KEUZEGIDS HOGER ONDERWIJS

Volgende week verschijnt voor de zesde keer de Keuzegids Hoger Onderwijs. Hierin worden de honderden studies aan hbo en universiteit op kwaliteit beoordeeld.

HET VERSCHIL IN KWALITEIT tussen hogescholen en universiteiten wordt steeds groter. Dat is een van de belangrijkste uitkomsten van de enquêtes die de makers van de Keuzegids Hoger Onderwijs jaarlijks onder studenten houden. De waardering voor hbo-scholen daalt. Die voor de universiteit stijgt. Bijna driekwart van alle universitaire studies krijgt van de ondervraagde studenten een rapportcijfer van 7 of hoger. Terwijl juist meer dan driekwart van de opleidingen van de hogescholen lager scoort dan een 7.

Ten dele zijn de hbo's slachtoffer van hun eigen succes. Het hbo groeit namelijk, en hoe meer studenten er rondlopen, hoe moeilijker het wordt het iedereen naar de zin te maken. Zeker als de organisatie niet meegroeit met de studentenpopulatie.

En dat is op veel hogescholen het geval. Dat blijkt uit deelaspecten van de Keuzegidsenquêtes. Zo klagen hbo'ers gemiddeld vaker dan universitaire studenten over zaken als computerfaciliteiten, slechte huisvesting, gebrekkige begeleiding en late tentamenuitslagen. Allemaal zaken die direct met capaciteit te maken hebben. Maar ook het gevolg zijn van de megafusies die het hbo de laatste jaren kenmerkten, wat vaak interne problemen in de grootschalige organisaties gaf.

Dit is bijvoorbeeld het geval bij de Fontys-hogeschool, met vestigingen in Noord-Brabant en Limburg. De Tilburgse vestiging hiervan, voortgekomen uit een zeer rooms-katholieke school, staat op de laagste plaats in de ranglijst. Ook de Eindhovense lokatie doet het niet goed. De botsing in culturen die na de fusie bij de Fontys-scholen is opgetreden, en de gevolgen van een bezuinigingsoperatie, worden zichtbaar in de slechte enquêteresultaten.

De school die nu nog helemaal onderaan staat, de Hogeschool Leiden, is zijn grote achterstand op de andere hogescholen aan het inlopen. In Leiden waren veel opleidingen versnipperd over diverse lokaties. Maar sinds een jaar is er één gebouw, en dat lijkt al te gaan uitmaken in de score.

Er zijn natuurlijk genoeg goede opleidingen aan hogescholen. Maar die zijn vooral te vinden aan de kleine instellingen. Of dat een pleidooi is voor kleinschaligheid? Dat is moeilijk te zeggen. Want kleine instellingen zijn gevoeliger voor veranderingen in het studentenaantal. Ook hebben ze kleinere budgetten, wat vooral de financiering van zaken als practicumfaciliteiten bemoeilijkt. En er zijn genoeg grote hogescholen (zoals de HAN in Arnhem en Nijmegen en Windesheim in Zwolle) die wel goed scoren. Deze hebben juist de voordelen van grootschaligheid benut.

Bij de universiteiten spelen zaken als fusies niet. Het is bijkans ondenkbaar dat twee universiteiten ooit zullen samengaan. Wellicht ook hierom hoeven de besturen en docenten zich minder te richten op organisatorische perikelen, wat de beoordelingen van de instellingen ten goede komt.

En die oordelen worden, zoals gezegd, steeds beter. Interessant is dat de traditionele nummer één op de ranglijst, Maastricht, niet meer bovenaan staat. Die plek is nu voor de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg. Maar dit betekent niet dat Maastricht nu slechter is dan voorheen. De andere zijn gewoon beter geworden.

Beter juist dankzij Maastricht. De Limburgse universiteit heeft naam gemaakt met een ooit unieke vorm van onderwijs: het probleemgestuurd onderwijs. Hierbij leren studenten zelfstandig in groepjes te werken, in plaats van de traditionele nadruk op hoorcolleges. Studenten waarderen dat, en andere universiteiten – maar ook hogescholen – nemen het Maastrichtse model over. Dat verklaart voor een belangrijk deel de goede score van Tilburg en ook de Katholieke Universiteit Nijmegen.

De overeenkomst tussen de vijf beste (ook Enschede en Twente staan in de top-vijf) is dat ze niet in de Randstad staan. En dat ze relatief klein zijn, met een beperkt aantal studies of faculteiten. De oude, Randstedelijke universiteiten gaan gebukt onder hun omvang en traditie, met oude gebouwen, een breed scala aan studies en traditionele vormen van onderwijs.