Dansen met voorouders

Hij leerde dansen op straat in Soweto. Nu is Vincent Mantsoe een van de belangrijkste Zuid-Afrikaanse solodansers, die zichzelf af en toe in trance danst.

Toen de Japanners in Kyoto Barena (Stamhoofden) zagen, Vincent Mantsoe's nieuwste solo, barstten ze in tranen uit. Hoe was het mogelijk dat een dans zo puur kon zijn, zo krachtig en tegelijkertijd zo delicaat, kwamen ze hem na afloop hoofdschuddend zeggen. ,,Ik stond verstomd,'' vertelt Mantsoe, ,,dat mijn stuk zoiets kon losmaken! Het had, denk ik, iets te maken met de sterke samenhang tussen de twee culturen die ik laat zien. Ze zagen een Afrikaanse man een dans uitvoeren vol spiritualiteit en verfijning. Dat ontroerde hen. Japanners hebben zelf een diep-spirituele cultuur.''

Mantsoe is klein van gestalte, niet groter dan één meter zestig, maar heeft een stevig, uiterst gespierd lichaam. Als hij ernstig is, heeft zijn gezicht iets geslotens, mystieks, maar zodra hij zich ontspant, gaat het open: een brede, charmante lach en vriendelijke ogen. Mantsoe houdt van de Japanse cultuur, van hun `werkethos en bescheidenheid'. Als opgroeiende jongen in Soweto deed hij martial arts in het buurthuis en ongemerkt slopen oosterse invloeden later zijn dans binnen. ,,Er zaten al Aziatische bewegingen in mijn choreografieën voor ik me er bewust van was,'' zegt hij. ,,Later studeerde ik Indiase, Balinese en Japanse traditionele dans en ik was verbaasd over de dingen die ik herkende.'' Hij lacht. ,,Ik geloof dat mijn Afrikaanse geesten in de onderwereld een ontmoeting hebben gehad met de Aziatische.''

Vincent Sekwati Mantsoe (29) is een van Zuid-Afrika's meest prominente dansers. In ieder geval is hij de meest uitgesprokene, met een uniek solorepertoire dat hem inmiddels de belangrijkste Zuid-Afrikaanse dans- en choreografieprijzen bezorgde. In het buitenland is hij zo mogelijk nog succesvoller: Japanse, Franse, Canadese en Deense dansfestivals hebben de uitzonderlijke Mantsoe graag in hun programma. Mantsoe breekt met alle clichés over Afrikaanse dans (vrolijk, wild, veel hoge sprongen) en toch is zijn werk ten diepste Afrikaans. Hij dankt zijn dansloopbaan voor een groot deel aan de vrouwen in zijn familie, zijn moeder, zijn tantes en zijn grootmoeder, die alle sangoma's zijn, traditionele genezers. Als sangoma ben je dokter en psycholoog ineen: je geneest niet alleen het lichaam met behulp van natuurlijke geneesmiddelen, maar je herstelt ook de ziel door het leggen van contact met de voorouders. ,,Ik heb de sterke overtuiging,'' zegt Mantsoe, ,,dat ik door mijn! voorouders uitgekozen ben om te dansen. Anders was ik een sangoma geworden.''

,,Vincent was altijd bij ons, bij de vrouwen,'' zegt zijn moeder Anna. ,,Hij was een bijzonder kind. Hij hield niet van vechten, was niet graag op straat. Hij was stil. Hij keek wat wij deden. Soms duurde een ceremonie van sangoma's drie dagen lang. Dan gaf Vincent het ritme aan op de trommel. De hele tijd danste hij mee.''

Aan een blanke vrouw dankt Mantsoe het feit dat zijn talent werd opgemerkt en dat hij als danser aansluiting vond bij zijn eigen cultuur. Sylvia Glasser (59) stond in de jaren zeventig bekend als een dwarse avant-garde choreograaf die op het podium `de raarste dingen' deed. In 1978 richtte ze een multiraciaal dansgezelschap op, Moving Into Dance, dat ze huisvestte in haar garage, uit het zicht van de veiligheidspolitie. Ze reisde naar de `thuislanden' om traditionele Afrikaanse muziek en dans te bestuderen en nam Afrikaanse rituelen op in haar choreografieën. In 1990 startte ze met een professionele dansopleiding toen zich een grote sponsor aandiende.

