De ondergang van een droommachientje

Enige tijd geleden maakte het Japanse bedrijf SNK bekend dat het zijn Neo Geo Pocket Color, een mobiele spelcomputer met kleurenscherm, uit de Amerikaanse en Europese markt terugtrok. De concurrentie van Nintendo's Game Boy Color bleek te groot.

Ook eerdere concurrenten hadden al het loodje gelegd, zoals Sega's batterijenvreter Game Gear en Atari's Lynx. Opvallend is dat elke concurrent technisch superieur was aan de Game Boy of Game Boy Color. Zo hadden zowel de Game Gear als de Lynx een kleurenscherm, in een tijd dat de Game Boy het nog met vier grijstinten moest doen. De Lynx had zelfs een 16-bit processor, een kracht die destijds alleen voor grote spelcomputers als de Super Nintendo en Sega's Mega Drive was weggelegd. Zelfs de in 1998 uitgebrachte Game Boy Color heeft nog altijd maar een 8-bit motortje onder de motorkap.

Waar deze speeldoosjes – we hebben het over begin jaren '90 – echter in tekort schoten ten opzichte van de Game Boy, was batterijduur. Op de Game Gear kon je met zes batterijen drie uur spelen, een hoge prijs voor het gebruik van een kleurenscherm. Niet voor niets kwam Nintendo pas tien jaar later met de Game Boy Color, die gaat met twee batterijen ruim twintig uur mee!

In dezelfde periode dat Nintendo de Game Boy Color lanceerde kwam SNK met de Neo Geo Pocket Color, een machientje dat op het eerste gezicht alles in huis had om succesvol te zijn. Het had een batterijduur van dertig uur en een 16-bit processor. Het lag lekker in de hand en wist zich ondersteund door een reeks exclusieve, kwalitatief hoogstaande games. Waarom ging het dan toch mis?

Allereerst door een verkeerde timing, al kon SNK daar niks aan doen. De Pocket Color werd namelijk precies tijdens de Japanse Pokémon-gekte gelanceerd. Deze was een gevolg van de onverwachte populariteit van de twee Game Boy-spelletjes die in 1996 in Japan, en in de jaren daarna in Amerika en Europa, gelanceerd werden. Die twee simpele spelletjes, en de hele merchandising-trein die in hun kielzog op gang kwam, zorgden voor een enorme aandacht in de media en voor de ongeëvenaarde verkoop van Nintendo's spelcomputertje. Misschien wel daarom deed SNK nauwelijks iets aan marketing. Ook hier in Nederland werd op enkele advertenties in gamesbladen na bijvoorbeeld niets gedaan om de Pocket Color naamsbekendheid te geven.

Waar het SNK ook aan ontbrak, was support van externe softwarebedrijven. Er waren simpelweg niet genoeg spellen met de kwaliteit van Nintendo's Super Mario-, Zelda-, Pokémon- en Wario-spellen. Softwarebedrijven weten maar al te goed dat Nintendo 95 % van de markt in handen heeft. Waarom dan nog ontwikkelingskosten en tijd aan een concurrent besteden als Nintendo's GBC een gebruikersgroep van een kleine 100 miljoen mensen heeft? Het repertoire van de Pocket Color bestaat dus hoofdzakelijk uit spellen van SNK zelf, met name vecht- en schietspelletjes. Ook al is de kwaliteit hiervan uitstekend, het blijft een beperkt aanbod.

Toch is het een trieste zaak dat een machine waarop je zulke juweeltjes als Sonic the Hedgehog, SNK vs Capcom en Metal Slug 2 kunt spelen, het niet heeft gehaad. Wie nog wil genieten van nieuwe software zal deze uit Japan moeten importeren, want alleen daar worden het machientje en de bijbehorende software nog verkocht.

Ondanks bovengenoemd debacle zal de Japanse speelgoedfabrikant Bandai binnenkort zijn WonderSwan in de gamemarkt introduceren. Een release die waarschijnlijk zal samenvallen met de introductie van Nintendo's Game Boy Advance, een 32-bit machine die behalve zeer krachtige nieuwe spellen ook de oude Game Boy-spelletjes gewoon kan afspelen. Over timing gesproken.