Burgemeestersregeling `niet moeders mooiste'

GPV-leider Schutte typeerde het parlementair compromis over de benoeming van burgemeesters als `hutspot'.

Dat minister De Vries (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) er `een potje van heeft gemaakt', wilde woordvoerder Schutte (RPF/GPV) nog wel inslikken. Maar dat de wettelijke regeling voor burgemeestersbenoemingen nu een `hutspot' is geworden hield hij gisteren tot ergernis van dezelfde De Vries staande.

De wijziging van de Gemeente- en de Provinciewet waarover de Tweede Kamer deze week debatteerde heeft geen juridische virtuositeiten opgeleverd - ,,'t Is niet moeders mooiste,'' zei woordvoerster Scheltema-De Nie (D66) - , maar het is dan ook maar een `tussenstap' in de richting van een rechtstreeks door de bevolking gekozen burgemeester. Daarvoor moet artikel 131 van de Grondwet worden gewijzigd, dat nu de benoeming van de burgemeester overlaat aan de Kroon - de minister van Binnenlandse Zaken. Deze `deconstitutionalisering' waaraan de minister werkt neemt minimaal twee kabinetsperioden en dat duurt PvdA en D66 te lang. Er moest dus een provisorische oplossing komen die de gemeenteraad meer macht geeft bij de benoeming van de burgemeester, terwijl de positie van de Kroon formeel onaangetast blijft.

De versterking van de positie van gemeenteraad én provinciale staten werd in 1997 bij wet voorgesteld door toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Dijkstal (VVD). De voorgestelde wijzigingen boden raad en staten de gelegenheid zelf met een `aanbeveling' voor een burgemeester of commissaris van de Koningin te komen. Bij de totstandkoming van het regeerakkoord drongen PvdA en D66 er met succes op aan om gemeenteraden ook de mogelijkheid te bieden een raadplegend referendum onder de bevolking te houden. Het huidige kabinet kwam dus met een zogeheten nota van wijziging, die in dat raadplegend referendum voorziet.

De Raad van State kwam vervolgens met een vernietigend oordeel: de bevolking kiest de burgemeester niet, maar de raad evenmin, omdat die de keus van de bevolking niet naast zich neer kan leggen. Geen monisme en geen dualisme, ,,vlees noch vis'', aldus de Raad. Maar naar goed Nederlands voorbeeld zat er de aanbeveling bij dat een staatscommissie tot een heroverweging zou kunnen leiden. Dat werd de commissie-Elzinga, die adviseerde alleen in gemeenten met meer dan 50.000 inwoners de bevolking een burgemeester te laten kiezen. Maar daar bleek het kabinet weer niets voor te voelen.

Ging Dijkstal er in 1997 nog van uit dat de gemeenteraad met minimaal twee namen voor de Kroon moest komen, de PvdA op zijn beurt vond een `enkelvoudige voordracht' geboden. De Kroon zou anders immers nog zoveel keus hebben dat er van `feitelijk meer invloed van de gemeenteraad' nauwelijks sprake was. Dat nu ging de VVD-fractie weer te ver, zodat de afgelopen weken tot een compromis moest worden gekomen. Met een enkelvoudige aanbeveling zou de Kroon volgens de liberalen een regelrechte `stempelautomaat' van de gemeenteraad worden. `Minimaal twee' was de PvdA dus te veel en `enkelvoudig' was de VVD te weinig.

Als `minimaal twee' niet kan en `enkelvoudig' evenmin, kan de bepaling `twee personen' uitkomst bieden. En zo geschiedde. PvdA-onderhandelaar De Cloe haalde verder nog een troostprijs binnen, want zijn wijzigingsvoorstel dat ,,in bijzondere, door de gemeenteraad te motiveren gevallen, kan worden volstaan met de aanbeveling waarop één persoon vermeld staat'' krijgt stellig een meerderheid. Resultaat is dat Nederland andere burgemeesters krijgt. Geen geparachuteerde `rijkspottekijkers' meer, zoals De Cloe de door Den Haag benoemde burgemeester kwalificeert, maar eerder `burgevaders' die zich op voorhand bekend en geliefd weten te maken.