Townshipjongens

Glasser wilde vooral jonge zwarte dansers een kans geven. 160 jongens en meisjes kwamen op auditie. Daarvan bleven er twaalf over. Bev Elgie (47), een van de blanke danseressen van het eerste uur, herinnert zich de auditie met Vincent Mantsoe nog levendig. ,,Hij hoorde bij een groepje straatdansers uit Soweto die Michael Jackson wel leuk vonden. Townshipjongens met een paar tanden uit de mond en een mes op zak. Nooit een dansles gehad, alles geleerd van tv en op straat. Vincent vloog met zo'n hartstocht, zo'n performance door het lokaal, je móest hem gewoon kiezen.''

,,Vincent heeft een bewegingsvocabulaire ontwikkeld dat uniek is op de wereld,'' zegt Glasser. Mantsoe bouwde voort op Glassers concept van Afrofusion, waarin Afrikaanse dans gecombineerd wordt met contemporaine technieken. Met dit concept kweekte Glasser een uitzonderlijke school zwarte dansers, waartoe behalve Mantsoe ook diens townshipmaatjes Gregory Maqoma en Moeketsi Koena horen zij zouden later bij Anne Teresa de Keersmaeker in Brussel verder studeren en een meer westerse stijl ontwikkelen. ,,Vincent is dicht bij zijn spirituele Afrikaanse wortels gebleven,'' zegt Glasser. ,,En, heel zeldzaam, hij heeft de gave die spiritualiteit op het publiek over te brengen.''

In 1992, twee jaar na zijn auditie bij Moving Into Dance, maakte Mantsoe zijn eerste choreografie, African Soul, en viel meteen in de prijzen. Een jaar later kwam hij met zijn solo Gula (Vogel), die op de danscritici een verpletterende indruk maakte en waarmee hij zijn eigen stijl neerzette: een fascinerende mengeling van samengebalde kracht en oosterse verstilling. In de daaropvolgende jaren verdiepte hij zijn stijl en analyseerde hij zijn bestaan als zwarte danser in een land waarin Afrikaanse tradities decennia lang met voeten zijn getreden. Dit zelfonderzoek leidde tot twee huiveringwekkende solo's, Mpheyane (Bedrog, 1997) en Phokwane (Ram/Egel, een eerbewijs aan Mantsoe's ouders, 1998).

,,Mpheyane en Phokwane zijn complexe stukken,'' zegt Mantsoe. ,,Ik heb meegemaakt dat zwarten tijdens de voorstelling wegliepen, omdat het te confronterend was. Mpheyane gaat over een man die het contact met zijn voorouders heeft verloren en daardoor in voortdurend conflict leeft met zichzelf. Hij dreigt gek te worden, maar verzoent zich uiteindelijk met zijn voorouders, zijn eigen cultuur. In Phokwane verbeeld ik de geschiedenis van mijn ouders en de relatie tussen hen en mij.''

De twee solo's zijn niet zonder gevaar voor Mantsoe. Hij loopt het risico in trance te raken. ,,In Zweden is het me een keer overkomen. Het was een trieste, ijskoude zaal, ik was helemaal niet van plan mezelf totaal te geven. En toch gebeurde het. Het is alsof iemand anders bezit van je neemt. Heel beangstigend. Gelukkig ben ik nooit bewusteloos geraakt. Mensen denken dat je dood bent en brengen je naar het ziekenhuis! Maar het is geen kwestie van eerste hulp. Je moet iemand hebben die weet hoe je een persoon uit de trance krijgt. Inmiddels voel ik wanneer ik moet oppassen, dan voer ik de bewegingen niet tot het uiterste uit.''

,,Mijn werk betékent iets,'' zegt Mantsoe nadrukkelijk. ,,Ik geef niets om mooie bewegingen alleen, om mooie pirouettes, hoge sprongen. Het gaat mij om de presence, je aanwezigheid. Je hebt in Zuid-Afrika fantastische dansers, met prachtige lange benen en een geweldige techniek. Maar voor mij is dat niet genoeg. Je moet bereid zijn het publiek alles te geven. Ze moeten iets zien dat ze nog nooit gezien hebben. Ik wil dat men zich het stuk voor de rest van zijn leven herinnert.''

Repetitie

,,Een twee drie! Gebruik je heupen! Het moet heel scherp zijn!'' Moving Into Dance, op een doordeweekse ochtend. Het gezelschap is gevestigd in hartje Johannesburg, aan een onbestemd, tochtig plein dat bewaakt wordt door stadswachten en dat tegenwoordig deftig Newtown Cultural Precinct heet, omdat er een aantal culturele gelegenheden bij elkaar liggen, zoals het Market Theatre, popconcertzaal Mega Music en jazzcafe Kippies.

