Nieuw beleid van Zagreb kan leiden tot geweld

Met het harde optreden tegen Kroatische oorlogsmisdadigers haalt Zagreb zich de woede van velen op de hals – met geweld als mogelijke consequentie.

Een ,,provocatie''. ,,Verraad'' van de Kroaten die in de tweede helft van 1991 en in 1995 het vaderland hebben verdedigd tegen de Servische agressie. Met woede hebben de organisaties van veteranen van de Vaderlandse Oorlog (in 1991) gereageerd op de arrestaties, eerder deze week, van zestien Kroaten en Bosnische Kroaten die worden verdacht van oorlogsmisdaden en van de recente moord op de Kroaat Milan Levar. Levar werd eind augustus in zijn huis in Gospic met een bom vermoord, uit wraak wegens zijn onthullingen over de moord op zeker honderd Servische inwoners van zijn woonplaats in 1991. Onder de arrestanten van deze week is een van de twee officieren wier naam Levar had genoemd als de leiders van de massamoord.

Negen jaar lang heeft president Franjo Tudjman het lid op de doos gehouden. Hij vond (en velen vonden en vinden het met hem) dat Kroaten of Bosnische Kroaten geen oorlogsmisdaden kúnnen hebben gepleegd, omdat ze hun Kroatische vaderland slechts verdedigden tegen de Servische agressor. Tudjman weigerde derhalve samen te werken met het Haagse VN-tribunaal. Pas na zijn dood in december vorig jaar en het aantreden van het nieuwe bewind van president Stipe Mesic en premier Ivica Racan is duidelijk geworden dat Tudjmans bewind oorlogsmisdaden niet slechts geheim hield, maar ook alles heeft gedaan om sporen uit te wissen.

Het ergste bloedbad waaraan Kroaten zich schuldig hebben gemaakt was de wrede massamoord op 116 moslims in het Bosnische Ahmici op 16 april 1993. De Bosnisch-Kroatische hoofdschuldigen werden geïdentificeerd in een rapport over de massamoord, opgesteld door twee agenten van de Kroatische geheime dienst HIS. HIS-chef Miroslav Tudjman stuurde het rapport door naar Franjo Tudjman, zijn vader. Kort daarop werden de twee agenten vermoord. De daders van die dubbele moord werden later op last van Tudjmans rechterhand, minister van Defensie Gojko Šušak, vrijgelaten. Zes hoofddaders van het bloedbad in Ahmici, onder wie Paško Ljubicic, chef van de militaire eenheid die in Ahmici optrad, kregen van Tudjmans bewind een nieuwe identiteit.

Het dit jaar aangetreden bewind van Mesic en Racan werkt wèl samen met het Haagse VN-tribunaal. Zoals Racan deze week zei: ,,Het Democratische Kroatië is vastbesloten te laten zien dat oorlogsmisdadigers hier niet vrij kunnen leven.'' In april van dit jaar, op basis van Milan Levars uitlatingen, in Gospic experts de massagraven met vermoorde Servische burgers te onderzoeken, werden lang achtergehouden verdachten als Mladen Naletilic uitgeleverd, werden geheime documenten overhandigd en werden dinsdag zestien verdachten gearresteerd, onder wie Paško Ljubicic.

Al in de lente kwam het verzet tegen de samenwerking met het tribunaal op gang. In Gospic en Zagreb werd gedemonstreerd tegen het openen van de massagraven in Gospic. Er werd openlijk gedreigd met geweld ter omverwerping van het bewind van Mesic en Racan. In mei moest de politie Serviërs in bescherming nemen tegen dreigementen van rechts-extremisten in het dorp Viljun, waar een kwade vrouw urineerde op een anti-fascistische monument. Dezelfde maand dreigde Marinko Liovic, parlementariër van Tudjmans partij en leider van een veteranenorganisatie, uit protest tegen ,,de criminalisering van de Vaderlandse Oorlog'' het toeristenseizoen te vergallen met wegblokkades en grensposten – een serieuze bedreiging van een van de weinige lucratieve industrieën in Kroatië.

De aanhoudingen van deze week kunnen leiden tot een verdere radicalisering van rechts en extreem-rechts, van de oorlogsveteranen en van ontevreden officieren, een radicalisering die extra wind in de zeilen kan krijgen door sociale ontevredenheid: de werkloosheid is groot en neemt nog toe nu 30.000 bedrijven op de rand van het bankroet staan. Premier Racan waarschuwde deze week tegen ,,de waarschijnlijke toename van politiek terrorisme'' in Kroatië. Zoran Pušic, leider van een Kroatische mensenrechtenorganisatie, waarschuwde dat ,,extreem-rechtse groepen zullen trachten chaos en instabiliteit te scheppen''. En president Stipe Mesic meldde deze week met de dood te zijn bedreigd.