Burgemeester

IN EEN TIJD van afbrokkelend politiek gezag is de figuur van de burgemeester tot nu toe redelijk buiten schot gebleven. Sterker nog, zijn aanzien is zelfs toegenomen. In de steeds anoniemer opererende lokale politiek, is de burgemeester in veel plaatsen voor de inwoners uitgegroeid tot enig herkennings -en aanspreekpunt van het bestuur. Dat het hier om een niet direct gekozen, maar benoemde functionaris gaat, doet blijkbaar niet terzake.

Al sinds halverwege de negentiende eeuw wordt er gesproken over een andere aanstellingswijze van de burgemeester. De ten aanzien van dit punt zwaar verdeelde Tweede Kamer kon het echter nooit eens worden over een andere procedure. Daarom kan gerust gesproken worden van een mijlpaal nu de Tweede Kamer zich deze week in meerderheid heeft geschaard achter een wetswijziging die ertoe zal leiden dat de invloed van de gemeenteraad op de keuze van de burgemeester wordt vergroot. Precies 120 jaar nadat het liberale Kamerlid Van Kerkwijk een soortgelijke suggestie had gedaan, krijgt de gemeenteraad het recht van aanbeveling bij de benoeming van een burgemeester. De kroonbenoeming blijft intact, maar de gemeenteraad krijgt een belangrijker rol toebedeeld in de voorfase. Het moet er toe leiden dat vaker dan nu het geval is de bij de gemeenteraad levende voorkeur voor een nieuwe burgemeester wordt gevolgd. Dat dit noodzakelijk is bewijzen de cijfers. In de vorige kabinetsperiode is bi! j benoemingen in 25 procent van de gevallen afgeweken van het advies van de vertrouwenscommissie. Volgens de wetswijziging doet de gemeenteraad een aanbeveling van twee kandidaten, (in bijzondere gevallen kan volstaan worden met één kandidaat) die de minister van Binnenlandse Zaken in beginsel heeft te volgen.

ECHT REVOLUTIONAIR is het allemaal niet. De ontsnappingsclausules waardoor toch nog een `Haagse' partijpolitieke benoeming kan worden opgelegd zijn volop aanwezig. Macht afstaan gaat nu eenmaal niet vanzelf. Meer in het oog springend is de mogelijkheid die geschapen wordt om de bevolking direct bij de benoeming van de burgmeester te betrekken. Gemeenteraden krijgen de mogelijkheid een raadgevend referendum te organiseren om de burgers te consulteren. Het verplicht dus tot niets. Aan de andere kant beschikt een gemeenteraad natuurlijk wel over een moeilijk te ontkennen feit als er een duidelijke – dus eenduidige – referendumuitspraak ligt.

De grote vraag blijft waar een dergelijke voorkeursuitspraak op gebaseerd zou moeten zijn. Het grote manco van het wetsvoorstel is dat er in de bevoegdheden van de burgemeester niets wijzigt. De burgemeester is afgezien van de hem toegemeten taak voor het handhaven van de openbare orde een functionaris zonder macht. Voor het politiek programma is hij geheel afhankelijk van de wel rechtstreeks gekozen gemeenteraad. Een referendum wekt de suggestie van een directe politieke verkiezing, maar als de kandidaten niet over machtsmiddelen beschikken, is een volksraadpleging een farce.

HET WERD deze week in de Tweede Kamer van diverse kanten erkend. De nu, voor een deel nog op het allerlaatste moment in de paarse achterkamer, in elkaar gesleutelde wetswijziging ademt van alle kanten de sporen van het compromis. Dat gebeurt wel vaker. Maar als de compromisgedachte een wet te veel gaat beheersen, ontstaat er een wangedrocht. Dat is nu het geval.