Schatkamers van het gedrukte woord

De centrale ruimte van de grote kelder is verbouwd tot een comfortabele zitkamer met witte plavuizen op de vloer. Er staan twee luie stoelen, een tafel, een werkblad, een schemerlamp. Het suizen van een vochtigheidsregulator moet de eigenaar van de ruimte onder het huis in het Bergkwartier geruststellen over het lot van zijn 70.000 dierbaren. Want zoveel boeken telt het ondergrondse rijk van dr. J.A. Brongers (1933), archeoloog en schrijver van ettelijke studies over de wereld van het gedrukte woord.

De bibliotheek van Brongers is een van de grootste particuliere verzamelingen van Nederland. Romans zal je er niet zo snel aantreffen (,,die staan op de slaapkamer''), maar wel 6.000 titels op het gebied van de archeologie, 7.000 boeken over boeken en 2.000 geschiedenisstudies. Ook zijn er deelverzamelingen over onderwerpen als bouwkunde, sport, paleontologie, pseudo-wetenschap, fraude met kunstvoorwerpen, kaartspelen, God, landbouw, de geschiedenis van de detectiveroman en de topografie van Nederland. De kelder is een universiteitsbibliotheek in het klein. De pronkstukken van de collectie, enkele honderden 17de- en 18de-eeuwse boeken, staan in een zijvertrek, waar ook honderden mappen met krantenknipsels liggen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Toch is het uiterlijk van een boek voor Brongers niet zo belangrijk. Het gaat om wat er in staat. Overdrukken en fotokopieën worden dan ook niet geweerd uit het allegaartje aan boekenkasten.

,,Ik wil een hoeveelheid informatie om me heen hebben, zodat ik snel alles over een bepaald probleem te weten kan komen'', zegt Brongers voordat hij me over de nauwe paden tussen de kasten leidt. ,,Zo heb ik acht encyclopedieën van het 20-delige soort, waarin behalve lemmata ook indexen zitten. En juist aan die indexen heb je vaak veel meer dan aan een website. De Oosthoek is goed in bètawetenschappen, militaria en techniek, de Winkler Prins in de humaniora. En dan heb ik ook nog Mayers Konversationslexikon, de Brockhaus, de Herders – een katholieke encyclopedie – en de Encyclopedia Britannica, alle in verschillende edities, van onze tijd en van 75 jaar geleden, zodat ik kan zien hoe aan het begin van de eeuw over een bepaald probleem werd gedacht.''

Je zou de collectie-Brongers kunnen zien als een verzameling boeken op het gebied van de cultuurgeschiedenis van de hele wereld, lopend van de exacte wetenschappen, via de humaniora naar de sociologie. Je kunt er over ieder denkbaar onderwerp wel iets vinden.

,,De openbare bibliotheek is, met alle waardering, niets voor mij'', zegt Brongers ter verdediging van zijn verzameldrift. ,,Dat geldt niet voor een instelling als de Athenaeum Bibliotheek in Deventer, die een enorme traditie heeft, maar daar kun je weer niets lenen.''

Het heeft natuurlijk iets vreemds om er in een tijd van internet een gigantische privé-bibliotheek op na te houden, omdat je alles wilt kunnen opzoeken. Toch is Brongers allerminst een pathologische verzamelaar van bedrukt papier, die alles afwijst dat naar moderne informatieverschaffing riekt. ,,Ik behoor niet tot de mensen die geloven dat elektronica geen rol zal spelen als het om boeken gaat'', zegt hij. ,,Maar het gewone boek zal altijd blijven bestaan. Het schrijven van een boek houd je een hele poos vol op de computer. Je hebt meerdere schermen waarop je kunt werken en dat is reuze handig. Maar uiteindelijk wil je toch een printje zien voordat je de floppy naar je uitgever brengt. Bovendien is het op een beeldscherm altijd heel moeilijk om iets te vinden en bij een boek weet je meteen waar het ongeveer staat. Het aardige aan een echt boek is ook dat er tekeningen en tabellen in kunnen staan. Het is niet zo simpel om dat in een e-book voor elkaar te krijgen.''

Met internet als bron van informatieverschaffing heeft Brongers weinig op. ,,Internet staat of valt met associaties die je kunt maken met goede keywords. Je hebt veel meer aan een encyclopedie – het vroegere internet – want die is tenminste geredigeerd. Op internet doet iedereen maar wat. En dat zogenaamde `vrije zoeken', dat zo ideaal zou zijn, is onzin.''

Wel gelooft Brongers in kabelverbindingen waarmee elektronische boeken kunnen worden verspreid. Door middel van dat zogenoemde printing on demand kun je straks in een boekwinkel een bepaald boek via de computer opvragen en laten printen. Voor dat printen betaal je de boekhandelaar een gering bedrag. ,,Als je als arts bijvoorbeeld kunt doorstoten naar een elektronisch net waarop je een up-to-date artikel uit het tijdschrift Excerpta Medica kunt vinden, is dat reuze handig'', zegt Brongers enthousiast. ,,De wereld wordt tenslotte gelukkiger als je goed met elektronica omgaat, maar daaraan schort het hem juist op internet.''

Universiteitsbibliotheken in Nederland, de bewaarplaatsen bij uitstek van het gedrukte woord, hebben de laatste jaren zwaar te lijden onder draconische bezuinigingen. Er worden vrijwel geen nieuwe boeken aangeschaft en met de conservering van (vooral) kostbare exemplaren is het slecht gesteld. Het is een ontwikkeling die velen zorgen baart, want als het zo doorgaat raken studenten en geleerden steeds meer verstoken van de recente ontwikkelingen op hun vakgebied. Van de universiteit zelf zal niet meer dan een veredelde bewaarschool overblijven, waar alles om studiepunten draait en niet om intellectuele vorming.

Maar ook in openbare bibliotheken is collecties geen veilige toekomst beschoren. Het mooiste voorbeeld van de rampspoed die een boekenverzameling kan overkomen, komt uit Amersfoort zelf. ,,De openbare bibliotheek hier had een bijzondere collectie Amersfoortsiana'', vertelt Brongers. ,,Toen ik er op een zekere dag naar vroeg, bleken alle boeken verdwenen te zijn. Inmiddels heb ik zelf een vrij complete collectie Amersfoortsiana opgebouwd.'' Vernietigd? Gestolen? We zullen het nooit weten. Het enige dat je kunt constateren is misschien dat boeken verzamelen wel degelijk de moeite loont. Want van al die bibliotheken in Nederland kan niemand meer op aan. Jammer dat de boekerij van Brongers niet voor het publiek toegankelijk is.