Zwakke leerling mist hulp

Een op de drie leerlingen op middelbare scholen in Rotterdam heeft extra hulp nodig. Maar er is geen geld voor extra begeleiders. En de speciale scholen zitten vol.

Het verbaast Sean Clancy nul komma nul dat er op zijn vmbo-school veel leerlingen extra hulp nodig zouden hebben. Hij weet maar al te goed dat een groot aantal leerlingen van het Zuiderparkcollege in Rotterdam waarvan hij directeur is, zeer gebaat zouden zijn bij ondersteuning en begeleiding door orthopedagogen, psychologen en artsen.

Gisteren bleek uit onderzoek van het adviesbureau Cordys onderwijstrajecten Capelle op vmbo-scholen (voorheen mavo en vbo) en het speciaal voortgezet onderwijs in Rotterdam dat 47 procent van de leerlingen op het `gewone' vmbo extra ondersteuning nodig heeft. De onderzoekers gebruikten hiervoor de criteria van het ministerie van Onderwijs.

Maar er is geen geld voor extra begeleiders. En dus, zegt Clancy, wringen zijn docenten zich in de gekste bochten om naast de gewone lessen ook nog aandacht te besteden aan sociaal-emotionele problemen, leerachterstand, moeilijkheden thuis, faalangst en crimineel gedrag. ,,Dat gaat ten koste van de lessen.''

Op het Zuiderparkcollege, dat net als de meeste Rotterdamse scholen meedeed aan het onderzoek, is 98 procent van de leerlingen allochtoon. Die hebben vaak een taalachterstand, maar ook de thuissituatie is gemiddeld minder rooskleurig. Clancy: ,,Veel ouders hebben zelf geen onderwijs genoten en hebben geen idee wat een school eigenlijk inhoudt, laat staan dat ze hun kinderen kunnen steunen.'' Overigens, blijkt uit het onderzoek, zijn er ook genoeg witte leerlingen die zo in de knoop zitten dat ze hulp nodig hebben.

Het speciaal voortgezet onderwijs heeft wél faciliteiten om extra zorg te bieden, maar deze scholen zitten boordevol. Het ministerie van Onderwijs wil zoveel mogelijk leerlingen op gewone middelbare scholen opvangen omdat dat beter zou zijn voor de leerling. Schooldirecteuren vinden het een bezuinigingsmaatregel. Een kind in het speciaal onderwijs is duurder. Ook hebben ouders de neiging zo hoog mogelijk in te zetten. Clancy: ,,Liever vwo dan havo, liever vmbo dan speciaal onderwijs. Dat zien ze als een stigma.''

Ze komen vaak pas bij mij als het echt niet meer gaat, beaamt Arie Kooyman. Hij is directeur van de Praktijkschool Rotterdam West en de Vijverpoort, scholen voor moeilijk lerende kinderen. Zijn leerlingen hebben een laag IQ en daardoor een leerachterstand van ten minste 36 maanden. ,,Als kinderen niet al te lastig zijn, sloffen ze vaak mee op een reguliere school. Dat is zonde. Je kunt beter erkennen dat ze hulp nodig hebben, daar wordt uiteindelijk iedereen beter van.''

De leerlingen van Kooyman krijgen veel praktische vakken zoals koken, houtbewerking, handvaardigheid. Ze leren ook om met geld om te gaan, een formulier in te vullen en een telefoonnummer op te zoeken. Daarnaast lopen ze stage bij een bedrijf. Het doel is dat ze uiteindelijk een baan krijgen. Door de intensieve begeleiding lukt dat bij zo'n zestig procent. ,,Een heel aardige score'', vindt Kooyman, ,,als je de intellectuele bagage van de kinderen in acht neemt.''

Ook de leerlingen van De Meerpaal in Rotterdam Alexanderpolder krijgen extra hulp. Aan hun verstand mankeert niets, maar ze hebben een ander probleem waardoor ze in het reguliere onderwijs buiten de boot dreigen te vallen: een contact- of gedragsstoornis, dyslectie, extreme faalangst, hyperactiviteit of een trauma.

De school heeft een orthopedagoog, een psycholoog, remedial teachers, een schoolarts en schoolmaatschappelijk werkers om extra steun te bieden. Daarnaast zitten de kinderen in kleine klassen van maximaal vijftien leerlingen. Verder is structuur het sleutelwoord bij ons op school, zegt Wicher Norder, leraar en leerlingbegeleider van De Meerpaal. Zijn collega Ernst Rijnberg: ,,Deze kinderen functioneren het best als ze precies weten hoe de dag er van het begin tot het einde uitziet, zodat ze niet voor verrassingen komen te staan. Dat biedt hun veiligheid.''

Tijdens elke pauze eet hij met `zijn' 2-mavo klas in hun lokaal. De leerlingen zitten met hun broodtrommeltje op schoot. ,,Het is een moment van rust en ze kunnen wat met mij bespreken als het nodig is'', zegt Norder. De leerlingen lachen met elkaar terwijl ze op hun boterhammen kauwen. Twee jongens die elkaar met limonade willen besproeien, fluit Norder terug.

Martijn Boer en Martin Zanen, beiden 13 jaar, voelen zich op hun plek op De Meerpaal. ,,Ze hebben aandacht voor je problemen'', zegt Martin, ,,en kijken niet snel ergens van op.'' Martin leeft in een eigen wereldje en kan daar zo in opgaan dat hij alles om hem heen vergeet, vertelt hij. ,,Dat komt omdat ik me maar op een ding tegelijk kan concentreren. Als ik aan het lezen ben, aan het computeren of naar de tv kijk en iemand roept me, hoor ik daar vaak niets van.'' Martijn is hyperactief. ,,Dat betekent dat ik heel snel woedend word, en dan ga ik heel hard schreeuwen.'' Maar op de Meerpaal heeft hij geleerd zijn aanvallen beter te beheersen. ,,Ik word minder snel boos.''

Een gewone school is net een sneltrein, zegt leraar Rijnberg. ,,Ze zien de leerling die niet mee kan komen wel staan op het station, maar ze gaan te hard om te kunnen stoppen.'' ,,Op een gewone school moet een kind zich aanpassen aan het systeem'', beaamt Kooyman. ,,Wij passen ons aan het kind aan.''

Beiden benadrukken dat reguliere middelbare scholen extra zorg willen geven, maar dat niet kunnen. Als je 26 uur per week een one-man-show voor dertig kinderen moet opvoeren, blijft er weinig energie over, zegt Clancy. ,,Wij hebben een verlengde schooldag waardoor kinderen niet op straat zwerven, maar zich bezighouden met sport, muziek, koken, foto's maken of modelbouwen. Wij krijgen daar mondjesmaat geld voor. Terwijl het zo belangrijk is. Niet alleen voor de kinderen maar voor de hele maatschappij. Geloof me, die is er ook bij gebaat dat die kinderen goed terecht komen.''