Martijn

Tandartsbezoek zal wel nooit een gezellig uitje worden, maar het moet gezegd dat de professie er alles aan doet om van haar vreeswekkende imago af te komen. Ver weg liggen de tijden van de grimmige schoolsmoelsmid (`beter poetsen, anders moet nog voor je van school bent alles eruit'); van de dienstplichtig tandheelkundige bij wie de bloedspetters nog op het plafond van de kazerne zaten; van de ziekenfondstandarts die bij het trekken van een kies een hoektand zowat door mijn onderlip heen drukte.

Mijn nieuwste tandarts is een opgeruimde jongeman die zich door zijn cliënten Martijn laat noemen. Nog voor je in de lege wachtkamer de eerste glossy open hebt kunnen slaan, staat hij met uitgestoken hand in de deuropening om je glimlachend voor te gaan naar de geplastificeerde sofa.

Vandaag staat de beruchte wortelkanaalbehandeling op het programma. Ik heb fragmentarische, twintig jaar oude herbelevingen van evenzovele helse minuten waarin ik door een kortaangebonden type in een bespikkelde witte jas te grazen word genomen.

Dit keer duurt het veel langer, maar vliegt de tijd. Van Martijn mag je tussendoor namelijk gewoon opstaan om samen de röntgenfoto's te bekijken, en aan de behandeling komen allerlei fascinerende hulpstukken te pas, zoals een schattig miniatuur snijbrandertje. Wanneer het langzamerhand echt menens wordt op de behandelsofa, vraagt hij: ,,Wil je meekijken?'' In de aangereikte handspiegel zie ik mezelf liggen met opengesperde mond, de zieke kies als een spin in een web van verchroomde klemmen en spalken.

De kies heeft de reguliere drie wortelkanalen, die stuk voor stuk met een naalddun vijltje van de laatste restjes zenuw worden ontdaan. Ik leg de spiegel na het schoonmaken van het eerste kanaal toch maar weg en concentreer me op het landschap van Martijns gladgeschoren wang. De verdoving is adequaat, maar de horror-sensatie dat iemand via je bovenkaak in je schedeldak zit te krassen, laat zich niet eenvoudig wegspuiten.

Dan schuift een mobiele telefoon mijn blikveld binnen. ,,Ha, Pieter, met mij. Luister eens, er staan toch wat puntjes in die voorwaarden waar we snel op moeten reageren.'' Waarna de contractbesprekingen zich gedurende het uitvijlen van het tweede kanaal voortzetten. ,,Ik ben met een paar collega's bezig een pand voor een gezamenlijke praktijk te kopen'', verklaart Martijn als hij een vers vijltje pakt. ,,Tja, jij kan nu toch niets terug zeggen, dus ik bel nog even verder.'' Waarna de ruggespraak met de vennoot gedurende het derde en laatste wortelkanaal tot ieders tevredenheid wordt afgerond.