Universitair onderwijs

Professor Arjo Klamer (NRC Handelsblad, 4 september) zingt de lof van de Amerikaanse universiteiten en colleges. De academische idylle die Klamer schetst bestaat niet; ook niet in de ogen van de Amerikanen. In The closing of the American mind veegt Allan Bloom de vloer aan met het huidige Amerikaanse universitaire onderwijs: te weinig diepgang en bezinning.

De `Amerikaanse leest', waarop Klamer het Nederlandse universitaire onderwijs wil schoeien, is een illusie. De kwaliteit van de Amerikaanse universiteiten (en daarmee de waarde van hun diploma's) varieert in ongeveer dezelfde mate als de kwaliteit van de voetbalelftallen in de eredivisie en die in de derde klasse der zaterdagamateurs. De meeste houders van een bachelordiploma studeren niet verder. Aan de beste universiteiten wordt een zeer strenge selectie toegepast en de kosten van een jaar studeren belopen daar een modaal Nederlands jaarsalaris.

De gemiddelde Amerikaanse universiteit is, meer nog dan de Nederlandse, overstroomd met studenten (en docenten) van bedenkelijke intellectuele kwaliteit; de faculteiten voor exacte wetenschappen worden, al sinds jaren, bevolkt door immigranten uit Azië en, sinds kort, uit Oost-Europa. De betere Amerikaanse student zoekt zijn (financiële) voordeel in the Law School, de Medical School en de Schools of Management.

Er is van alles mis met de Nederlandse universiteiten, maar het academische heil komt niet uit de Verenigde Staten. De beste Amerikaanse universiteiten zijn beter dan de beste hier, maar dat heeft naast financiële kosten nog een prijs: selectie.