Archief Van Oorschot naar Letterkundig Museum

Het archief van Geert van Oorschot, oprichter van uitgeverij G.A. van Oorschot, is verhuisd naar het Letterkundig Museum in Den Haag. Volgens Anton Korteweg, de directeur van het museum, gaat het om een van de belangrijkste collecties die het museum ooit heeft verworven.

Het museum heeft het volledige archief van de uitgeverij tussen het oprichtingsjaar 1945 en 1987, het jaar waarin Van Oorschot stierf, in bruikleen gekregen. Het omvat onder meer vijftienduizend brieven van de uitgever aan een honderdtal personen, zoals Jacques de Kadt, J.C. Bloem, Gerard Reve en A. Alberts. De komende twee jaar gaat het museum het archief ordenen. Bovendien gaat het proberen zoveel mogelijk nieuw materiaal te achterhalen. Waarschijnlijk duizenden brieven waarvan de uitgever geen kopie bewaarde, bevinden zich nog bij de geadresseerden of hun nabestaanden.

Het is de bedoeling dat er uiteindelijk een selectie uit de brieven zal worden uitgegeven. Vijf jaar geleden publiceerde uitgeverij Van Oorschot al een kleine selectie uit de brieven (Brieven van een uitgever) van de oprichter. Sindsdien wordt reikhalzend uitgezien naar een ruimere uitgave. Volgens Korteweg zijn de brieven niet alleen vanuit literatuurhistorisch oogpunt interessant, maar ook in literaire zin. ``Van Oorschot schreef zoals men nu e-mail stuurt. Recht voor zijn raap en met het hart op de tong.''

Volgens Wouter van Oorschot, die zijn vader is opgevolgd aan het hoofd van de utgeverij is er `met weemoed' afstand gedaan van het archief. ``Maar het Letterkundig Museum is verreweg de beste plaats om het te laten ontsluiten en beheren. Wij als uitgeverij kunnen dat niet doen. We hebben er de tijd niet voor en missen ook de specialisten.'' Wanneer de uiteindelijke brievenuitgave zal kunnen verschijnen, weet hij nog niet. ``In 2002 zal het archief geordend zijn, maar om een uitgave te maken moet er nog veel meer uitzoek- en selectiewerk worden gedaan. Maar uiteindelijk is het een goudmijn. Daarom hopen we ook dat anderen die nog brieven van Geert hebben, die ook aan het Letterkundig Museum afstaan.''