Studentikoze meligheid

`Geen Daden Maar Woorden' is de titel van het `interdisciplinair' festival van het tijdschrift Passionate, dat op 29 en 30 september in Rotterdam wordt gehouden. Literatuur zal er samengaan met andere kunstvormen: een rapgroep treedt bijvoorbeeld op met een bewerking van Van den Vos Reynaerde. Het pas verschenen nummer van Passionate, tijdschrift voor nieuwe letteren, biedt een vooruitblik op het festival. Geen erg opwekkende vooruitblik, helaas.

Passionate is studentikoos, op twee verschillende manieren. Hoofdredacteur Ernest van der Kwast doet in zijn voorwoord modieus melig: ,,Van den Vos Reynaerde? What the fok? Bij het horen van deze titel krijg ik last van acute verveling, mijn mond valt open, mijn ogen dicht, mijn armen gaan hangen en ik hunker naar een afstandsbediening, maakt niet uit welke, teevee, radio, videorecorder, om het even.'' Wat een omhaal van woorden. Van der Kwast formuleert slordig (,,armen die `gaan hangen' ''?). Hij strooit graag met korte, vlotte woordjes: `Scusi?' staat er dan, of `Joh?' Maar ook houdt hij van archaïsche uitdrukkingen als `zij het' en `enigszins' en heeft hij het zomaar over zijn `bekende botte In-den-beginne toon.' Ehh scusi?, zal ik dan ook maar zeggen.

Het andere studentikoze toontje is juist serieus, bijna gedragen. Yvette Benningshof schrijft onder de kop `Middeleeuwse Reinaert de Vos in een nieuw Duvels jasje' in een keurige, academische stijl (met veel `met name's') potsierlijkheden als: ,,De sluwheid van de vos zou niet misstaan in de huidige grote-stadscultuur en het westerse leven dat op het individu gericht is.'' Of: ,,Het grote verschil met de middeleeuwse voordrachten is dat rap doorgaans tegen de achtergrond van een hiphop-beat wordt uitgevoerd.'' Willem, de vermoedelijke schrijver van Van den Vos Reynaerde, was, aldus Benningshof in haar laatste zin, `voor zijn tijd heel cool.' Brrr. Zoals Benningshof schrijft ongeveer ook Wieteke van Dam in haar bijdrage `Steek de dijken door', die het Geen Daden Maar Woorden-festival `een staaltje cultureel ondernemerschap' noemt. `Stoffige cultuurfenomen zoals de letteren' worden volgens Van Dam `nieuw leven ingeblazen'– maar aanlokkelijk klinkt het allemaal niet.

Beter in Passionate zijn de strips, zoals een `Eefje Wentelteefje' van Jeroen de Leijer, de gedichten, ondermeer van Ingmar Heytze en de korte verhalen, zoals van Steven Verhelst. Het blad bevat ook een bijdrage van Joost Zwagerman, die in het gezelschap van jonge auteurs nogal uit de toon valt met zijn tirade tegen P.F. Thomese. Het leest natuurlijk wel altijd lekker weg, zo'n aanval, met kwalificaties als `de zelfverklaarde Hannie Schaft uit de filistijnse Republiek der Letteren.' Thomese, aldus Zwagerman, eet van twee walletjes. Hij lanceerde met behulp van de ECI een eigen website en trekt tegelijkertijd van leer tegen de Nederlandse literatuur als `bedrijfstak' waarin het draait om een `maximale omzet en dito winst.'

Passionate verzet zich tegen brave commissies, subsidiekliekjes, tegen de `Culturele Plannetjesmakers', de `JongerenKultuurkamer.' Het blad en het `Geen Daden Maar Woorden'-festival pretenderen nou eens echt vóór en dóór jongeren te zijn. Helaas lijkt er onder deze twintigers vooralsnog niet voldoende talent aanwezig te zijn, om er ook echt iets van te maken.

Passionate, tijdschrift voor de nieuwe letteren. September/oktober 2000. Jaargang 7, nummer 5. Prijs: ƒ 9,99.