Polemische portretten van S.I. Witkiewicz

De veelzijdige Poolse kunstenaar Stanislaw Ignacy Witkiewicz (1885-1939) vergeleek zichzelf met een `landmijn' die rustig in het weiland ligt, maar die elk ogenblik kan ontploffen. In Nederland is hij ternauwernood bekend als romancier, al verschenen hier in de vertaling van Karol Lesman de romans Afscheid van de herfst en Onverzadigbaarheid. Intrigerende, weerbarstige werken, waarin Witkiewicz gefascineerd blijkt door leugen en bedrog, door de demonie van het kwaad. Als toneelschrijver oogstte hij in zijn geboorteland, en ook ver daarbuiten, roem; een onthaal dat hem hier onthouden bleef. Misschien is zijn werk voor Nederlandse begrippen te Pools-symbolisch, te heftig van gestiek en vorm.

Witkiewicz is, inderdaad, een snel ontplofbaar talent gebleken. Hij groeide, als telg van de kleine landadel, op in Litouwen; zijn ouders waren intellectueel en artistiek begaafd. Van zijn vader krijgt Witkiewicz een camera waarmee hij zijn eerste foto's maakt van het Tatra-gebergte en van locomotieven, die compacte, gestroomlijnde vormen vol kracht en lawaai. Witkiewicz besluit schilder te worden, hij raakt rond zijn vijfendertigste geboeid door de werken van Picasso en Braque. Nog steeds is zijn scheppingsdrift niet uitgewoed: hij componeert, schrijft filosofische verhandelingen, wijdt zich aan het theater. En dit alles met een merkwaardige mengeling van metafysica en losbandige, dadaïstische brille.

Kunstencentrum Signe in Heerlen probeert op bijzondere wijze de onuitputtelijke scheppingsroes te illustreren waarin Witkiewicz bij zijn leven verkeerd moet hebben. Een wand is gewijd aan zijn Poolse en internationale boekomslagen, ook de Nederlandse. Er zijn zeer vroege edities bij, roofdrukken, zeldzame exemplaren. De wand biedt een betekenisvolle excursie langs decennia typografie en boekverzorging. Witkiewicz portretteerde zichzelf graag. De foto's tonen een man met baldadige blik, op het grimmige af. Kern van de tentoonstelling is Witkiewicz geniale uitvinding van de zogeheten `Portrettenfirma'. Omdat hij als kunstschilder ternauwernood aandacht kreeg en evenmin geld verdiende, beproefde hij zijn geluk met het schilderen van portretten. Dit genre, dat een lange traditie kent, zette hij echter geheel op zijn kop. Hij vaardigde in 1932 een reglement uit waarin alle mogelijke en onmogelijke vragen van de geportretteerde, elke mening over wel of geen gelijkenis, elk gunstig dan wel ongunstig oordeel van het model wordt buitengesloten. Witkiewicz geestig-dubbelzinnige motto luidt: ,,De klant moet tevreden zijn. Misverstanden buitengesloten.'' Je kunt het ook anders formuleren: de schilder wenst tijdens zijn arbeid tegengesproken noch gestoord te worden. Zelfs al is deze, zoals een van de zeventien paragrafen luidt, enigszins onder invloed van alcohol of andere geestverruimende middelen. Kinderportretten zijn het goedkoopst, vrouwenportretten met decolleté en blote schouders het duurst. Een reactie als `Dat ben ik niet' verwijst de schilder naar het rijk der fabelen.

Het reglement is een schitterend schilderkunstig tractaat, waarvan je je afvraagt waarom het niet veel invloedrijker is geweest in beschouwingen over portretkunst. Het is polemisch en verfrissend, wars van elke theoretische vaagheid. Witkiewicz verwoordt brutaal de gedachten die kennelijk bij een schilder door het hoofd spoken, wanneer hij een portret maakt: ,,Laten ze me toch niet met allerhande onzin lastigvallen.''

Natuurlijk was het voor Kunstencentrum Signe ondoenlijk de portretten van toen op te sporen. Een aantal bevindt zich in Poolse musea, anderen bij particulieren of ergens op stoffige zolders. Kunstencentrum Signe kwam op het idee eenentwintig hedendaagse Limburgse kunstenaars geheel volgens Witkiewicz' reglement portretten van mensen te maken, die zich daarvoor aanmelden. Elk weekeinde van de laatste zomer ontmoetten op die manier de schilder en het model elkaar, op een bepaald uur, zonder overleg. Niemand wist wie hem of haar schilderde. Kosten bedroegen 150 gulden per portret. Aanstaande zondag is de laatste schilderkunstige sessie. Daarna mogen de geportretteerden hun werk meenemen, of niet. Dit is een andere benaderingswijze dan die, recentelijk, van Peter Klashorst. Het resultaat in Heerlen is lang niet altijd even spannend. Al waait Witkiewicz' geest (`Misverstanden uitgesloten') door het centrum, wat ontbreekt is toch zijn expressionistische, uitermate krachtige stijl. Op de middag van mijn bezoek heerste in het centrum een gewijde stilte. Er werd gekeken, gefluisterd, hier en daar voorzichtig bijgewerkt. Net als een schilderacademie, nog zonder de overmoed van de vrije kunstenaar. Waar je als toeschouwer naar zoekt, is de zeggingskracht van het portret. Witkiewicz zelf streefde naar de `Zuivere van Vorm', zoals hij uiteenzet in de roman Afscheid van de herfst (1927). Een schilderij in die stijl moet de beschouwer een metafysische ervaring geven. Op die sensatie heeft Witkiewicz echter het patent. De hedendaagse kunstenaars zoeken het in gekke details, één oog bijvoorbeeld, of in betrekkelijk naturalistische weergave. Maar het is of de persoonlijke vorm nog niet mee wil doen.

Het reglement van de portrettenfirma `S.I. Witkiewicz'. Vertaling en nawoord Karol Lesman. Uitg. Huis Clos. Prijs f 25.