OV-JAARKAART

Het leek zo'n prachtig idee eind jaren tachtig, van de toenmalige onderwijsminister Deetman. Geef alle studenten een kaart om gratis met het openbaar vervoer te reizen. Dat is prettig voor de Nederlandse Spoorwegen, omdat op die manier de capaciteit van de treinen beter wordt bezet (,,studenten slapen uit, dus die kunnen rijden na de ochtendspits''), maar vooral prettig voor het ministerie van onderwijs omdat daardoor de basisbeurs kan worden verlaagd. Immers, als studenten niet meer hoeven te betalen voor hun vervoer, hebben ze ook minder toelage nodig. Bij iedereen viel het plan in goede aarde, behalve bij de studenten zelf. Woedend waren ze over het feit dat ze zestig gulden per maand moesten inleveren. ,,Dat geld halen studenten er nooit uit'', was de algemene teneur.

Maar het kan verkeren. Al snel na de officiële invoering van de OV-jaarkaart voor studenten op 1 januari 1991 bleek de stemming op alle fronten volledig omgeslagen. De 600.000 studenten bleken opgetogen over de mogelijkheden om op ieder moment van de dag gratis en voor niks in bus, tram of trein te stappen. Twee, drie keer in de week op bezoek bij vrienden in andere studentensteden, koeriersbedrijfjes opzetten door heel Nederland, blijven sporten in de ouderlijke woonplaats en natuurlijk iedere dag met bus, metro of tram naar de universiteit of hogeschool. Veel minder blij waren de vervoersbedrijven: de studenten zorgden in de ochtendspits voor veel extra drukte, wat leidde tot een lawine aan klachten bij de bestaande reizigers.

Bij de onderhandelingen over een nieuw contract stonden de vervoersbedrijven direct op scherp. In plaats van de circa 400 miljoen gulden die de overheid in eerste instantie jaarlijks betaalde voor de kaarten, eisten de vervoerders een bedrag van rond de miljard gulden. Een bedrag dat voor het ministerie van onderwijs onbespreekbaar was. De oplossing: een drastische beperking van de kaart. Vanaf 1994 konden studenten kiezen voor `gratis' vervoer tijdens weekdagen òf tijdens het weekeinde. Studenten stonden op hun achterste benen: in een paar jaar tijd was de OV-jaarkaart tot een verworven recht geworden.

Hoewel aan de vorm van de OV-jaarkaart sindsdien niet meer is gesleuteld, is het steeds onrustig gebleven rond dit onderwerp. Vorig jaar, tijdens de onderhandelingen tussen onderwijsminister Hermans en de vervoersbedrijven, werd er veel gespeculeerd over een afschaffing van de kaart. Voorlopig is daarvan geen sprake: het huidige contract loopt tot 31 december 2002. ,,Daarna ligt alles weer open'', zegt een woordvoerster van het ministerie van onderwijs.