (1949; Drömmar om rosor och eld) sluit dichter aan bij de Franse decadente literatuur aan het eind van de negentiende eeuw of bij een Duitse expressionist als Rilke dan bij enig Scandinavische roman. Er waait geen zuchtje wind om de rotsen, geen woud of vlakte dient zich in de beschrijvingen aan, de knisperende koude slaat niet van de bladzijden.

Met Dromen van rozen en vuur schreef Johnson een historische roman die zich afspeelt in het Frankrijk van de zeventiende eeuw. Plaats van handeling is een nonnenklooster. De heilige maagden worden 's nachts regelmatig door demonen bezocht die hen intiem betasten en bekietelen tot ze, in trance en erotische overgave, de meest obscene bekentenissen doen. Je kunt aan de daden van Gilles de Rais denken, zelfs aan De Sade, maar aan Zweden, nee. De auteur leeft zich uit in even wellustige als nauwkeurige beschrijvingen van het stiekeme optreden der demonen in dit door en door katholieke boek. De zusters der ursulinen beschouwen het nachtelijke bezoek van de duivels als een straf, zij moeten boete doen. Bijna naakt, slechts bedekt door een schamel kleed, leggen ze zich te ruste op hun harde matras.

Er moet een biechtvader aan te pas komen, een duiveluitbanner, om de arme vrouwen te bevrijden. Terwijl de duivels hun werk doen, luistert hij naar de kreten die zij aan de mond van de hallucinerende vrouwen ontlokken. Het blijkt de naam van de jezuïet Urban Grainer te zijn, een berucht vrouwenversierder behept met de priesterlijke roeping. Hij laat zich lichamelijk genot niet ontzeggen.

Johnson heeft zich ongetwijfeld laten inspireren door een roman als Uit de diepte van J.K. Huysmans, waarin de vrouw als instrumentum diaboli optreedt om ontaarde priesters tot het satanisme te brengen. Uiteindelijk belandt de verlokker Grainer op de brandstapel. Deze Grainer heeft in werkelijkheid bestaan. Oorspronkelijk heet hij Urbain Grandier. De protocollen van de verhoren en rechtszittingen verschenen al in 1634, het jaar van zijn terechtstelling. De gebeurtenissen spelen zich af in het Noord-Franse stadje Loudun vlak onder Tours. Drie jaar na verschijning van deze roman publiceerde Aldous Huxley over hetzelfde onderwerp zijn boek The Devils of Loudon, waarna Ken Russell het boek verfilmde. Om de reeks compleet te maken baseerde John Whiting zijn toneelstuk The Devils op dit onderwerp en, tot slot, componeerde de Pool Kryzstof Penderecki de opera Diably z Loudun.

Soepel

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Huxley de genotvolle sensualiteit waarmee Johnson het demonenwerk bij de nonnen beschrijft niet kan evenaren. Zijn stijl is meesterlijk en soepel, zoals in de volgende passage: `Men kan de beschikbare protocollen opstapelen en het langzame, maandenlange gebeuren samenvatten tot één enkele regenachtige demonendag. Voordat de schare getuigen en aanstokers zich verwijderde, brak de demon Astarot samen met de demonen Asmodeus en Gresil in of uit de meest gepijnigde vrouw die hier lag en een lichaam van begeerte en onrust was, een ziel van angst op een verwarde vlucht.'

De reden tot toekenning van de Nobelprijs aan Johnson heeft ongetwijfeld te maken met zijn scherpe oog voor politieke en geestelijke terreur. Dromen van rozen en vuur kan, symbolisch, gelezen worden als een aanklacht tegen de opperheerschappij van het kwaad. Johnson was een van de eersten die het Spaanse fascisme en het Duitse nazisme hekelde in romans uit de jaren dertig en veertig als Nachtelijke manoeuvre (Nattövning) en De terugkeer van de soldaat (Soldatens aterkomst).

Hij debuteerde jong, op vierentwintigjarige leeftijd. Voordien had hij een rusteloos bestaan gekend, iets dat we nu `romantisch' zouden noemen: houthakker, kaartjesverkoper bij de bioscoop, schoonmaker van locomotieven en zelfs stoker. Hij verdiende zijn geld als bordenwasser in een groot hotel bij het Gare du Nord in Parijs. Hier begon hij stukken voor Zweedse kranten te schrijven.

Niet journalistiek en heel anders van toon en stijl dan Dromen van rozen en vuur is zijn op de klassieke oudheid geïnspireerde, mythische roman De golfslag op de stranden, in het Duits vertaald als Die Heimkehr des Odysseus. In een gedragen taal vol beeld en symboliek, poëzie en gedachte, bespreken de helden uit de Odysseia de politieke verwikkelingen in hun land. Ze zoeken naar God, vrede, ze verzetten zich tegen de oorlog. Vernuftig en knap vervlecht Johnson een belangrijke Griekse tragedietrilogie als de Oresteia door het verhaal van Odysseus. Zijn liefde voor theater deed hij tijdens zijn verblijf in Berlin op. Het boek Afscheid van Hamlet (1930; Avsked till Hamlet) getuigt hiervan. Het is een verstild verhaal rondom een schuchtere jongeman als Deense prins die de dood van zijn vader wreekt. Dat kan Johnson: bekend materiaal nieuw leven inblazen. Dat deed hij met de Griekse mythen, Shakespeares drama en Franse protocollen.

Rozen van dromen en vuur is helaas uitverkocht. Het exemplaar uit de Amsterdamse bibliotheek van Die Heimkehr des Odysseus telt in 22 jaar slechts 27 uitleningen, en dan vooral in de jaren vijftig. In 1974, het jaar van de toekenning van de Nobelprijs, haastte niemand zich naar de bibliotheek om iets van Johnson te lezen. Dat was pas in 1977. Zo'n schrijver wordt als `vergeten' beschouwd. Ten onrechte.