Burgemeester

Zes jaar is Schelto Patijn nu burgemeester van Amsterdam geweest, maar om de een of andere reden was er voor mij nooit een aanleiding om over hem te schrijven. Met zijn voorganger lag dat anders. Die kon geen week voorbij laten gaan of hij struikelde wel over zijn eigen voeten, ook toen hij al lang geen burgemeester meer was. Weet u nog dat hij dreigde zijn eigen partij te zullen verlaten als de kleermaker Gümüs het land werd uitgezet, wat ook gebeurde, waarna hij gewoon lid bleef? Mooie tijden waren dat, niet voor de stad, maar wel voor de columnist.

Maar bij Patijn niets van dat alles. Hoe komt dat? Heeft Patijn het zoveel beter gedaan dan zijn voorganger? Is het Amsterdam onder Patijn eindelijk die veilige, schone, goed georganiseerde stad geworden waar alle Amsterdammers zo naar verlangen? Ik heb eerlijk gezegd niet de indruk, maar ik moet er onmiddellijk bij zeggen dat zulks niet in de eerste plaats aan Patijn te wijten is.

Ah!

Daar heb je het verschil. Bij Patijns voorganger had ik altijd het idee dat het zijn schuld was. Ik kon niet in een hondendrol stappen of mijn woede richtte zich op het gebrekkige bestuur van de stad, dat belichaamd werd in de persoon van de burgemeester. Werd ergens weer een lelijk gebouw neergezet, dan ging ik er direct van uit dat de burgemeester dit had kunnen voorkomen. Lag het wegdek open, omdat het Amsterdamse grondbedrijf weer eens knoeiwerk had afgeleverd, dan was ik er stellig van overtuigd dat een burgemeester met oog voor details zulke wanprestaties nooit zou accepteren.

Maar allang hoor je me niet meer. Is het onder Patijn dan zo veel beter gegaan? Misschien een heel, heel klein beetje, maar veel is het niet. De hondendrollen liggen er nog steeds en per slot is onder Patijn het Museumplein vernieuwd op een manier die moet worden beschouwd als de grootste architectonische mislukking in Amsterdam van na de oorlog. Toch ben ik ook hier niet geneigd Patijn de schuld te geven. Hoe komt dat?

Ik denk dat het komt door de Olympische Spelen. U weet misschien nog wel dat Patijns voorganger de Olympische Spelen naar Amsterdam wilde halen, een ambitie die jammerlijk faalde. Die inzet ging toen gepaard met de holle retoriek van: wij gaan de schouders er onder zetten, wij gaan het helemaal maken, wij liggen aan het wiel maar in de laatste bocht gaan wij er voorbij, wij hebben een geweldig dynamische stad en wij zullen ze in New York en Rio de Janeiro eens een poepie laten ruiken. Toen die ballon eenmaal was doorgeprikt, bleef er niets over. Omdat alle energie in dit mislukte project was gestoken, was er geen fut meer om ook die straattegel nog goed te leggen en die hondendrol op te ruimen. Dat waren onbeduidende details geworden in een grote wereld waar het IOC, Coca-Cola en CNN de dienst uitmaken.

Patijn heeft onmiddellijk begrepen dat hij een einde moest maken aan al die pretenties, een opmerkelijk inzicht voor iemand die juist uit een gegoede Haagse familie komt. Je hoorde hem nog wel eens mompelen dat Amsterdam een prachtige stad was, maar de volgende dag zag je op het lokale nieuws hoe hij poolshoogte kwam nemen op een afwerkplaats ergens in een winderige havenbuurt. Hij wilde er graag iets aan veranderen, maar hij straalde ook uit dat een burgemeester in ons democratisch bestel maar weinig macht heeft om werkelijk iets tot stand te brengen.

Daarom begrijp ik goed waarom hij als benoemde burgemeester een voorstander is geworden van de gekozen burgemeester met meer bevoegdheden. Hij heeft volkomen gelijk. Het voorstel om de burgemeester te laten kiezen door de gemeenteraad is een laf compromis, dat het verschil tussen benoemen en kiezen zoveel mogelijk tracht te verhullen. Benoemen is kiezen door weinigen en kiezen is benoemen door velen. De Hollandse regenten hebben weer voor de veiligste oplossing gekozen. Alleen in Noord-Korea, Cuba, Papoea City én Nederland worden de burgemeesters nog door de Van Kemenades benoemd.