Wie ben ik en wat wil ik

Loopbaanoriëntatie- en begeleiding is het vak voor een betere toekomst. Vanaf de derde klas werken leerlingen aan hun profiel.

HET DUURT even voordat het geroezemoes van de leerlingen in klas V3c wegebt. Wanneer het helemaal stil is, zegt decaan Eljan de Wijs: ,,Tessa, wat is een decaan? Tessa moet even nadenken. ,,Een leraar of zo? De Wijs: ,,Dat is goed en wat nog meer? Tessa: ,,Het is iemand die ervoor zorgt dat je weet wat je later wilt gaan doen. De Wijs schudt zijn hoofd. ,,Dat klopt niet helemaal.'' Tessa zegt haastig: ,,Iemand die advies geeft dan.''

De Wijs schrijft op het schoolbord: DECAAN, en tekent twee pijlen naar de woorden LERAAR en ADVIES. Van het woord ADVIES tekent hij een pijl naar het woord TOEKOMST. De Wijs:,,Shana, een decaan geeft advies over de keuzes voor de toekomst. Waarom nu al? Shana: ,,Omdat je een vakkenpakket moet kiezen, o nee een profiel heet dat tegenwoordig.''

Op het Baarnsch Lyceum in Baarn wordt, net als op andere middelbare scholen, naast de reguliere vakken aandacht gegeven aan loopbaanoriëntatie- en begeleiding (LOB). Doel van LOB is de scholieren na te laten denken over hun studie- en beroepskeuze. Op het Baarnsch Lyceum stippelt de decaan samen met de havo- of vwo-leerling een individueel programma uit. Dat bestaat onder meer uit het bezoeken van open dagen van hogescholen en universiteiten, een beroepskeuzetest en het verzamelen van informatie in de infotheek van de school en op internet. In de onderbouw (de eerste drie schooljaren) wordt er klassikaal aandacht besteed aan loopbaanoriëntatie en -begeleiding. Met het oog op de keuze van een bepaald profiel worden leerlingen aangespoord na te denken over wat ze later willen worden.

De Wijs geeft de leerlingen van klas V3c hun eerste opdracht voor dit schooljaar. Zij moeten twee `beroepsbeoefenaren' interviewen en daar een verslag van maken. Jolien Bekkering (14) twijfelt over een makelaar of een tuinarchitect. ,,Maar eigenlijk weet ik het nog niet precies.'' Ook Dirk Schoenmaker (14) vindt het moeilijk om nu al na te denken over zijn toekomst. ,,Ik denk dat het iemand wordt uit het internationale bedrijfsleven, want ik wil later een internationaal bedrijf oprichten.'' De decaan zal een `toekomstdossier' aanleggen van Jolien en Dirk evenals van de andere leerlingen van klas V3c. De felrode mappen hangen keurig op alfabet in een grote grijze kast in zijn kantoor. In de dossiers zitten alle verslagen en werkstukken die de scholieren maken van voorlichtingsavonden, interviews met beroepsbeoefenaars, open dagen enzovoort. De Wijs: ,,Op deze manier ontwikkelen ze langs een doorlopende leerweg een zelfconcept: wie ben ik en wat wil ik?''

Toekomstdossier, doorlopende leerweg en zelfconcept, het zijn nieuwe begrippen in het onderwijs, die met de invoering van de Tweede Fase werden geïntroduceerd. Een belangrijke reden voor de invoering van de Tweede Fase – waarin de leerling een profiel kiest dat past bij een bepaald beroepenveld en tegelijkertijd zelfstandig leert werken in het Studiehuis – was om de aansluiting tussen het voortgezet onderwijs en het hoger onderwijs te verbeteren. Bij een betere voorbereiding van de scholier op vervolgonderwijs past ook meer aandacht van de school voor de studiekeuzebegeleiding.

,,Loopbaanoriëntatie en -begeleiding is ontzettend belangrijk als je bedenkt dat van de veertig procent hbo-studenten die de opleiding waarmee ze zijn begonnen niet afmaken, de helft dat doet omdat ze een verkeerde studiekeuze hebben gemaakt'', zegt directeur Roel van Asselt van het Landelijk Informatiecentrum Aansluitingsvraagstukken, een onafhankelijk expertisecentum dat in opdracht van onder meer de HBO-raad en het ministerie van Onderwijs onderzoek doet naar problemen in de aansluiting van het voortgezet onderwijs op het hbo.

