Revolutie zonder verandering

De Partij van de Arbeid hield gisteren een discussiebijeenkomst over de positie van de monarchie in het Nederlands staatsbestel. Fractieleider Ad Melkert wil de rol van de Tweede Kamer bij de kabinetsformatie versterken, dan wordt de rol van het staatshoofd vanzelf beperkt. De ervaring die de Kamer heeft met die rol is echter niet zo succesvol.

. De rol van de Koning bij kabinetsformaties is groter naarmate Tweede-Kamerfracties verdeeld zijn. Het is levend staatsrecht: geen wettelijk verankerde regel, wel een praktische vuistregel sinds generaties.

Krijgt het staatshoofd eensluidende adviezen van fractieleiders, zoals in 1998, dan zijn visites aan het paleis weinig meer dan een formaliteit. Dreigt een impasse in de formatie, zoals in 1994, dan is het staatshoofd geroepen een knoop door te hakken, daarin bijgestaan door adviseurs als de voorzitters van de beide Kamers en de vice-president van de Raad van State.

Louter formeel bezien wil PvdA-fractieleider Melkert niets veranderen aan dit formatiemechanisme. ,,De rol van de koningin bij kabinetsformaties blijft zoals die is'', onderstreepte Melkert gisteravond aan het Binnenhof, op een partijbijeenkomst in de Troelstrazaal. Melkerts `revolutie' is erop gericht ,,wat meer openbaarheid'' te brengen in de nu van kiezers afgeschermde formatiebesprekingen. Niet de rol van het staatshoofd vraagt om beperking, nee, de rol van de Kamer moet worden versterkt. Daarmee kan, maar dat is al staande praktijk, de invloed van het staatshoofd op formaties beperkt blijven.

In de voorstellen van Melkert komt de Tweede Kamer op de dinsdag na verkiezingen in nieuwgekozen samenstelling bijeen om in alle openheid te debatteren over de verkiezingsuitslag, programmatische wensen, coalitievoorkeuren en procedurele wensen. Pas daarna zouden de fractieleiders hun gang naar het paleis moeten maken, al dan niet met (on)heldere uitspraken van een Kamermeerderheid op zak.

Melkert zou er ook voorstander van zijn om (in)formateurs vaker naar de Kamer te roepen, bijvoorbeeld wekelijks op dinsdag, analoog aan het vragenuurtje voor bewindslieden. In ieder geval wil de PvdA-fractieleider een einde maken aan ,,de lege Kamer'' na verkiezingen, waarbij onderhandelaars druk in gesprek zijn met elkaar maar pas maanden later verantwoording afleggen aan het parlement.

Met tussentijdse verantwoording door informateurs in de Kamer is al tweemaal ervaring opgedaan, bij de formaties van 1994 en 1998. Oud-minister Ed van Thijn wees erop dat dit ,,schimmige debatten'' heeft opgeleverd, waarbij de deelnemers aan de coalitiebespreking zo min mogelijk over hun onderhandelingsposities hebben prijsgegeven. De PvdA-fractieleden Peter Rehwinkel en Marja Wagenaar meenden dat Van Thijn met deze zienswijze ,,was blijven hangen in de polarisatiegedachte van de jaren zeventig'' en ,,veel te relativerend was over de waarde van het openbare politieke debat''.

Eenmaal, in 1971, heeft de Tweede Kamer gepoogd zelf een informateur aan te wijzen, buiten de koningin om, in vervolg op een met steun van de VVD en de linkse fracties aanvaarde motie van de KVP'er Kolfschoten. Maar goede bedoelingen liepen vast in onderlinge verdeeldheid, waarna de fractieleiders met hangende pootjes weer aanklopten bij koningin Juliana.

De uitspraken van Melkert komen krap een week voordat premier Kok op Prinsjesdag, komende dinsdag, een notitie naar de Kamer stuurt over de positie van de monarchie in het staatsbestel. De premier doet dit op verzoek van D66-leider De Graaf die afgelopen april heeft gepleit voor staatkundige `modernisering' van de monarchie. In reactie hierop heeft Kok al aangegeven dat er wat hem betreft niets hoeft te veranderen in de formele rol van de koningin. Naar verluidt wordt dit ook de strekking van de dinsdag te verschijnen notitie.

Dat de PvdA-bijeenkomst juist gisteren werd gehouden, staat ,,geheel los'' van de notitie van Kok, onderstreepte fractieleider Melkert. Hij liet in het midden of er sprake is van weldoordachte timing om te voorkomen dat D66 de komende dagen opnieuw het voortouw neemt in een staatkundig debat over kabinetsformaties en monarchie.