In de koude, bescheiden oefenzaal repeteert Mantsoe, sinds drie jaar samen met Glasser artistiek directeur, zijn choreografie Tlotlo (Respect). De dansers zijn nog jong, rond de twintig. Het is een razendsnel stuk dat veel weg heeft van tapdansen, maar dat geïnspireerd is op de Pedi-dansrituelen van Mantsoe's grootmoeder. Mantsoe, zwarte trui, grijze joggingbroek, staat langs de kant en kijkt. Schudt zachtjes nee.

,,Ik zie geen reden waarom jullie aan iets anders moeten denken,'' zegt hij als ze uitgedanst zijn en aarzelend op de grond gaan zitten. ,,O tswanetse ho nahana ka nto eo etsang! You must thìnk about whatever you do in life!'' Sotho en Engels wisselen elkaar af, vaak in één zin. Het woord responsibility valt geregeld. ,,Jullie hersens zijn met iets anders bezig. Als je iets doet, doe je het goed. Ik weet dat jullie het kunnen. Maar het moet veel krachtiger, niet zo slordig en slap.''

De dansers kijken bedremmeld. Een van de meisjes giechelt. Mantsoe doet een aantal bewegingen voor. ,,Zo moet het.'' Dan maakt hij een grapje in het Sotho en breekt zo de spanning. ,,Ok guys, sta op!''

,,Deze generatie is heel moeilijk,'' zucht Mantsoe na afloop van de repetitie. ,,Ze hebben een lange weg te gaan. Ze weten niks. Wie ze zijn, waar ze vandaan komen: nooit over nagedacht. Tradities? Cultuur? Oja, ik ben zwart. That's it. Muziek, kleding, dans ze zijn gefixeerd op het westen, de VS. Dat meisje dat zojuist zat te lachen, zij denkt dat ik gek ben. Je ziet haar denken: wat kletst die man toch? Ze komt van een dansgroep uit Soweto, geen discipline, geen enkele reflectie. Deze jongeren hebben op scholen gezeten die totaal corrupt zijn. De ouders zijn niet thuis. Nobody gives a damn. Het idee dat je iets kan leren van een ouder persoon, van een leraar, gaat boven hun bevattingsvermogen.''

In de middag repeteert Mantsoe Barena. Het is zijn langste solo, dik twintig minuten. Na een uitgebreide warming-up haalt hij de koninklijke parafernalia tevoorschijn: een knobkerrie (traditionele wandelstok) met een handvat in de vorm van een leeuwenkop, een zitkrukje uit West-Afrika, en een zelfgemaakte mantel in aardekleuren. Als hij optreedt, komen daar nog andere zaken bij: een wijde rode broek die aan de zijkanten open is, een brede buikband, en een tien centimeter brede Zoeloe-halsversiering met helderrode en witte kralen. ,,Dit stuk,'' legt hij uit, ,,gaat over het gezag van stamhoofden en koningen. Machthebbers. Is het de staf, de mantel die hen respectvol maakt? Of is het zijn menselijkheid? Ben je machtig omdat je een pistool hebt, een duur leren jack, of wegens jezelf?''

Mantsoe danst altijd op blote voeten, `je moet de energie van de grond voelen,' doet veel in tweede positie, `je moet dicht bij de aarde blijven,' en herhaalt veel bewegingen. ,,Afrikaanse dans gaat over herhaling,'' doceert hij. ,,Zonder herhaling zit er geen groei in de bewegingen, is geen trance mogelijk. Ik doe nooit precies dezelfde beweging. Herhaling betekent uitbouwen, dieper, rijker maken. Sommige dansregisseurs zeggen: Mantsoe doet altijd hetzelfde, maar ze begrijpen de cirkel van het leven niet. Dingen moeten herhaald worden om de cultuur levend te houden.''

Barena begint op het geluid van pratende bosjesmannen mysterieuze, zangerige stemmen ver weg in de bush. Mantsoe loopt, de knobkerrie tussen wijs- en middelvinger, de mantel over de arm gevouwen. Hij kijkt strak voor zich uit, het gezicht gesloten, streng. Mantsoe is daar, zonder meer. De kijker vergeet alles om zich heen, zakt als het ware in een diepe droom en wordt wakker wanneer Mantsoe een diepe Japanse buiging maakt.

Vincent Mantsoe danst `Phokwane' en `Barena' in het Tropenmuseum in Amsterdam, op 22 en 23 september. Eind december danst hij `Gula' bij Introdans in Arnhem. Inl. (020) 568 85 00 of 099-0191.