`Volgend jaar inflatie van vier procent'

De Nederlandse inflatie kan volgend jaar oplopen tot 4 procent. Dat is de grootste stijging van de consumentenprijzen sinds 1982. Dit stelt de Nederlandsche Bank in het kwartaalbericht van september.

De inflatieschatting is een verhoging van een eerdere raming van 3,6 procent inflatie in 2001. De onderliggende inflatiedruk is in de tussentijd hoger geworden doordat eerder werd aangenomen dat de cao-lonen met 3,2 tot 3,4 procent zouden stijgen, terwijl de meest recente akkoorden wijzen op 4 procent. Onderzoek suggereert volgens de centrale bank dat ook de incidentele loonbetalingen jaarlijks toenemen. Bovendien is de eurokoers sindsdien gedaald en is de olieprijs verder gestegen, hetgeen opwaarts werkt op de inflatie. Volgens de centrale bank is rond 1 procent extra inflatie afkomstig van de btw-verhoging van 17,5 procent naar 19 procent die gepaard gaat met het doorvoeren van de belastinghervorming volgend jaar.

Berekeningen met het macro-economische model Morkmon voor de Nederlandse economie komen, bij vanaf nu gelijkblijvende olieprijzen en wisselkoersen, uit op 4 procent. Daarmee loopt de Nederlandse economie volgens DNB, na vier jaar forse economische groei en een toenemende krapte op de arbeidsmarkt, een groot risico om te oververhitten. Een inflatie van 4 procent, die sinds 1982 niet is voorgekomen, loopt volgens de centrale bank het risico zichzelf te versterken, als de inflatieverwachtingen er door toenemen.

De centrale bank erkent dat monetair beleid, dat nu in euro-verband wordt gevoerd, niet langer als rem kan functioneren op de Nederlandse economie. In verband met de timing van de belastinghervorming volgend jaar, waarbij een forse verhoging van het gemiddelde besteedbaar inkomen zal optreden, spreekt de centrale bank van `problemen'. Eerder al suggereerde bankpresident Wellink dat de bestedingsimpuls volgend jaar op een ongelukkig moment komt, gezien de stand van de conjunctuur.

De centrale bank ziet een oplossing in het laten werken van de `automatische stabilisatoren' in de begrotingssystematiek van minister Zalm van Financiën. Dit houdt in dat alle financiële meevallers van de overheid aan de inkomstenkant volledig in een begrotingsoverschot moeten lopen, en niet worden besteed.

Tevens roept de centrale bank de sociale partners op om door de inflatiepiek `heen te kijken' en de cao-loonstijgingen beperkt te houden tot de stijging van de arbeidsproductiviteit. Ook zou de nog beschikbare arbeidsreserve beter moeten worden aangeboord. De centrale bank noemt hier vooral de lage participatiegraad van vrouwen en ouderen.