Babylonische verwarring over `nieuwe' literatuur

,,De Nederlandse taal is niet mijn moedertaal, maar wel mijn vaderland – al heb ik moeite deze terminologie nog te gebruiken nu de zorgtaken in Nederland gelijkelijk zijn verdeeld.'' Met deze voorzet begon literatuurwetenschapper Elrud Ibsch, in de Balie in Amsterdam, haar inleiding van de eerste discussieavond over literaire continenten, georganiseerd door het Nederlands Literair Produktie- en Vertalingenfonds en de SLAA.

Tot en met zondag discussieert een internationaal gezelschap van auteurs, uitgevers, vertalers en wetenschappers over de `nieuwe' literatuur, geschreven door een nieuwe generatie auteurs, die publiceren in de taal van het land waar ze wonen, maar afkomstig zijn uit andere landen. Terwijl in Engeland, Frankrijk en Duitsland die trans-nationale, interculturele literatuur zo langzamerhand een bekend verschijnsel is, staat de discussie daarover in Nederland nog in de kinderschoenen.

In een poging alvast zo veel mogelijk onderwerpen op tafel te krijgen, richtte Ibsch een spervuur van vragen tot de schrijvers Kader Abdolah (Iran), Abdelkader Benali (Marokko), Koos Dalstra (Friesland), en Fouad Laroui (Marokko). Beschouwen jullie je als Nederlandse auteurs of zien jullie jezelf liever als universeel schrijver? Is alle literatuur vertaalbaar? Is het een voordeel om niet in je eerste taal te schrijven? Denken jullie dat de literaire kritiek jullie literatuur begrepen heeft?

Dat schrijvers er niet van houden in het openbaar over hun schrijverschap te theoretiseren en daaraan dankzij hun verteltalent weten te ontsnappen, werd bevestigd in de prettig chaotische, Babylonische spraakverwarring die volgde. ,,Als het mis gaat, gaat het mis'', verzuchtte Kader Abdolah. Breed gebarend en met gevoel voor theater gaf hij zijn publiek een lesje Perzische geschiedenis: dertig eeuwen in tien minuten. Via de Perzische taal belandde hij bij de Koran (,,prachtige poëzie maar geen wetboek''), bij Annie M.G. Schmidt, Kopland en Slauerhoff (,,een Perzische dichter, alleen wist hij het niet''). De Friese auteur en performer Koos Dalstra illustreerde zijn `spelende houding' ten aanzien van het Nederlands met zijn dichterlijke `omkering van Armando' en een power poetics-improvisatie (I move to/ I move to/ I move to find a home). Literair nomade Fouad Laroui, wiens romans in de klassieke Franse traditie gebed zijn, verhuisde achtereenvolgens van Marokko naar Fra! nkrijk, Engeland en Nederland. ,,Er is maar één literair continent en dat is Europa'', zei hij.

Abdelkader Benali deed de meest serieuze poging de vragen van Ibsch te beantwoorden: ,,Marokkaanse dichters zullen niet snel schrijven over sla, mei en naar elkaar toe buigende bruggen. Ik heb ook geen antwoord op de vraag hoe het is te leven, te dromen en pijn te hebben in een taal die niet je moedertaal is. Wat ik graag zou willen? Een meesterwerk schrijven in het Nederlands.''