Vrouwen bestormen mannenbolwerk

Steeds meer meisjes kiezen voor een exacte studie – maar met een sociaal tintje. Het bedrijfsleven staat in de rij. ,,Dit is de vervolmaking van jarenlange emancipatie.''

`Een vrouw die geschikt is voor de studie, ben ik geneigd te beschouwen als een abnormale vrouw, als een monstruositeit'

(Een arts in Psychiatrische en Neurologische Bladen, 1897)

`JIJ BENT EEN vrouw, je kan het toch niet begrijpen'. Dat was de reactie van een wetenschappelijk medewerker van de TU Delft, begin jaren vijftig, op het verzoek van een studente om een bepaald probleem uit te leggen. In die tijd was het aantal vrouwelijke studenten van wat toen nog de Technische Hogeschool Delft heette, op een paar handen te tellen. Ze zaten naast elkaar in de collegebanken, trokken vaak iets kleurigs aan om niet over het hoofd te worden gezien, en werden door de hoogleraar steevast geadresseerd met `Mijne heren'. Hun soms treurige, soms hilarische belevenissen zijn opgetekend in het boek Vrouwen in een mannenbolwerk. Over de ervaringen van vrouwelijke studenten in de jaren vijftig en zeventig aan de TH Delft (1985) van Nannie Gilissen.

Ook in het eerste studiejaar van het nieuwe millennium zullen vrouwelijke studenten aan de TU Delft veruit in de minderheid zijn. Toch is hun aandeel in twintig jaar tijd verviervoudigd: van 5 procent in 1980 tot 21 procent vorig jaar. Wie uitsluitend afgaat op de percentages vrouwelijke eerstejaars voor studies als bouwkunde (34 procent), technische wiskunde (43 procent) en industrieel ontwerpen (42 procent) kan zich al weinig meer voorstellen bij de term `mannenbolwerk'.

,,We hebben het maatschappelijk tij mee'', erkent Gabrielle Muris, beleidsmedewerker onderwijs aan de TU Delft. ,,Dit is de vervolmaking van jarenlange emancipatie.'' Maar ook het meer vrouwvriendelijke beleid van de universiteit mag volgens haar niet onvermeld blijven. Zo lanceerde de TU Delft enige jaren geleden de `Meiden Studeren Techniekdagen', voor vwo'ers met interesse voor techniek. Naast de algemene introductiedagen kwam er een `Ladies-Intro' en vrouwelijke studenten kunnen sinds kort terecht bij een vrouwelijke mentor.

Ook de recente pogingen van het universiteitsbestuur om technische opleidingen aantrekkelijker te maken voor vrouwen lijken zoden aan de dijk te zetten. De vorig jaar gelanceerde studie life, science and technology is daar een goed voorbeeld van. Muris: ,,Het gaat om een pittige natuurwetenschappelijke opleiding, met een softere uitstraling dan bijvoorbeeld chemische technologie. De moleculaire celbiologie staat centraal, maar er is ook aandacht voor geneeskunde en procestechnologie.'' Die bredere opzet spreekt (ook) vrouwen aan: de helft van de nieuwe lichting studenten is vrouw.

Een opmerkelijke score, want anders dan bij de alfa- en gammastudies – waar vrouwen goed vertegenwoordigd, zo niet in de meerderheid zijn – is het landelijke percentage vrouwelijke bètastudenten nog geen 20 procent. Die ondervertegenwoordiging kan volgens hoogleraar gender, cultuur en management Agneta Fischer deels worden verklaard uit `jarenlange socialisatie'. `Ouders en leraren hebben meisjes vanaf de wieg bijgebracht dat ze geen aanleg voor exacte vakken hebben', schrijft Fischer in De universiteit als modern mannenklooster (1998). `Deze verwachtingen kunnen er maar al te makkelijk toe leiden dat meisjes ook minder belangstelling ontwikkelen voor abstracte, theoretische problemen. Iets waar je niet goed in bent, is ook niet leuk.'

De nieuwe bètaopleidingen als life, science and technology, human technology (Hanzehogeschool Groningen), medisch technische informatica (Universiteit Utrecht) en biomedische technologie (TU Eindhoven) richten zich echter meer op de maatschappelijke context van technische vraagstukken – een combinatie die meisjes blijkt aan te spreken. Of, zoals Jan Janssen, decaan van de opleiding biomedische technologie het samenvat: ,,Meisjes maken zich liever druk om technische zaken waarbij de mens een rol speelt, dan ontwikkelingen die leiden tot mannekes op de maan.'' Een visie die het hoofd van de opleiding human technology, Trijnie Faber, ondersteunt: ,,Wij leiden ingenieurs op die met de ogen van gebruikers naar techniek kijken.''

De vermenselijking van de bètaopleidingen – en de daaruit voortvloeiende instroom van meisjes – wordt ook sterk gepropageerd vanuit het bedrijfsleven, dat veel van de nieuwe opleidingen sponsort. Bij de traditionele technische opleidingen ontbreekt het nogal eens aan afgestudeerden die hun vakkennis kunnen `verkopen'. De huidige krapte op de arbeidsmarkt noopt veel bedrijven er bovendien toe een nieuw werknemersarsenaal aan te boren. En met succes, meent Gertje Joukes van de Landelijke organisatie Vrouwen in Hogere Technische Opleidingen (VHTO). Want vrouwen vullen niet alleen vacatures op, een hoger percentage vrouwen is ook goed voor een bedrijf. ,,De ervaring leert dat de sfeer in organisaties met veel vrouwelijke werknemers er doorgaans op vooruitgaat. Bovendien worden bedrijven als Stork, Pink Elephant en General Electric steeds flexibeler als het gaat om parttime werk, flexibele werktijden en loopbaanbegeleiding. Dat moedigt vrouwen aan.''

Toch is het niet al goud wat er blinkt. Binnen de universiteit houdt de doorstroom van vrouwen naar hogere wetenschappelijke functies geen gelijke tred met het toenemende aantal vrouwelijke afgestudeerden, zo concludeerde de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) begin dit jaar. Sterker nog: Nederland bevindt zich internationaal gezien in de achterhoede. Het percentage vrouwelijke hoogleraren (5,4) ligt vér onder dat van Turkije (21,5), Finland (18,4) en Portugal (17).

Voor deze ondervertegenwoordiging zijn volgens de AWT drie verklaringen: Nederland heeft, meer dan andere landen, een traditie van mannelijk kostwinnerschap; vrouwen kiezen minder vaak onvoorwaardelijk voor een wetenschappelijke carrière en ze hebben moeite met het universitaire publish or perish-cultuurtje. Ook erkent de raad dat er binnen de wetenschap tal van uitsluitingmechanismen bestaan: van salarisniveaus, toewijzing van laboratoriumruimte tot deelname aan commissies. Ruim honderd jaar na de uitspraak in Psychiatrische en Neurologische Bladen blijken vrouwen op wetenschappelijke topfuncties voor sommigen nog altijd een monstruositeit. Ten onrechte, vindt de AWT: deelname van vrouwen aan de wetenschap is niet alleen een democratisch grondrecht, het waarborgt ook de diversiteit van academische vraagstukken en invalshoeken.