Bach

In het artikel over zijn beslissende boek (Boeken 8.9.00) getuigt Ton Koopman van zijn grote bewondering voor Hans Brandts Buys. Die bewondering deel ik met hem, zij het, dat ik van mening ben dat Brandts Buys in zijn bevlogenheid wel eens wat doorslaat. De banvloek over het spelen van Bachs klaviermuziek staat inderdaad in het bewuste boek (blz. 261).

Ik geloof echter dat Brandts Buys zelf dit oordeel bij nader inzien wel wat te fors heeft gevonden. Tot deze mening kom ik na lezing van de volgende passage in zijn boek Het Wohltemperierte Clavier van Johann Sebastian Bach (derde druk, Arnhem 1955, blz. 114): `Dat Bach, die actief bezig is geweest met de ontwikkeling van het Hammerklavier, al is het bekend dat hij de producten van Silbermann pas in zijn laatste levensjaren begon te waarderen, ook tegen een uitvoering op onze voortreffelijke moderne vleugel geen bezwaar zou hebben, is mijns inziens buiten kijf. Maar dan alleen, indien men matig gebruik maakt van de mogelijkheden welke dit instrument biedt, pedaal, crescendo, diminuendo, krachtsontplooiing. Geen matigheid om der matigheid wille, maar omdat daardoor alleen het polyphone weefsel duidelijk genoeg hoorbaar blijft. Beschadigt men dit, dan vernietigt men de levensvoorwaarde van deze werken en daarmede hun bestaansrecht.'

Pianisten, laat de authentiekelingen dus maar praten en laaft u zonder gewetensbezwaren aan de onvoorstelbaar rijke bron die Bach ons heeft geschonken!

M. Schox, Den Haag