Zeearend minder welkom

De zeearend is een grote roofvogel, maar hoort het dier hier ook thuis?

Het Wereld Natuur Fonds (WNF) overweegt af te zien van het plan om zeearenden uit de dierentuin uit te zetten in de vrije natuur. De zeearend doet het zo goed in Duitsland dat het roofdier binnen afzienbare tijd wellicht op eigen kracht op Nederlands grondgebied zal neerstrijken.

Het WNF denkt er nu over het herintroductieprogramma te beperken tot het inrichten van voerplaatsen. Deze plaatsen zouden zeearenden uit Duitsland naar Nederland moeten lokken. Een dergelijk programma is ook in Tsjechië gevolgd. Een definitief besluit valt de komende weken, als de resultaten worden besproken van een congres over zeearenden dat deze week in Zweden wordt gehouden.

De zeearend is in Nederland als broedvogel al eeuwen uitgestorven. Het Wereld Natuur Fonds kreeg een paar jaar geleden een vergunning om enkele exemplaren uit te zetten. De zeearend was volgens het WNF een bij uitstek geschikt roofdier om natuurlijke processen bij de ontwikkeling van nieuwe natuur een kans te geven. Plannen om wolven en lynxen uit te zetten op de Veluwe liepen eerder op niets uit wegens de vele barrières die deze dieren zouden ondervinden in het landschap, zoals snelwegen, spoorlijnen en woonwijken. Het WNF zag de zeearend als een goed alternatief om natuurlijke vijanden te introduceren.

Het voornemen om zeearenden uit te zetten is de afgelopen jaren fel bekritiseerd. De herintroductievergunning werd door verscheidene organisaties aangevochten, onder meer door de Vereniging Das & Boom en de Faunabescherming. Anderhalf jaar geleden bepaalde de Raad van State dat het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij de vergunning niet ten onrechte had afgegeven.

Aanvankelijk werd gedacht dat de zeearend hier niet zou kunnen gedijen. De vogel zou te schuw zijn en niet kunnen wennen aan de voortdurende invloed van de mens. Maar met de afname van het gebruik van landbouwgiffen nam het aantal zeearenden in landen als Noorwegen, Polen, Zweden en Duitsland weer toe. Volgens de laatste cijfers zijn in Duitsland het afgelopen broedseizoen 360 broedparen gesignaleerd, bijna honderd meer dan vijf jaar geleden. In de aan Nederland grenzende deelstaat Nedersaksen zijn dit seizoen tien paren gezien.

De Werkgroep Roofvogels Nederland zou het afblazen van de herintroductie van de zeearend verwelkomen. Niet alleen vindt de werkgroep het onjuist om de natuur op deze manier zo nadrukkelijk een handje te helpen, ook acht zij de kans groot dat een herintroductie zal mislukken. Voor een geslaagde herintroductie zijn veel meer vogels nodig dan de vergunning toestaat, en ook zijn daarvoor in het wild levende dieren veel geschikter dan in gevangenschap levende of gefokte dieren, aldus de werkgroep. Ook wijst de werkgroep erop dat de bijdrage van de zeearend aan het proces van het roven en verslinden van andere dieren niet erg groot zal zijn. Van meer belang zijn daarvoor de vossen, maar ook kleinere roofvogels zoals de buizerd, die het heel goed doet in Nederland, en de havik.

De zeearend overwintert soms in Nederland, met name in de Oostvaardersplassen, de Biesbosch, het Lauwersmeer en de Gelderse Poort. De vogel heeft een vleugelwijdte van ruim twee meter. Hij bouwt metershoge nesten in hoge bomen. De roofvogel voedt zich met watervogels en dode vis, maar ook met kleine zoogdieren zoals konijn.