,,In tegenstelling tot vroeger wordt er nu op het voortgezet onderwijs getoond welk beroep er eigenlijk achter een vak zit en wat de feitelijke inhoud van de opleiding is'', aldus Van Asselt. Hij is ervan overtuigd dat op deze manier de studieuitval door een verkeerde studiekeuze `drastisch' zal verminderen. ,,Als dit niet helpt, helpt niets meer.''

Een school is van overheidswege niet verplicht aandacht te besteden aan loopbaanoriëntatie en -begeleiding, maar het wordt overal wel gedaan. Daar scholen vrij zijn om te bepalen hoe er vorm aan wordt gegeven, bestaan er aanzienlijke verschillen in het aanbod.,,Bij de ene school wordt er veel tijd besteed aan LOB, bij de andere weinig'' , zegt Leo Coïni, secretaris van de Nederlandse Vereniging van Schooldecanen en decaan op het Oosterlichtcollege in Nieuwegein. ,,Ook de mate waarin er individuele begeleiding wordt gegeven loopt nogal uiteen. Op sommige scholen wordt er ook nog veel klassikaal gedaan. Bij ons houden we bijvoorbeeld één keer per jaar een oud-leerlingenmarkt, waar tweedejaars studenten komen vertellen hoe het is op hun opleiding. Andere scholen laten hun leerlingen een week meelopen bij een bedrijf.''

Er is veel veranderd. ,,Scholen stoppen veel meer tijd in loopbaanoriëntatie en -begeleiding die bovendien gestructureerder is geworden'', meent Coïni. De Wijs: ,,Vroeger zat je in je winkeltje te wachten totdat er eens een leerling voorbijkwam. Nu bieden we LOB actief aan.''

Door het grotere aanbod aan loopbaanoriëntatie-activiteiten, zoals bijvoorbeeld de jaarlijkse Studiebeurs in Utrecht in september, is er onder de scholieren ook meer animo gekomen om zich op hun studiekeuze te oriënteren, zegt De Wijs. ,,Leerlingen hebben veel meer dan voorheen de behoefte om te shoppen langs opleidingen. Dat moedigen wij aan, want er bestaan rare vooroordelen over bepaalde universiteiten. Delft is bijvoorbeeld altijd erg populair en Twente helemaal niet. Maar als ze bij de open dagen zijn geweest hoor je ze vaak zeggen: Delft is eigenlijk maar een afgetrapte zooi, Twente ziet er veel leuker uit.''

Op de ranglijst van favoriete studies scoren medicijnen, psychologie en rechten hoog. De Wijs. ,,Maar het allerpopulairste zijn nog wel alle studies waarmee ze later manager kunnen worden. Management is een lekker woord. Bovendien willen ze later liever orders geven dan ontvangen.'' Bedrijfskunde is daarom een zeer gewilde studie onder de scholieren op het Baarnsch Lyceum. Volgens De Wijs is het belangrijk om differentiatie aan te brengen en te vragen of leerlingen ook hebben gehoord van bijvoorbeeld bestuurskunde.

Ook de invoering van de profielen heeft ertoe bijgedragen dat scholieren bewuster een studie kiezen dan voorheen. Bij het kiezen van een bepaald profiel wordt immers tegelijkertijd gekozen voor een bepaalde arbeidssector met bijbehorende opleidingen. Daarmee is het tijdstip voor het kiezen van een specifieke richting naar voren verschoven. De Wijs: ,,Vroeger begonnen leerlingen in de vijfde of zesde klas hierover na te denken. Nu is dat al in de derde klas.''

Dat werkt niet voor iedereen even goed, stelt dr. Uulkje de Jong van het SCO Kohnstamm instituut van de Universiteit van Amsterdam. Zij heeft verschillende onderzoeken gedaan naar succes en keuzefactoren bij studenten in het hoger onderwijs. De Jong: ,,Voor sommigen is het prima om op hun vijftiende al te moeten weten wat ze gaan studeren. Maar voor een heel interessante groep, namelijk scholieren met een brede belangstelling, is het juist veel beter de keuzemogelijkheden zo lang mogelijk open te houden. Twijfel kan heel gezond zijn.''

De Jong denkt dat het aantal studenten dat `uitvalt' of `afzwaait' als gevolg van een verkeerde studiekeuze niet enorm zal afnemen door de verbeterde loopbaanoriëntatie en begeleiding in het voortgezet onderwijs. ,,Je kan gewoon niet alles voorlichten op school. Het is hartstikke goed dat die keuzebegeleiding er is, maar de werkelijkheid wordt er niet minder hard om: je kan maar één ding studeren. En andere leuke opleidingen zullen er altijd blijven.''